Het geslacht Specht verwierf eveneens veel aanzien op Curaçao.
Het geslacht Specht verwierf eveneens veel aanzien op Curaçao.

Delfts geslacht bekent kleur overzee

Algemeen

Met enige regelmaat kwam hier een artikel over het Delftse geslacht Stuijling (ook wel Stuling) voorbij. Dat is niet echt vreemd want het was een bijzondere familie die veel facetten van de Hollandse maatschappij belichaamde. Van ridders tot goudsmeden en actief bij zowel de VOC als de WIC. Dit geslacht, met haar vermoedelijke oorsprong bij Oost-Nederlandse adel, had zich eind 15e, begin 16e eeuw voornamelijk gevestigd rond Alkmaar en Delft, en behoorde tot de patriciërsklasse. 

Door: Jeroen Stolk

Het was Samuel Cornelisz. Stuijling die, na het verlies van Hollands Brasiel, was teruggekeerd naar Delft. Hij bleef niet lang in zijn geboorteplaats, want hij trok naar Amsterdam en huwde Maria Cardinaels. Zij woonden daar ‘op het water’ (1666). Al snel stichtten zij een gezin en werden zo de stamouders van een geslacht dat zich op Curaçao zou vestigen. Op dit Caraïbisch eiland zou deze familie hoge functies bekleden. Met hun nieuwe woonplaats wijzigde ook de familienaam tot Stuyling met ‘y’. Johannes, zoon van Samuel en Maria, huwde een meisje uit het geslacht Specht. Het geslacht Specht verwierf eveneens veel aanzien op Curaçao. Tussen 1716 en 1750 heerste er grote onrust door slavenopstanden op het eiland. Uiteindelijk keerde de rust terug, maar men voelde toch de noodzaak om in 1766 “de overlast van negers en mulattenslaven” tegen te gaan door hen te verbieden met stokken en knuppels rond te lopen. Ook op Bonaire broeide het. Vooral de slechte behandeling door commandeur Theunis Dirksz Koek was er de oorzaak van dat in 1765 een zestigtal slaven, waaronder een vrouw, hun werk in de steek lieten en gewapend met messen, stokken en lansen de bossen in vluchtten. Dit aantal lijkt gering maar omvatte bijna de hele mobiele slavenbevolking van het eiland. De opstandelingen wilden alleen maar tevoorschijn komen wanneer zij de gouverneur te spreken kregen. Deze gouverneur, Jean Rodier, was echter niet van plan zelf naar Bonaire af te reizen en gaf Commissaris van de Slavenhandel Cornelis Stuyling opdracht orde op zaken te stellen. Stuyling nam geen halve maatregelen. Hij schakelde een Franse priester in als bemiddelaar en inventariseerde de grieven van de slaven. Hieruit kwam naar voren dat het hen vooral te doen was om een einde te maken aan de gehate praktijken van Koek en zijn vice-commandeur Everts die onder meer de medische zorg voor deze mensen boycotten. Zij waren daardoor zeer gehaat. Stuyling zorgde ervoor dat er een zorgvuldig opgesteld verslag naar de Hollandse autoriteiten ging, waarna de opstand zonder bloedvergieten kon worden beëindigd. 

Gemengd bloed
Vrijwel alle families van Hollandse oorsprong mengden zich vroeger of later met de zwarte bevolking. Zo ook het geslacht Stuyling. In onze tijd zou dat weinig problemen opleveren, maar destijds keek men hier anders tegenaan. Men zag het als een dilemma dat men enerzijds het gemengde bloed binnen de familie niet wilde ontkennen, maar anderzijds wel duidelijk wilden maken dat zij geen pure Stuyling waren. Men loste ‘het probleem’ op door de naam te verhaspelen, waarbij de familieleden van gemengd bloed voortaan de naam Lingstuyl zouden voeren. Duidelijker dan dit kan de denkwijze begin 18e eeuw op dit punt niet worden uitgelegd. Tot op de dag van vandaag leeft de naam Lingstuyl op dit overzeese deel van ons koninkrijk voort. Een geslacht dat haar oorsprong had op de hoek van de Markt met de Cameretten. Leuk weetje: Mr. Pieter van Vollenhove is via zijn moeder Jacoba Gijsbertha Stuyling de Lange verwant aan dit geslacht (Alkmaarse stam). 

Rectificatie artikel vorige week: een oplettende lezer wees ons op een foutje in het artikel over de beeldenstorm. 360 jaar geleden moest natuurlijk 460 jaar zijn.