
Over afasie raakt scheidend Basalt logopedist niet snel uitgepraat
AlgemeenEen buitengewoon gesprek
In januari dit jaar trof een herseninfarct de Delftse vakjournalist en redacteur Ron van der Ploeg. Hij kon daarna niet goed meer spreken, schrijven en lezen. Met hulp van de, bij Basalt Delft werkzame, logopedist Marjolein Zomerdijk wist hij deze voor zijn beroep zo cruciale vaardigheden grotendeels te herwinnen. Als onderdeel van zijn therapie en in aanloop naar de Week van de Afasie realiseerde Van der Ploeg onlangs zijn eerste ‘post-stroke’ interview, en dan wel met zijn behandelaar. Daarmee willen beiden aandacht genereren voor afasie en mensen met deze taalstoornis inspireren en aanmoedigen. Van der Ploeg: “De arbeidsdeskundige stelde dat terugkeer in mijn beroep een hele toer zou worden. Ik onthield vooral haar daarop volgende zin: ‘Maar niets is onmogelijk’.”
DELFT - Logopedist Marjolein Zomerdijk leert bij revalidatiecentrum Basalt afasiepatiënten beter te praten, lezen, schrijven en begrijpen. Na bijna veertig jaar gaat ze in december met pensioen. Tijd om terug te blikken op wat ze een ‘prachtberoep’ noemt.
Door Ron van der Ploeg, redacteur én afasiepatiënt (zie kader 1)
Ooit vertelde Marjoleins zus dat een van haar vriendinnen logopedie was gaan studeren en of dat misschien iets voor haar was? Ze had het immers vaak gehad over het werken met kinderen. Nadat ze in de beroepengids meer had gelezen over een carrière als logopedist en haar interesse was geprikkeld, schreef ze zich in voor de HBO opleiding Logopedie in Leiden, later aangevuld met een studie neurologische spraak- en taalpathologie aan de Erasmus universiteit in Rotterdam. Na een aantal stages koos ze uiteindelijk voor logopedie met volwassenen. In 1982 vond ze haar eerste baan in De Bieslandhof. Vijf jaar later ging ze aan de slag bij Basalt Delft. In de afgelopen vier decennia behandelde ze vele Delftenaren en ‘omstrekelingen’, circa 60% daarvan kampend met afasie (zie kader).
Zijn jouw verwachtingen over het beroep van logopedist bewaarheid?
“Mijn eerste baan in het verpleeghuis voelde meteen goed. Al die mooie en interessante levensverhalen! Waar ik beroepsmatig op had gehoopt is volop uitgekomen. Na De Bieslandhof volgde Basalt Delft en dat was nog dynamischer. Daar focust de therapie in sommige gevallen op terugkeer in het werk, een van mijn drijfveren. Net als de kwaliteit van het leven verbeteren, ook voor gepensioneerden. Ik vind de ‘puzzelpatiënten’, kampend met complexe taal- en spraakstoornissen, heel interessant. Goed luisteren en observeren zijn dan heel belangrijk voor het opstellen van een op maat gesneden behandelplan.”
En in het beste geval de puzzel oplossen…
(glunderend) “Echt geweldig als dat daadwerkelijk lukt. Recentelijk zie ik meer mensen met een Functionele Neurologische Spraakstoornis (FNS). Dat is maximaal puzzelen omdat er geen richtlijn is die deze spraakstoornis beschrijft. Afhankelijk van de patiënt is de aanpak strenger of milder. Werkt het ene niet, bedenk je alternatieven. En als je daarna alsnog succes boekt is dat voor de patiënt mooi. Mensen kunnen dan soms weer hun vak uitoefenen. Mij geeft dat natuurlijk ook heel veel voldoening.”
Waarom is aandacht voor afasie belangrijk?
“Begin jaren zeventig belandden afasiepatiënten nog wel eens in een psychiatrische inrichting. In De Bieslandhof behandelde ik een vrouw die uit het psychiatrisch ziekenhuis kwam, terwijl ze ‘alleen’ afasie had. Bedoelde ze stoel, dan zei ze ‘de po’ en dat deed sommigen twijfelen aan haar geestelijk vermogen. Totdat er meer duidelijkheid kwam. Je kan dementie én afasie hebben, maar ook pure afasie. Vanaf de jaren tachtig tekende die scheidslijn zich gelukkig steeds duidelijker af. Aandacht is nog steeds nodig. Een Engelse onderzoeker ondervroeg tien jaar geleden straatpubliek in verschillende landen naar hun bekendheid met afasie. Diegenen met afasie in de familie konden erover vertellen, maar heel veel mensen niet.”
