
Een thuis voor gezinnen in Delft
AlgemeenDELFT - Delft staat bekend als een bruisende studentenstad met een rijke geschiedenis, maar het is ook een stad waar gezinnen graag wonen. De gemeente Delft werkt daarom hard aan plannen om ervoor te zorgen dat gezinnen niet alleen nu, maar ook in de toekomst een plek hebben in de stad. De recent gepubliceerde notitie ‘Delft: een thuis voor gezinnen’ - opgesteld naar aanleiding van een door de raad aangenomen motie - geeft inzicht in de uitdagingen en mogelijke oplossingen om Delft aantrekkelijk en toegankelijk te houden voor gezinnen.
Net als in veel andere steden kampt Delft met een groot woningtekort. Ook gezinnen ervaren steeds vaker moeilijkheden bij het vinden van een geschikte woning. Volgens de gemeente zijn gezinnen cruciaal voor het maatschappelijk leven in Delft. Ze zorgen voor levendige wijken, dragen bij aan de economie en vormen een stabiele factor in de stad.
Positie van gezinnen
Door het grote aantal studenten én senioren in Delft is er sprake van een ‘wespentaille’: een relatief klein aantal gezinnen in vergelijking met het aantal jongeren en ouderen. Uit onderzoek blijkt dat het aantal gezinnen de komende jaren licht zal groeien. Momenteel telt Delft ruim 12.000 gezinnen, en dit aantal zal naar verwachting stijgen naar 15.700 in 2040. Dit betekent - in combinatie met de verwachte groei van andere groepen - uiteindelijk dat het percentage huishoudens met kinderen rond de 22% blijft. Om de positie van gezinnen in Delft te verbeteren, kijkt de gemeente niet alleen naar het aantal gezinnen, maar ook naar de woningvoorraad. Momenteel zijn er ruim 22.000 woningen die als geschikt voor gezinnen worden beschouwd. Dit is 45% van de totale woningvoorraad. Toch betekent dit niet automatisch dat alle gezinnen in een passende woning wonen, omdat deze woningen ook worden bewoond door andere doelgroepen zoals starters, senioren en woningdelers. Het toevoegen van meer gezinswoningen blijft daarom nodig. In de Woonvisie 2023-2028 is vastgelegd dat Delft vooral inzet op stadswoningen voor gezinnen en het stimuleren van doorstroming, zodat bestaande eengezinswoningen weer beschikbaar komen. Traditionele eengezinswoningen met een tuin worden slechts bij uitzondering toegevoegd aan de voorraad. In plaats daarvan worden innovatieve woonvormen ontwikkeld, zoals ‘The Family’ aan de Röntgenweg, waar gezinnen ruime appartementen delen met gezamenlijke buitenruimtes voor spelende kinderen.
Voldoende woningen
De gemeente Delft zet verschillende instrumenten in om ervoor te zorgen dat er voldoende woningen voor gezinnen beschikbaar zijn. Ten eerste wil de gemeente meer woningen voor gezinnen toevoegen. Bij nieuwbouwprojecten worden gezinnen actief als doelgroep meegenomen. De gemeente kan echter niet afdwingen wie uiteindelijk in deze woningen gaat wonen. Via de opkoopbescherming wordt wel geborgd dat kopers hun woning zelf moeten bewonen en deze niet doorverhuren. Daarnaast zijn er startersleningen beschikbaar voor jonge huishoudens die in Delft willen kopen, al is het jaarlijkse budget hiervoor beperkt wegens het jaarlijkse subsidieplafond.
Ook zet de gemeente zich in voor het behoud van de bestaande voorraad woningen voor gezinnen. Om verkamering tegen te gaan, is er sinds 2017 een vergunningsplicht voor het omzetten van zelfstandige naar onzelfstandige woningen. Hierdoor blijven woningen met minimaal drie slaapkamers behouden voor gezinnen. Ook woningsplitsing wordt gereguleerd: woningen kleiner dan 180 vierkante meter mogen niet worden opgedeeld in kleinere eenheden. In sommige gevallen is het splitsen van woningen echter niet per se onwenselijk, stelt de gemeente. “Woningen groter dan 180 vierkante meter kunnen worden vergund om bouwkundig te worden gesplitst in meerdere zelfstandige eenheden van minimaal 40 vierkante meter en twee kamers. Hiermee blijven er zo veel mogelijk voor gezinnen geschikte woningen beschikbaar, en er is ook een voldoende aantal eventueel te splitsen woningen. Twee- of drie kamerwoningen, die te splitsen woningen kunnen opleveren, zijn zeer geschikt voor starters en startende gezinnen. Deze gevormde woningen voorzien daarmee in een behoefte waarin ook relatief weinig aanbod beschikbaar is in Delft.” Tegelijkertijd wordt woningdelen onder bepaalde voorwaarden gestimuleerd, bijvoorbeeld via ‘friendscontracten’ en hospitaverhuur.
Een ander onderdeel waar de gemeente op inzet is het bevorderen van doorstroming en daardoor het beter benutten van de voorraad gezinswoningen. Een groot aantal woningen dat geschikt is voor gezinnen wordt momenteel bewoond door senioren. Om de doorstroming te bevorderen, wordt ingezet op aantrekkelijke woonvormen voor ouderen, zoals appartementen in collectieve woonprojecten. De gemeente heeft in samenwerking met de woningcorporaties ook een seniorenmakelaar die ouderen helpt bij het vinden van een geschikte kleinere of gelijkvloerse woning. Op deze manier kunnen grote woningen weer beschikbaar komen voor gezinnen. Daarnaast speelt het woonruimteverdeelsysteem een belangrijke rol. In de sociale huursector gelden strikte toewijzingsregels, waardoor grotere woningen vooral aan gezinnen worden toegewezen. In de vrije sector is sturing lastiger. Maar via lokaal maatwerk kunnen gezinnen met maatschappelijke of economische binding aan Delft soms voorrang krijgen bij woningtoewijzing.
Balans
Hoewel Delft zich inzet voor het verbeteren van de positie van gezinnen, blijft het een uitdaging om een goede balans te vinden tussen verschillende woonwensen. De stad moet aantrekkelijk blijven voor studenten en starters, terwijl er ook voldoende plek is voor senioren en gezinnen. Voor elke groep geldt dat het woonbeleid consequenties heeft: extra voorrang voor gezinnen kan bijvoorbeeld ten koste gaan van andere woningzoekenden.







