
Woonmonitor 2025: druk op Delftse woningmarkt neemt toe
AlgemeenDELFT - De gemeente Delft heeft de nieuwe Woonmonitor gepubliceerd, een jaarlijks rapport dat inzicht geeft in de staat van de Delftse woningmarkt. De Woonmonitor 2025 bouwt voort op de versie van vorig jaar, maar bevat nu ook uitgebreide informatie over starters. De cijfers bevestigen een bekend beeld: de woningdruk in Delft neemt toe, betaalbaarheid staat onder druk en hoewel er volop bouwplannen zijn, blijven zorgen bestaan over het realiseren van voldoende sociale en betaalbare woningen.
Dalende woontevredenheid
Delftenaren geven hun woning en buurt gemiddeld nog steeds een ruime voldoende, maar de cijfers dalen licht ten opzichte van eerdere jaren. In de laatste meting gaven bewoners hun woning en buurt gemiddeld een 7,3, terwijl dit in 2021 nog respectievelijk 7,4 en 7,5 was. Vooral in buurten als Poptahof-Noord (5,2 voor de woning) en de Gillisbuurt (5,5 voor de buurt) liggen de waarderingen lager. Tegelijkertijd worden buurten als Centrum-Oost (8,7 voor de buurt) en Hoornse Hof en Harnaschpolder (8,3 voor de woning) bovengemiddeld positief beoordeeld. Onveiligheidsgevoelens en lagere sociale samenhang blijken vooral in de wijken Voorhof en Buitenhof aanwezig. Overlast door te hard rijden, parkeerproblemen, zwerfvuil en hondenpoep zijn de meest genoemde irritaties onder Delftenaren.
Groei woningvoorraad
In 2024 groeide de woningvoorraad in Delft sneller dan gemiddeld in de regio en landelijk, met een opvallende toename in het particuliere huursegment. De stad telt relatief veel meergezinswoningen, een trend die sinds 2011 doorzet: er zijn inmiddels ruim drie keer zoveel meergezinswoningen gebouwd als eengezinswoningen. Deze ontwikkeling sluit aan bij de groeiende studentenpopulatie en de beperkte ruimte binnen de stedelijke grenzen. De koopwoningvoorraad is bovendien sterk gedifferentieerd: meer dan de helft van de koopwoningen ligt inmiddels boven de middeldure koopprijsgrens. In de particuliere huurmarkt (exclusief studentenwoningen) valt naar schatting bijna tweevderde van de woningen in het extra dure segment. Sociale huurwoningen vormen 33% van de voorraad (exclusief studentenhuisvesting), maar zijn ongelijk verdeeld: in Buitenhof en Vrijenban ligt het aandeel boven de 50%, terwijl de Binnenstad achterblijft met slechts 12%. In vrijwel alle wijken neemt het aandeel sociale huur licht af. In totaal bestaat 38% van de Delftse woningvoorraad uit corporatiebezit, inclusief middenhuur en studentenwoningen. Studentenhuisvester DUWO bezit ruim 7.800 kamers en woningen, en samen met aanbieders als SHS, B-right en Xior voorziet men deels in de grote vraag onder studenten.
Starters
Nieuw in deze Woonmonitor is de gerichte aandacht op starters. Delftse starters verhuizen relatief weinig naar koopwoningen (7,9%), veel minder dan in omliggende regio’s. In plaats daarvan gaan ze vooral voor particuliere huur (21,3%) of sociale huur (21,1%). Opvallend is dat starters in Delft vaker een woning delen met één of meerdere huishoudens, iets wat te verklaren valt door het hoge aandeel studenten in de stad. Om starters tegemoet te komen zijn er in 2024 in totaal 32 startersleningen verstrekt, goed voor een totaalbedrag van ruim 910.000 euro. De meeste leningen gingen naar jongeren tussen de 26 en 30 jaar.
Betaalbaarheid
De betaalbaarheid van wonen blijft een punt van zorg. De druk loopt in alle segmenten op en de schaarste aan woningen neemt toe. In de koopmarkt is de gemiddelde woningprijs in 2024 weer gestegen naar circa 410.000 euro en werd ruim 60% van de woningen boven de vraagprijs verkocht. De particuliere huurmarkt kende eind 2024 huurprijzen van gemiddeld 18,82 euro per vierkante meter. In de sociale huur daalde de slaagkans in 2024 naar 2,6% en nam de druk toe door een stijgend aantal woningzoekenden. De gemiddelde inschrijftijd is verder opgelopen en op een gemiddelde woning kwamen 455 reacties binnen. De woningvoorraad telt op dit moment wel voldoende sociale huurwoningen volgens afspraken, en zeer waarschijnlijk ook in 2030. Echter, voor de lange termijn tot 2040 zijn er zorgen dat het aandeel sociale huur in de woningvoorraad daalt onder 30%, aangezien 23% van de plannen in de plancapaciteit sociale huur betreft.







