Rinze de Vries wil het plasticprobleem dichter bij de bron oplossen. (Foto: EvE)
Rinze de Vries wil het plasticprobleem dichter bij de bron oplossen. (Foto: EvE)

Techtalk verbaast, inspireert en zet aan tot denken

DELFT – “Weet u waar je hier waterfietsen kunt huren?, vraagt een vrouw op de fiets in het voorbijgaan aan Rinze de Vries. Die moet het antwoord schuldig blijven, maar hij snapt de vraag wel. Zijn ‘CirCleaner’ die hij net aan het testen is in de Nieuwe Gracht, lijkt sprekend op een waterfiets. Maar dat is het niet.  

Door Esdor van Elten 

De CirCleaner is een slimme uitvinding om plastic uit het water te vissen. Rinze is één van de creatieve geesten achter het apparaat. “Plasticvervuiling is een groot probleem. De oceanen zitten er inmiddels vol mee. En toch bereikt maar pakweg 4% van het plastic uiteindelijk de zee. 98% Blijft in de binnenwateren. Onze gedachte is dat we dat er dus beter uit kunnen halen vóórdat het in zee terecht komt.” De CirCleaner is bij uitstek geschikt voor vaarten, grachten en havens. Met behulp van een scheprad wordt het plastic uit het water gevist. De start-up van Rinze en zijn compagnon Arnoud van der Vaart heet dan ook Noria Sustainable Innovators. Noria betekent scheprad. De huidige CirCleaner is een prototype. Uiteindelijk moet een ingenieus radersysteem zowel het vaartuig voortbewegen als het plastic opvissen. Het gaat niet snel, maar dat is juist goed: “Zo kunnen vissen en waterdieren het apparaat ontwijken.”

Uitvindingen
De CirCleaner is één van de innovaties die getoond wordt op de Techtalk expositie die de Gemeente Delft heeft ingericht in het Stadskantoor, en die helemaal in het teken staat van duurzaamheid en circulariteit. “Er worden zoveel mooie dingen ontwikkeld in onze stad, dat willen we maar al te graag laten zien”, vertelt Natalie de Jong van de Gemeente Delft.
Is dat nodig dan? De opmerkingen in het gastenboek van de expositie zeggen van wel “Ik wist niet dat hier zoveel dingen worden uitgevonden”, schrijft een bezoeker. “Zelfs Delftenaren zijn soms nog verrast”, voegt Natalie daar aan toe. Daarom vinden we het goed om dit te doen. Be good and tell about it.” Niet alleen vanwege de trots op Delft, maar ook om mensen te inspireren, want uit het ene idee kan het andere voortkomen. Ontstaan nieuwe initiatieven, nieuwe bedrijven.”

Scifi 
Duurzaamheid is de rode draad in de expositie, maar de verschillende uitvindingen zijn heel divers en variëren van oplaadsystemen voor elektrische voertuigen tot slimme innovaties voor de zorg.
Sommige lijken bedrieglijk eenvoudig, zoals een device voor mensen met trillende handen, andere verraden diep inzicht in natuurkundige processen, zoals de speciale coating die bepaalde soorten UV-licht omzetten in een lichtsoort die goed is voor het groeien van planten en waarmee de opbrengst van een kas verhoogd kan worden.
Ronduit scifi-achtig zijn de drones die PATS wil inzetten om vliegend ongedierte in kassen tegen te gaan en andere vindingen laten je nadenken over de plek van de mens in het ecosysteem van de wereld. Zo’n vinding is de ‘levende doodskist’ van Loop. Bob Hendrikx is de bedenker ervan. Hij studeerde architectuur in Delft. “Het idee startte met nadenken over een ‘levend huis’ en eindigde uiteindelijk hiermee”, zegt hij. “Je kunt zeggen dat het huis steeds kleiner is geworden.”

Anders kijken
De levende doodskist of ‘living cocoon’ is dat ook echt: de kist is gemaakt van mycelium, een netwerk van schimmeldraden dat je ook in de bodem vindt. “Als je ‘m buiten zet groeien er in no time paddenstoelen op.” Maar je kunt het dus ook als bouwmateriaal gebruiken. “In zeven dagen groeien we een kist”, legt Bob uit. Het materiaal lijkt wel wat op piepschuim en is net zo licht, “Maar waar je piepschuim over decennia nog in de bodem terugvindt, is een mycelium kist in 45 dagen afgebroken. En dat niet alleen, het verrijkt ook nog eens de bodem en zorgt ervoor dat het lichaam sneller composteert en neutraliseert ook de afvalstoffen die uit het lichaam vrijkomen.” Dat is een heel verschil met de houten kisten die er meestal toch al gauw zo’n 20 jaar over doen om te vergaan. Het zou een oplossing kunnen zijn voor het ruimtegebrek op begraafplaatsen.
Maar willen mensen dat eigenlijk wel? Of hebben ze toch langere tijd behoefte aan een gedenkplaats? Bob denkt dat we op een andere manier naar de dood en naar begraven moeten leren kijken: “Ik zie in de toekomst niet zozeer begraafplaatsen voor me, maar parken. Het lichaam wordt immers weer omgezet in voedingsstoffen, waar bomen en struiken mee gevoed worden. Zo wordt de overledene letterlijk weer deel van de natuur.” Zo daagt Techtalk uit om na te denken, niet alleen over techniek en innovatie, maar ook over leven en dood. Over onze plek in de wereld.

De Techtalk expositie is nog tot en met 12 oktober te bezoeken tijdens de openingstijden van het Stadskantoor.

Meer berichten
 
CustomHtml_1