Maerten van Heemskerck, de Sibylle Erythraea, 1564, Rijksmuseum
Maerten van Heemskerck, de Sibylle Erythraea, 1564, Rijksmuseum

De Zuidpoort

Algemeen

De Zuidpoort bestond, net als de latere versie, uit een Rotterdamse Poort en westelijk daarvan een Schiedamse Poort. Wellicht is het besluit voor de bouw van deze dubbele poort rond het jaar 1355 gevallen. Drie jaar eerder had Delft geld ontvangen van graaf Willem V, bedoeld voor de aanleg van vestingwerken. In dat jaar (1355) werd vastgelegd dat de nieuwe vestingwerken verder naar het zuiden gesitueerd moesten. Zodanig dat het tot dan toe zuidelijkste punt, de Hofbrug ter hoogte van de Giststraat, binnen de veste zou komen te liggen.

Door Jeroen Stolk

De nieuwe vestingwerken waren niet veel meer dan een aarden wal met daarin een uitweg (stadspoort?). Dit impliceert dat de bouw Zuidpoort naar alle waarschijnlijkheid kort na 1355 gestart zal zijn. De Rotterdamse Poort was verbonden met de Lange Geer, terwijl de Schiedamse Poort de Oude Delft met de Hooikade verbond. Lang hebben deze poorten niet mogen bestaan, want in 1359 moest Delft, op last van graaf Albrecht van Beieren, haar stadpoorten afbreken als straf voor haar verzet tegen de graaf. Archeologisch onderzoek uit 2012 heeft aangetoond dat de afbraak stopte bij het maaiveld, waardoor de kelders bewaard zijn gebleven. Ook de Kapelsbrug, die beide poorten met elkaar verbond, bleef behouden. Het schilderij “Sibylle Erythraea” van Maerten van Heemskerck uit 1564 toont Delft gezien vanuit het zuiden. Hierop zijn duidelijk twee stadspoorten te ontwaren. Zij zijn onderling verbonden door een brug met drie bogen (Kapelsbrug?). De poorten zijn voorzien van een toren en kantelen. Vanuit beide poorten voert een weg in zuidelijke richting. Het mag uniek genoemd worden dat de Delftse kunstschilder António Teódosio voornemens is “Sibylle Erythraea” als uitgangspunt te nemen om de Zuidpoort te schilderen.