Delft ontvangt van het Rijk ruim 17 miljoen euro voor de woningbouwprojecten in Delft-West en het Stationsgebied Delft Campus. (Foto: Koos Bommelé)
Delft ontvangt van het Rijk ruim 17 miljoen euro voor de woningbouwprojecten in Delft-West en het Stationsgebied Delft Campus. (Foto: Koos Bommelé)

Delft ontvangt mooi bedrag voor nieuwe woningen

Algemeen

DELFT - Delft ontvangt van het Rijk ruim 17 miljoen euro voor de woningbouwprojecten in Delft-West en het Stationsgebied Delft Campus. Het Rijk geeft via deze Woningbouwimpulsgelden (WBI) een impuls aan woningbouwprojecten. De bouw moet uiterlijk 3 jaar na toekenning van het geld starten.  

Ook in Delft is het woningtekort groot, vooral als het gaat om betaalbare woningen. De gemeente heeft voor Delft-West 4 projecten ingediend: Kop van de Buitenhof, De Reiger, Van Hasseltlaan en Gillis-Delfia. Voor deze projecten krijgt de stad een impulsbedrag van 15,5 miljoen euro voor ongeveer 1860 nieuwbouwwoningen. Voor Station Delft Campus is het bedrag 1,6 miljoen voor ongeveer 1100 woningen. De woningbouwprojecten bestaan uit tenminste 50% betaalbare woningen en hebben een aantoonbaar publiek financieel tekort. De aangevraagde rijksbijdrage gebruikt de gemeente voor maatregelen die leiden tot een impuls aan de woningbouw. In dit geval de aankoop van twee locaties, mobiliteitsmaatregelen en investeringen in de openbare ruimte. “We zijn ontzettend blij met deze bijdragen vanuit het Rijk. Zo kunnen we zowel in Delft-West als het gebied rondom station Delft Campus weer een belangrijke stap zetten om het woningtekort te verkleinen”, aldus wethouder Karin Schrederhof. 

Voor de WBI-gelden geldt dat minimaal 50% van de woningen betaalbaar is. Dit zijn sociale huurwoningen, middenhuur woningen en koopwoningen tot €355.000. In deze WBI-aanvragen is geen overlap met de activiteiten waarvoor de gemeente eerder Versnellingsgelden heeft ontvangen. De raad beslist bij de behandeling van de kadernota over de medebekostiging van 50% als cofinanciering bij deze aanvragen. 

Kijk voor meer informatie op www.delft.nl.