Welke afatische (prachtig oefenwoord trouwens) uitdaging is het meest bijgebleven?
“Basalt Delft is een poliklinisch revalidatiecentrum waar meestal mildere afasie voorkomt. Toch behandelen we een enkele keer een globale afasie, de ernstigste vorm. Het uiten, begrijpen, lezen en schrijven zijn dan alle vier aangedaan. Ooit kreeg ik een man met een recurring utterance (RU), een stoornis waarbij iemand steevast bij het communiceren één en hetzelfde woord of woordgroep gebruikt. Hoewel erg lastig, lukt het af en toe de RU weg te krijgen zodat er ruimte komt voor een adequater woord. Tijdens de intake vroeg ik de man hoeveel kinderen hij had waarop hij ‘vijftien’ antwoordde. Voordat mijn mond openviel van verbazing, besefte ik dat ‘vijftien’ zijn recurring utterance was. Zoiets vergeet je nooit meer. Jammer genoeg kon ik de man niet voldoende helpen.”
Er is niet altijd consensus over het verloop van herstel. Hoe zit dat?
“Leeftijd, de oorzaak en de ernst van het hersenletsel, links of rechtshandig zijn, het speelt allemaal een rol.”
Links of rechtshandig, want...?
“Bij rechtshandigen zit het taalcentrum vooral in de linkerhersenhelft terwijl het bij linkshandigen meer verspreid is. Die herstellen wel wat beter. Dus lichamelijke factoren tellen mee. Bij jongeren zijn hersenen wat flexibeler en is het herstel soms sneller. Met de nadruk op ‘soms’. Iemand met inzet, motivatie en flair herstelt doorgaans wat beter qua communicatie. Dan hoeft niet eens de taal verbeterd te zijn, maar ze kunnen toch meedoen in gesprekken. Zoveel verschillende factoren maken het lastig te bepalen of iemand na bijvoorbeeld drie maanden hersteld zal zijn. De familie vraagt vaak naar de prognose. Als de patiënt de eerste zes weken al behoorlijk herstelt, dan gaat het herstel doorgaans nog verder door. Gebeurt dat niet, dan is de uitdaging groter. Doorgaans vlakt de sterk opgaande lijn na drie tot zes maanden wat af. Echter, als ik mensen na één of twee jaar terugzie dan merk ik soms verder herstel. Er is dan minder vermoeidheid of iemand gaat creatiever om met afasie.”
Wat kunnen patiënten thuis doen aan hun herstel?
“Heel veel met taal bezig zijn. Ik geef ze soms huiswerk, puzzels, en wijs op taalspelletjes op de tv of logopedische oefenplatforms als STAPP of DigiTaal online. Ook partners kunnen enorm stimuleren. Dat is leuk mits niet té fanatiek.”
Gemiddeld spreken mensen 130 woorden per minuut. Dat is voor afasiepatiënten vaak moeilijk te behappen. Hoe maak je dat de buitenwereld duidelijk?
“Door veel informatie te delen. Ik vind ook dat bedrijfsartsen de werkgever kunnen informeren. In de trant van: deze man spreekt al best goed maar onder druk of bij vermoeidheid gaat het wat minder. Hou daar rekening mee.”
En buiten de beroepssfeer?
“Dat verschilt. Als bestellen in de winkel niet lukt, kan je een ‘Ik heb afasie-kaartje’ tonen. Mijn boodschap: zeg het tegen de mensen, dat leidt altijd tot meer begrip. Bij het bestellen van theaterkaartjes kwam één van mijn patiënten niet goed uit haar woorden. Waarop de reserveringsmedewerker zei dat met dronken mensen niet gepraat wordt en de telefoon neerlegde. Toen hebben we het tijdens de therapie overgedaan waarbij de patiënt van tevoren meedeelde dat ze niet zo goed kon praten. En dat ging goed. Zeg gewoon dat je afasie hebt, maar sommigen schamen zich en durven dat niet.”
Virtual reality en afasie: kans of bedreiging?
(gedecideerd) “Een kans! Kijk, we trainen hier op stoornisniveau, en veel minder op participatieniveau, dat mensen weer gesprekken kunnen aangaan. Vroeger bestonden er video’s waarin bijvoorbeeld een winkelsituatie werd nagespeeld en je net als bij een Teleac taalcursus antwoord gaf. Met virtual reality is zo’n situatie ineens levensecht en dus ook veel leuker. Basalt is voor ‘blended care’, het combineren van traditionele therapie en digitale taken.”
