
‘We gaan door op de lijn die we vorig jaar hebben ingezet’
AlgemeenDELFT - Onlangs presenteerde het college van burgemeester en wethouders de kadernota aan de gemeenteraad. Hierin gaf het college aan te willen investeren in het versterken van Delft als een vitale, inclusieve en toekomstbestendige stad, met kansen voor alle Delftenaren. In de vergadering van donderdag 27 juni stelde de gemeenteraad deze kadernota vast: “Er is vanuit de raad veel draagvlak voor de richting die we met elkaar zijn ingegaan”, vertelt Martina Huijsmans, wethouder Financiën.
Door Frank van der Steen
Omdat de gemeente vanuit het Rijk geld krijgt voor specifieke opgaven in de stad, heeft het college de komende jaren nog financiële ruimte om te investeren. Vanaf 2026 wordt het geld dat de gemeente structureel van het Rijk krijgt echter minder, waardoor ook Delft een tekort op de begroting verwacht: “We zullen nog wel even moeten wachten op de aangepaste cijfers vanuit het nieuwe kabinet, maar in eerste instantie verwachten we een tekort van zo’n vijf miljoen euro. Als er vanuit het nieuwe kabinet geen duidelijkheid komt over hoe zij omgaan met bepaalde grote dossiers, kan dit tekort nog oplopen tot tien miljoen. Op een begroting van zo’n 400 miljoen is dat best wel een substantieel bedrag. Een heel groot deel van de begroting is al bestemd voor verplichte zaken, waaronder uitkeringen en bedragen die we voor de zorg opzij moeten zetten. We moeten dus echt in het vrije deel gaan zoeken naar hoe we dat financieel gaan rechtbreien.”
Handelingsperspectief
In de kadernota is hiervoor door het college een handelingsperspectief opgenomen, waarmee tekorten kunnen worden opgevangen: “Dat handelingsperspectief is de zoektocht naar hoe we dat tekort gaan dekken. We kunnen niet zomaar gaan bezuinigen op dingen die voor de stad van belang zijn, zoals een bibliotheek, een zwembad of het onderhouden van de buitenruimte. Als je een begroting opstelt neem je overal een beetje slag om de arm, er zit wat voorzichtigheid in en je doet een aanname over hoeveel werk je in een jaar kan doen. Daar willen we nu nog iets voorzichtiger in zijn en nog beter gaan kijken of we daar misschien geld vrij kunnen maken. Het andere punt is dat we dingen waarvan we weten dat er geen ruimte of capaciteit voor is ook niet in de begroting zullen opnemen. Als we bijvoorbeeld vijf straten willen herinrichten, maar weten dat dit in die periode maar voor vier straten gaat lukken, kunnen we daar ook op een andere manier mee omgaan. Als je dat allemaal bij elkaar optelt heb je waarschijnlijk al een groot deel van het tekort bezuinigd, of eigenlijk handiger ingericht. Daarna blijft er nog een klein deel over waarin we uiteindelijk keuzes moeten gaan maken in wat we wel en niet kunnen doen.”
Delft-West
De uitgezette koers richt zich op drie opgaven in de stad: de gebiedsgerichte programma’s Delft-West en Innovatiedistrict Delft en de energietransitie. Ondanks deze gebiedsgerichte programma’s wil het college er volgens Huijsmans voor zorgen dat andere wijken niet onderbelicht worden en er kansen blijven voor alle Delftenaren: “In het gebiedsprogramma zitten ook onderwerpen die voor de hele stad relevant zijn. Omdat we met deze plannen kunnen starten in Delft-West, zien we dat het ook makkelijker is om deze plannen straks op andere plekken in onze stad uit te gaan rollen. Zo worden contacten met scholen en de programma’s die daar draaien eigenlijk ook al heel snel op andere plekken meegenomen. Het geld van het gebiedsprogramma Delft-West komt vanuit het Rijk, waardoor we ons Delftse geld ook op andere plekken kunnen gaan inzetten. Het begint vanuit het Delft-West programma, maar heeft al heel snel de koppeling met lopende contacten in de rest van de stad.”
Armoede en wonen
Naast de drie opgaven richt het college de aandacht ook op thema’s als wonen en armoede: “We hebben lang geleden al gezegd dat er 15.000 woningen bij moeten in Delft. Dit is dus een lijn die er al heel lang is, maar waar we tot 2040 een grote opgave aan hebben. Door al die extra woningen kunnen we ervoor zorgen dat voorzieningen goed gebruikt kunnen blijven en bijvoorbeeld dat winkels genoeg klanten blijven houden om zich staande te houden. We zien nu dat er rond de Spoorzone in Nieuw Delft veel woningen worden gebouwd en zullen straks ook bij de Schieoevers aan de slag gaan. Dat is eigenlijk ook een fundament van de stad, je moet hier in Delft prettig kunnen wonen.” Hier tegenover staat armoede, want er is nog steeds een grote groep mensen in Delft die vanwege armoede minder kansen hebben: “We hebben in Delft aan de ene kant veel mensen die het prima redden, maar ook zeker mensen waarbij alles minder vanzelfsprekend is. Mensen in armoede hebben in hun leven vaak minder ruimte om goede keuzes te maken. Voor kinderen die in armoede opgroeien biedt dit bijvoorbeeld al een stuk minder kansen, ondanks dat we als stad heel veel kansen kunnen bieden. Het is van belang dat we in Delft iedereen kansen kunnen bieden met het oog op een mooie toekomst. Dat is voor mij een basisvoorwaarde om Delft goed te laten functioneren.”
Prinsenhof
Als laatste wil het college ook stevig inzetten op het uitvoeren van projecten, met als voorbeeld de renovatie van Museum Prinsenhof: “Het project rondom Museum Prinsenhof betalen we uit onze spaarpot, wat incidenteel geld is dat we specifiek hiervoor hebben gereserveerd en geld dat we hebben ontvangen in een gulle gift van een Delftse familie. We kunnen door deze spaarpot dus toch investeringen doen, ondanks dat we vanaf 2026 substantieel minder geld krijgen vanuit het Rijk. Het Prinsenhof is een pand van de gemeente en wij moeten er als gemeente voor zorgen dat dit pand toekomstbestendig blijft. Daarnaast is het natuurlijk een hele belangrijke plek voor onze vaderlandse geschiedenis, waarin wij als gemeente ook een verplichting te doen hebben.”
De vastgestelde kadernota is de basis voor de begroting die de gemeente gaat opstellen voor 2025 en verder.







