
Jan Koster: van de Delftse gymzalen tot de wereldtop
sportDELFT - Zeg je taekwondo, dan zeg je Jan Koster. De inmiddels 78-jarige Delftenaar begon als kleine jongen met judoën bij Koos Bonte, maar maakte later kennis met taekwondo. Na een aantal Koreanen in actie te hebben gezien wist hij het zeker: dit is precies wat hij zocht. Jaren later is Koster een gevestigde naam in de absolute wereldtop van het taekwondo, wat onlangs door de ITF HQ in Zuid-Korea werd bekroond met een 7e Dan Master: “Ik heb nooit iemand onderschat, iedereen heeft namelijk twee armen en twee benen. Dat heb ik ook altijd proberen mee te geven aan mijn leerlingen.”
Door: Frank van der Steen
In zijn woonkamer in Delfgauw vertelt Jan enthousiast over zijn beginjaren: “Na het judo heb ik nog een jaartje karate gedaan in Den Haag, maar daarna stapte ik over naar taekwondo. Toen ik een jaar of 18 was heb ik binnen een jaar mijn zwarte band gehaald, terwijl 2 à 3 jaar gebruikelijk was! Dit kwam omdat ik vanaf het begin met een aantal Koreanen getraind heb die destijds in Scheveningen woonden. Ik haalde ze daar op en bracht ze naar Rotterdam, waar we gezamenlijk gingen trainen. Omdat ik die jongens elke keer kwam ophalen kreeg ik veel meer aandacht, dat vond ik prachtig! Mijn eerste examen was voor de blauwe band, mijn tweede voor de bruine band en mijn derde was al voor de dangraad! Zoiets kwam ook nooit voor, maar ik leerde het echt van de absolute top. Beter kan je het echt niet leren.”
Wereldtop
Wat begon met 3 à 4 keer per week trainen, liep al snel op naar 3 keer per dag: “Op een gegeven moment was taekwondo echt mijn leven. Ik werkte altijd bij mijn vader in de dierenwinkel, maar ik vond sporten veel leuker en belangrijker. Ik was 20 toen ik mijn eigen taekwondoschool oprichtte. Mijn lessen gaf ik eerst in gymzaaltjes door de hele stad, later in een eigen pand aan de Simonsstraat. Tegelijkertijd bleef ik zelf ook gewoon knokken!” En knokken deed Jan niet voor lol, hij wilde altijd winnen. Eenmaal op de mat ging er een knop om en werd hij, al zegt hij het zelf, een beest. In zijn topjaren werd hij 12 keer Nederlands kampioen, 2 keer Europees kampioen en als klap op de vuurpijl werd hij in 1970 ook nog eens 3e op het WK in Canada: “Die derde plaats in Toronto was wel heel erg bijzonder, dat is vergelijkbaar met als Nederland het WK voetbal zou winnen. Alle toplanden deden mee, wat over het algemeen de Aziatische landen waren. Naast alle titels heb ik ook nog veel andere toernooien gewonnen, onder andere in Amerika.” Dat Jan tot de wereldtop behoorde bewees hij nog maar eens toen hij de finale van het NK won met, geloof het of niet, een gebroken enkel! “Ik dacht eerst dat die enkel zwaar gekneusd was, maar later bleek pas dat het gebroken was. Toen ik voor de finale bij de EHBO kwam zeiden ze gelijk dat ik niet verder kon, maar daar luisterde ik natuurlijk niet naar! Ik stond in de finale en ik wilde winnen, dus ik ging gewoon vechten. Ondanks dat ik tijdens de wedstrijd maar op één been kon staan, ging ik er als een gek in en werd ik alsnog Nederlands kampioen!” Het grote verschil uit die tijd is dat alles uit eigen zak betaald moest worden: “In die tijd moest je alles zelf betalen, je werd door niemand gesponsord. Van de reis tot je kleding en van je eten tot je verblijf, alles moest je zelf regelen. Als je door de bond werd gestuurd kreeg je wel een pak, daar was je dan wel heel erg blij mee.” Tijdens zijn carrière is Jan ook nog drie jaar bondscoach geweest van het Nederlands team: “En ik was de enige bondscoach die zelf nog knokte! Een team bestond toen uit vijf man en één reserve, maar tijdens de stagedagen kwamen alle talenten uit het land voorbij. Aan de mat was ik als bondscoach erg fanatiek, maar het gebeurde dus regelmatig dat ik na het coachen zelf nog een wedstrijd moest vechten. Dat maakte het een hele leuke tijd.”