Ik zie mezelf onwillig tegen een robot praten. Een ding scheelt.. die praat dan net zo raar als ik…
(grinnikend met haar hand voor de mond) “De face-to-face therapie blijft, met ‘blended care’ als ondersteuning. Maar.. het kan zijn dat de ‘blended care’ het bijna gaat overnemen en er voor de logopedist slechts een aansturende rol overblijft. Dat is noch voor de patiënt noch de logopedist leuk. De mix is wel leuk! Tot op heden heeft digitaal het nergens volledig overgenomen, godzijdank.”
Welke bedreigingen voor het vak zie jij nog meer?
“Zorgverzekeraars die uit kostenoverwegingen limieten gaan stellen aan het aantal behandelingen. Je kan dan blended care aanbieden of familie gaan instrueren, maar dat kost ook tijd.”
Hoe ervaar je groepstherapie met afasiepatiënten?
“Nou, heel leuk! In 2016 zijn we de Breingroep begonnen. Daaraan doen mensen mee met concentratie- en geheugenproblemen, die moeite hebben met prikkelverwerking of verschillende ernst-gradaties van afasie hebben. Iedereen zit door elkaar heen. Ik ben helemaal weg van deze groepstherapie, die in de toekomst mogelijk kan helpen de zorg iets goedkoper te maken.”
Het grootste on-ontsluierde afasiemysterie?
“Hoe komt het dat bij de heel ernstige vormen van afasie de ene patiënt wel op woordniveau verbetert en de ander niet. Daar zou ik nog meer duidelijkheid over willen hebben.”
Iets totaal anders: je stamt uit een geslacht van kleine maar zeer dappere Delftenaren. Jouw opa en voormalig Delfts wethouder Max Zomerdijk was een moedig man tijdens de Duitse bezetting…
“Ik heb hem zelf niet gekend omdat hij in 1942 in Neuengamme is overleden. Hij zat daar omdat hij als verzetsman was verraden. Het verhaal vertelt dat hij in dat Duitse concentratiekamp door uitputting is overleden. In de Delftse wijk Buitenhof is een aantal straten vernoemd naar Delftse verzetshelden waaronder mijn opa. Zo is er een Zomerdijkhof.”
Tot slot, hoe moeilijk vond je het om vooral op je eigen woorden te letten en niet op die van mij?
(lachend) “Daar zit ik natuurlijk ook op te letten. Af en toe schrok ik er zelf van. Oh jee, ik moet ook goed naar de vragen luisteren. Dat zal wel zoiets als beroepsdeformatie heten!”
Afasie: als een werkwoord in woordwerk verandert.
De term afasie stamt van het Griekse woord aphatos, een samentrekking van a (niet) en phanai (spreken). Mensen met afasie hebben problemen met taal en kunnen vaak moeilijker praten, schrijven, lezen of begrijpen. Afasie manifesteert zich heel verschillend: terwijl de ene persoon steevast lidwoorden weglaat, woorden herhaalt of delen van woorden of klanken verwisselt, vervalt de ander in horten en stoten bij het formuleren van zinnen. Soms klinkt de taal juist vloeiend als in een spraakwaterval, maar mist het betekenis. Het is maar net welk deel van de hersenen is aangedaan. Afasie is een taalstoornis veroorzaakt door niet-aangeboren hersenletsel (NAH) zoals een hersentumor of hersenvliesontsteking. Echter, het meest frequent is afasie na het krijgen van een beroerte, in zondagse termen ook wel Cerebro Vasculair Accident (CVA) genoemd en in gewoon Nederlands ‘een ongeluk in de bloedvaten naar en/of in de hersenen’. Er zijn twee types CVA’s. Bij een herseninfarct raakt een bloedvat in de hersenen of in de halsslagader naar de hersenen toe verstopt door een bloedpropje, dichtslibbing of een combinatie daarvan. Bij een hersenbloeding scheurt of lekt er een bloedvat in de hersenen. Ongeveer 80 procent van de beroertes is een herseninfarct en ongeveer twintig procent een hersenbloeding. Per jaar treft een beroerte 42.000 Nederlanders, 110 per dag. Ongeveer 1 op de 5 mensen die een herseninfarct of hersenbloeding krijgt heeft afasie. Voor meer informatie: afasienet.com/weekvandeafasie







