
De twaalf poorten van Delft (2)
AlgemeenSinds mensenheugenis worden steden beschermd door wallen, bastions en andere verdedigingswerken. Stadspoorten vormen daar een belangrijk onderdeel van. Met de poorten konden niet alleen inkomende en uitgaande reizigers gecontroleerd worden, ook kon men zo inkomende goederen reguleren en desgewenst accijnzen innen. Vaak diende de poort als uitkijkpost en vaak zelfs als gevangenis. In de stad, net binnen de poorten trof men allerhande bedrijfjes aan die aan de reizigers verdienden.
Door Jeroen Stolk
Naast handelaren in etenswaren vond men nabij een stadspoort herbergen, schoenmakers en hoefijzersmeden. Maar ook net buiten de stadsmuur waren er herbergen om verlate reizigers onderdak te bieden wanneer zij voor een gesloten stadspoort kwamen te staan. De vroegste stadwallen bestonden vaak uit niet veel meer dan aarden wallen of palisades. Pas later ging men over op stenen muren. Deze werden, naar hun aarden voorganger, eveneens wallen genoemd. Stenen ommuring was niet altijd rond de gehele stad noodzakelijk.
Waar niet strikt nodig, werd een dure stadsmuur soms geheel of gedeeltelijk weggelaten. Bijvoorbeeld omdat een stad aan die zijde een natuurlijke bescherming genoot door bijvoorbeeld een berg of ravijn. Maar het risico bestond dan wel dat een potentiële vijand dit wist te omzeilen.
Ook de stadsmuur rond Delft was onvolledig waardoor de oostkant van de stad minder bescherming genoot. Wel waren er een aarden wal en enkele waltorens ter verdediging. Daarbij kon men vanaf de windmolen een mogelijke vijand al van verre zien naderen. Men verwachtte van die kant geen aanval onder meer omdat het moerassig en drassig gebied was.





