
Nel was de eerste (2)
AlgemeenDoor Jeroen Stolk
Vorige week namen we u mee naar het Nel van den Beltpad. Gelegen op het terrein van het voormalige Bethel ziekenhuis en vernoemd naar de eerste vrouwelijke huisarts in Delft; Pieternella van den Belt-Rens. Nel studeerde af in Amsterdam waar zij op 16 april 1919 haar diploma in ontvangst nam. Ruim 35 jaar lang was zij het hoofd van het consultatiebureau. Daarnaast was zij erg actief in de Delftse maatschappij; van gezelligheidsvereniging tot wetenschappelijke lezingen. Ook Aletta Jacobs kwam in ons artikel van vorige week voorbij. Zij wordt gezien als de eerste vrouw die in Nederland succesvol haar (medische) studie afrondde. Maar is dat wel zo? Als we in het Amsterdamse stadsarchief duiken komen we een andere dame tegen, eveneens luisterend naar de naam Jacobs. Al in 1627 stuiten we op haar naam m.b.t. medisch handelen. Het betrof een soort crowdfunding avant la lettre ten behoeve van een vrouw met ongeneeslijke wonden aan haar been. Wonderdokter Trijn Jacobs deed wat haar mannelijke collegae niet gelukt was; ze liet de vrouw binnen enkele dagen weer lopen. Zonder krukken! Later dat jaar blijkt uit een akte dat Trijn volwaardig lid was van het Amsterdamse Chirurgijnsgilde, niet onderdeed voor haar mannelijke collega’s, met hen samenwerkte en meesterloon ontving. Zij genoot een bijzonder goede reputatie en behandelde, in tegenstelling tot ‘onze’ Nel van den Belt, ook mannelijke patiënten. In 1630 komt Trijn Jacobs nogmaals voorbij. Uit maar liefst drie aktes blijkt dat zij samen met chirurgijn Anthoni Houtewael een schippersvrouw genaamd Lijssgen Thijssen behandeld had, nadat deze eerder tevergeefs door een chirurgijn elders werd behandeld. De vrouw gaf aan dat “seeckere hette ende brandt die sij in haer lichaem hadde, seggende dat sij van het moer spul gequelt was”. Trijn was van mening dat de chirurgijn elders een onjuiste diagnose gesteld had en behandelde haar patiënt, met behulp van Houtewael. Na haar te laten braken en een aderlating bleek de patiënte drie dagen later genezen. Trijn was gehuwd met de tien jaar jongere ‘pockmeester’ Thomas Thomasz. Dit kan deels verklaren waarom Trijn in staat was succesvol besmettelijke ziekten als pokken te bestrijden. Hoewel in de vroegmoderne tijd meer vrouwen, in verschillende Hollandse steden, actief waren op het medische vlak, betrof dat doorgaans vroedvrouwen dan wel weduwen die de praktijk van hun man (met behulp van een knecht) voortzetten. Over het algemeen beperkten die zich tot typische vrouwenkwalen. Dit plaatst Trijn Jacobs in een unieke positie waarmee zij Alletta Jacobs enkele eeuwen voor was.







