
‘Delft verdiende vroeger veel geld dankzij slavernij, geweld en moordpartijen’
AlgemeenDELFT - Op vrijdag 31 mei gaat talkshow De Staat van Delft in OPEN over het slavernijverleden van onze stad. Hoe moeten we het koloniaal en slavernijverleden van Delft herdenken? Hoe kunnen we de afschaffing ervan het beste vieren? En hoe kunnen we de gevolgen hiervan, zoals racisme en discriminatie, beter bestrijden? Daarover gaat het gesprek in De Staat van Delft met, onder andere, wethouder Joëlle Gooijer.
Door Nico Jouwe en Julia Jouwe
“Veel mensen weten dat er in de West-Indische koloniën slavernij bestond. Maar veel minder mensen weten dat dit ook in de Oost plaatsvond, ten tijde van de Verenigde Oost-Indische Compagnie”, zegt historicus Gerrit Verhoeven. Op een doordeweekse avond in mei vertelt Verhoeven aan een gehoor van ruim veertig mensen, dat de uiterst winstgevende VOC-handel in de zeventiende en achttiende eeuw gepaard ging met slavernij, geweld en moordpartijen.” De zaal hapt naar adem. De lezing maakt deel uit van een stadsgesprek dat is georganiseerd door het Kwartiermakers Comité (KMC) Slavernijverleden Delft. Nog niet zo lang geleden maakte Delft via citymarketing nog volop reclame met de ‘Gouden Eeuw’ en het roemrijke VOC verleden, herinnert menig Delftenaar zich. Maar voor die trots is geen plaats meer, zoveel wordt wel duidelijk uit het verhaal van Verhoeven. Excuses kwamen er voor in de plaats.
Kansengelijkheid vergroten
Die excuses werden op 19 december in het stadhuis door burgemeester van Bijsterveldt uitgesproken. Directe aanleiding hiervoor vormde de publicatie van een rapport dat Verhoeven samen schreef Ingrid van der Vlist en Nancy Jouwe. Zij ontdekten dat zowel Delftse stadsbestuurders als gerenommeerde instellingen én particuliere Delftenaren goed verdienden aan slavernij. Na de publicatie stuurde het KMC een aantal adviezen naar het stadsbestuur. “Naast het maken van excuses hebben we het college ook geadviseerd een gedenkplek in te richten en een jaarlijkse herdenking in te stellen”, vertelt Glenn Weisz, voorzitter van het KMC en nazaat met roots in Suriname. “Verder hebben we geadviseerd meer onderzoek te doen en een toegankelijke publieksversie van het rapport te laten maken.” Inmiddels is bekend dat die publieksversie er snel komt. Voor nader onderzoek wil ook de protestantse kerk in Delft een duit in het zakje doen. Er ligt een verzoek bij de Kerkenraad om verder onderzoek te financieren, meldt stadspastor René Strengholt. “Ons laatste advies”, vervolgt Glenn Weisz, “was om de kansengelijkheid in Delft vergroten en discriminatie en racisme aan te pakken met inclusief beleid.” Weisz legt nadrukkelijk een verband tussen de slavernij en hedendaags racisme.
‘Slavernij was normaal’
Niet iedereen is overtuigd van het belang van de adviezen van het KMC. Voor Bram Stoop, fractievoorzitter van Hart voor Delft, hoeven slavernij en racisme niet gekoppeld te worden. De excuses van de burgemeester vond hij evenmin nodig. “Slavernij was heel erg, maar wij zijn daar niet verantwoordelijk voor. Met vond het destijds normaal”, aldus Stoop. Maar, al in 1801 verscheen er in Delft een boek dat slavernij als ‘wreed, hard en onrechtvaardig’ bestempelde. Ook de slaafgemaakten zelf vonden slavernij natuurlijk niet ‘normaal’, houden we Stoop voor. Maar daar heeft hij geen boodschap aan: “De politiek in die tijd vond het goed.” Als het college met voorstellen komt, die aansluiten op de adviezen van het KMC, zal hij daar niet voor stemmen. “Ik heb een achterban die niks met dit onderwerp heeft.”
Inclusief beleid en discriminatie
Wat de aanpak van discriminatie en racisme betreft; dit moet onderdeel worden van nieuw integraal inclusief beleid, laat een woordvoerder van de gemeente Delft weten. Aan het eind van dit jaar is hierover meer duidelijk, waarna een nota met een actieprogramma zullen volgen. Hiermee geeft de gemeente eindelijk gehoor aan de in 2022 verstuurde oproep van de minister aan alle gemeenten om anti-discriminatiebeleid te ontwikkelen. Tot nog toe beperkte Delft zich tot het wettelijk verplichte minimum op het gebied van discriminatiebestrijding. Op de gemeentelijke website is een doorverwijzing naar het landelijk meldpunt Discriminatie van de Stichting iDb te vinden, waar klachten gemeld kunnen worden. De inmiddels door de gemeente aangekondigde uitbreiding van de aanpak lijkt hard nodig. Uit onderzoeksgegevens van de overheid blijkt immers dat racisme op basis van huidskleur en etniciteit nog steeds de meest voorkomende vorm van discriminatie is en blijft groeien. Landelijk zet de overheid uitgebreide vervolgstappen na het excuus dat premier en koning al eerder maakten, zo schreef het kabinet vorige maand aan de Tweede Kamer. Over welke stappen Delft lokaal gaat nemen praten we op 31 mei in De Staat van Delft.
De Staat van Delft over Delft en de slavernij, de excuses en het vervolg. Vrijdag 31 mei van 16.00 - 17.00 uur (inloop vanaf 15.30 uur) in OPEN, Vesteplein 100 Delft. Toegang gratis.








