Afbeelding
Foto: Tiemen vd Reijken

Dubbel Delft 18/5

Algemeen Dubbel Delft

DELFT – Het is zo’n foto waar je lang naar kunt kijken. Een beeld vanuit de lucht, een kleine honderd jaar geleden. Om maar ’s wat zaken te noemen: het brede water dat vanuit de Schie moeiteloos doorgaat aan de Westvest, het landelijke plein dat achter de molen is te zien, het toen nog smalle weggetje dat over het spoor richting de polder gaat, de van Leeuwenhoeklaan en nog veel meer. Zoals de Hillenlaan, de Crommelinlaan, de Laan van Van der Gaag, de Conradlaan, de Engelsestraat, die allemaal een link hebben met de ‘Bijlenbuurt’. De naam Bijlenbuurt komt voort uit het gegeven dat de in de winter vastgevroren schepen die afgemeerd lagen aan de Hooikade met bijlen werden losgehakt. Dit geluid was tot in de binnenstad te horen. Deze Delftse wijk behoorde in die tijd tot de voorsteden van de stad en daarom kon er, in tegenstelling tot het platteland, allerlei soorten van koopmanschap beoefend worden. Beperkingen waren er wel, er mochten alleen de volgende beroepen worden uitgeoefend: scheepsmakers, ververs, bezemmakers, pottenbakkers, olieslagers, borstelmakers, dunnebierverkopers, zeemtouwers, leer- en lakenarbeiders, pannenbakkers en bouwlieden. Een fraai rijtje, wat je bij het gemiddelde arbeidsbureau niet meer zal tegenkomen. Een aantal van de genoemde beroepen kom je dus in de historie van de Bijlenbuurt, ook wel Zuiderkwartier of ‘strooien dorp’ genoemd, regelmatig tegen. Er waren in die jaren uiteindelijk nogal wat grote bedrijven in en rond deze wijk gevestigd. Eén van de grotere was de firma ‘Asepta’, een bedrijf wat ooit aan de Molslaan 104 was begonnen met de productie van kunsthonig en houtlijm. In 1931 verhuisden ze naar een pand aan de Leliestraat en bouwden in de jaren erna hun bedrijf uit tot aan het Zuideinde. Een belangrijke plaats werd ook ingenomen door Braat, Koninklijke Fabriek van Zinkwaren, een bedrijf wat uiteindelijk grote faam kreeg door de productie van stalen ramen. Op de linker foto is het fraaie hoofdgebouw rechts van het midden te zien. Na leegstand wordt uiteindelijk in het begin van de jaren zeventig het laatste deel van de wijk gesloopt om plaats te maken voor nieuwbouw. Van de oorspronkelijke bebouwing is nog een klein gedeelte aan het begin van de Hooikade nog min of meer in tact.

Afbeelding