Foto: Koos Bommelé
Foto: Koos Bommelé

Bewoners voelen gevolgen autoluwe binnenstad

Algemeen

DELFT - De discussie over de autoluwe binnenstad van Delft gaat verder. Tijdens de commissievergadering Ruimte en Verkeer van 14 april spraken politieke partijen, belangenverenigingen en inwoners opnieuw over de gevolgen van het beleid. Waar het college vasthoudt aan de ingezette koers richting minder autoverkeer, groeit de roep om bijsturing vooral vanuit binnenstadbewoners die zich steeds meer in de knel voelen komen.

De binnenstad van Delft verandert zichtbaar. Straten als de Koornmarkt, Brabantse Turfmarkt en Gasthuisplaats zijn inmiddels grotendeels autovrij gemaakt door het schrappen van parkeerplaatsen. Sinds februari is bovendien het autoluw-plusgebied uitgebreid, waardoor gemotoriseerd verkeer alleen nog tijdens venstertijden of met ontheffing toegang heeft. Volgens het college draagt dit bij aan een schonere, leefbaardere stad met meer ruimte voor groen en ontmoeting. Maar in de praktijk blijkt de overgang lastig voor inwoners. 

Fracties verdeeld
Tijdens de vergadering werd duidelijk dat de politiek verdeeld is. De partijen VVD, CDA, PVV, Hart voor Delft, FvD en Onafhankelijk Delft uitten stevige kritiek op de uitvoering van het beleid. Zij wijzen op toenemende parkeerdruk, slechtere bereikbaarheid, problemen voor senioren en het uitblijven van cruciale cijfers over de bezetting van parkeergarages. Andere partijen, waaronder ChristenUnie, D66 en PRO, steunen de ambitie van een autoluwe binnenstad, maar erkennen dat de uitvoering beter moet. Zij pleiten voor meer inzicht in de effecten en aandacht voor maatwerk.

Waterbedeffect
Een belangrijk punt van zorg is het zogenoemde waterbedeffect. Volgens bewoners verschuift de parkeerdruk simpelweg naar omliggende straten waar nog wel geparkeerd mag worden. Dit leidt tot extra zoekverkeer, onduidelijkheid voor bezoekers en frustratie bij bewoners, klinkt het vanuit Belangenvereniging Zuidpoort. “Neem in de evaluatie niet alleen het autoluwe gebied mee, maar juist ook de omliggende straten.” Bewoners ervaren daar steeds vaker volle straten en moeite om ’s avonds nog een parkeerplek te vinden. De vraag hoeveel ruimte de auto nog moet krijgen in de binnenstad blijkt daarmee niet alleen een principiële, maar vooral ook een praktische.

Mantelzorg en bezoekers
Naast bereikbaarheid en parkeerdruk kwam ook de sociale impact van het beleid nadrukkelijk aan bod. Met name ouderen en mensen die afhankelijk zijn van zorg of hulp van familie ondervinden volgens betrokkenen en commissieleden de nadelige gevolgen. Een bewoner schrijft in een brief aan de gemeente hoe het beleid haar dagelijks leven beïnvloedt. Door fysieke beperkingen zijn zij en haar man afhankelijk van anderen. “Dan is het een grote handicap dat er door onze kinderen of onze mantelzorgers nergens in de buurt even kort geparkeerd kan worden”, stelt de bewoner. De parkeergarages zijn volgens haar lastig bereikbaar en tijdrovend, wat het inschakelen van hulp bemoeilijkt. Ook het ontbreken van een structurele regeling voor mantelzorgers zorgt voor frustratie. Waar professionele zorgverleners vergunningen kunnen krijgen, geldt dat niet voor informele zorg zoals mantelzorg. Volgens de gemeente is dat lastig af te bakenen, maar voor betrokken bewoners voelt dit als een ‘ramp’. Een andere bewoner wijst op de gevolgen van het verdwijnen van bezoekersvergunningen in parkeergebied A. “Ik heb het gevoel dat ik het slechtste van twee werelden heb”, schrijft de bewoner. De straat staat nog vol auto’s, maar zelf kan de bewoner geen gebruik meer maken van parkeermogelijkheden voor bezoek. “Er is iets afgenomen zonder dat er iets positiefs voor is teruggekomen.” Ook ondernemers volgen de ontwikkelingen met argusogen. Hoewel dit onderwerp in de commissievergadering minder prominent naar voren kwam, wordt wel gewezen op het belang van parkeren voor klanten en leveranciers. Ondernemers vrezen dat een te strikte autoluwe koers de economische vitaliteit van de binnenstad kan aantasten.

Beleving
Een terugkerende vraag in het debat is wat bewoners eigenlijk terugkrijgen voor het verdwijnen van parkeerplaatsen. Volt vindt dat de gemeente daar te weinig aandacht voor heeft. De fractie vindt dat tijdelijke invulling van vrijgekomen plekken niet als los experiment achteraf moet komen, maar direct onderdeel moet zijn van de aanpak zodat bewoners iets terugzien in hun straat. Het gaat dan niet alleen om praktische zaken, maar ook om de beleving van de openbare ruimte.

Koers
Wethouders Frank van Vliet en Martina Huijsmans maakten tijdens de vergadering duidelijk dat het college niet van plan is de koers fundamenteel te wijzigen. De autoluwe binnenstad blijft het uitgangspunt. Wel erkennen zij dat de uitvoering knelpunten kent. Volgens Van Vliet is maatwerk mogelijk in ‘schrijnende gevallen’ en wordt gewerkt aan verbeteringen in informatievoorziening en monitoring. Zo komt er voor de zomer meer duidelijkheid over de parkeercapaciteitscijfers. Ook wordt gewerkt aan een nieuwe website voor Parkeren Delft. Daarnaast wordt de uitbreiding van het autoluwplus gebied verder geëvalueerd. Die evaluatie zal zowel cijfers als ervaringen omvatten. Pas daarna besluit het college over een volgende fase.

De discussie krijgt binnenkort een vervolg in de gemeenteraad van 12 mei. Het CDA en Hart voor Delft hebben al aangekondigd met moties te komen. Andere partijen beraden zich hier nog over.