Discipline
Net als in zijn wedstrijden was Jan ook als leraar erg streng en gedisciplineerd: “Discipline en sportiviteit stonden bij mij heel hoog in het vaandel. Als kinderen de dojo binnenkwamen moesten ze mij eerst netjes groeten. Hierna konden ze even lekker spelen, maar zodra ik ook maar één keer in mijn vingers knipte was het muisstil in de zaal! Ook moesten ze hun knoop allemaal op precies dezelfde manier knopen. Geen goede knoop? Dan mochten ze terug naar de kleedkamer en pas terugkomen als de knoop goed was. Ik was erg streng, maar wel op een goede en leuke manier. Vooral als ik iets aan het uitleggen was kon je echt een speld horen vallen. In mijn sportschool aan de Simonsstraat had ik in de gang grote ramen waar ouders konden kijken naar de les. Soms gingen ouders wel eens op het raam kloppen om te zeggen dat hun kind moest opletten, maar dat was natuurlijk even helemaal niet de bedoeling! Ik hoefde op zo’n moment alleen maar de deur open te doen en het was klaar.” Ook als Jan naar wedstrijden of toernooien ging hanteerde hij dezelfde werkwijze: “In die tijd nam ik vaak zo’n 80 à 90 kinderen mee naar een evenement! De kinderen hadden allemaal netjes een trainingspak van de sportschool aan, wat ook bij andere scholen wel indruk maakte. Tijdens het evenement lag de hele zaal altijd vol met rotzooi, maar in mijn hoek was het altijd helemaal schoon. Ik verdeelde de kinderen in groepjes en liet de ouders toezicht houden op het opruimen van de rotzooi en het aantrekken van de juiste kleding. Later zag ik dat andere scholen die methode overnamen, dat is leuk om te zien.” Wat Jan mooi vindt om te zien is dat zijn oude leerlingen deze manier van lesgeven overnemen in de lessen van nu: “Neem Graziella Idili, Tim Kool en Euclides Brito de Carvalho, die drie hebben exact dezelfde manier van lesgeven. Ik vind het prachtig om te zien dat oud-leerlingen nu ook het vak in rollen, daar doe je het uiteindelijk voor.”
Uitreiking 7e Dan Master
Dat Jan zeer geliefd is onder zijn leerlingen en oud-leerlingen bleek zo’n twee weken geleden uit een prachtige verrassing van een aantal dangraadhouders, waaronder oud-leerlingen Marco van den Bos en Jan Kwant. Zij zochten contact met de ITF HQ in Zuid-Korea, het internationaal bestuursorgaan van de International Taekwon-Do
Federation, en vroegen of Jan wellicht benoemd zou kunnen worden tot 7e Dan Master. Op zaterdag 18 juli was het dan echt zover: “In eerste instantie zouden er een aantal dangraadhouders langskomen voor een reünie met een BBQ, maar toen ik mijn dochter en kleinkinderen binnen zag komen wist ik dat er meer aan de hand was! Ik heb vier kleinkinderen die weliswaar niet aan taekwondo doen, maar wel allemaal een sport beoefenen. De twee oudsten Seth en Owen doen aan rugby, Hugo zit op voetbal en Max doet aan hockey. Ik ben echt heel erg trots op ze!” Hierna kwamen er drie mensen van de ITF Nederland binnen: “En één daarvan herkende ik gelijk! Dat was Gerard, een jongen die ik vroeger zelf nog les heb gegeven en mij nu de 7e Dan Master kwam uitreiken! Achteraf bleek ook dat ik bij die andere twee de examens voor hun 1e en 2e Dan nog heb afgenomen, ik zat destijds namelijk ook nog in de examencommissie. Die jongens vonden het een eer om deze onderscheiding aan mij uit te reiken en kwamen eerst nog met allemaal excuses dat ik deze onderscheiding al veel eerder had moeten krijgen! Deze onderscheiding is gebaseerd op eer en prestaties uit het verleden, je hoeft er daarom ook geen examen voor te doen. Vanuit de ITF kreeg ik een gouden speld van Choi Hong-hi, de grondlegger van het moderne taekwondo, en een certificaat uit Zuid-Korea. Ik vond het een prachtige verrassing, zeker ook door de mooie woorden van al die gasten en de mensen vanuit de ITF. Ik ben normaal gesproken helemaal niet zo, maar ik heb zelfs een traantje moeten wegpinken! Taekwondo zal voor altijd mijn leven blijven.”









