
Dubbel Delft 7/9
Algemeen Dubbel DelftDELFT – Eigenlijk is het hetzelfde wat winkels doen: zo dicht mogelijk bij de klant zien te komen. Dat gold dus ook voor boerderijen en de melk en het vlees dat ze verkochten. De wegen naar de binnenstad en de vervoersmiddelen waren in de negentiende eeuw nog erg simpel en dus waren er ook boerderijen in de binnenstad van Delft. Zo’n 35 boeren met in totaal meer dan 500 koeien, en nog een paar honderd varkens. Die boerderijen vond je vooral aan de oostkant van de stad, rond het Rietveld en de Vlamingstraat. En wat later onder andere ook aan de Oostsingel. Niet onbelangrijk was het feit dat er in Delft redelijk goedkoop diervoer te krijgen was: varkens en koeien kregen ‘spoeling’, een muf ruikend bijproduct van de fabricage van gist, en de Gistfabriek was vlakbij. Koeien en ander kleinvee moest niet alleen de stad in, bijvoorbeeld naar de Beestenmarkt, maar ook vanuit de stadsboerderijen in de zomer naar buiten, naar de weilanden. Aan de oostkant ging dat via de - mooie toepasselijke naam - Koepoortbrug. De eerste brug lag meer richting Vlamingstraat, later werd het gemotoriseerde verkeer belangrijk en werd de brug verplaatst naar de huidige plek. Een van de laatste Delftse stadsboeren stopte uiteindelijk in 1978. Het bedrijf zat aan het Rietveld waar dagelijks de bussen melk door de melkfabriek werden opgehaald. Het was toen verboden om verse melk te verkopen, omdat het niet hygiënisch was. Toen deze boer van de overheid een grote melktank moest aanleggen, hield hij het voor gezien. De allerlaatste stadsboer is te vinden op de punt van het schiereilandje aan de Schie, tussen de Reineveldbrug en het oude kantoor van de Gistfabriek. Frank Driehuijs bestiert daar sinds 1987 die mini-hoeve, maar het besef rijst dat daaraan een eind komt: ‘De leeftijd gaat tellen, ik bekijk nu van jaar tot jaar of ik doorga.’








