
14 mei 1940: Delft in het teken van de ramp van Rotterdam
AlgemeenLangs sporen van de oorlog
Eind 1936 begon Kees Tetteroo (1922-2001) uit Den Hoorn een dagboek op verzoek van zijn broer die als missionaris naar Nederlands Indië vertrok. Zijn dagboeken groeien uit tot een waar geschiedenisboek van de omgeving en van de gebeurtenissen elders in Nederland en wereldwijd.
Door Gemma van Winden-Tetteroo
Al op de eerste oorlogsdag vallen Den Hoorn en Delft ten prooi aan de bommen van de Duitsers. De Wippolder krijgt het zwaar te verduren. Er zijn hevige gevechten. In Den Hoorn worden de kerk en het zustershuis ernstig beschadigd. Van het jongerengebouw aldaar is helemaal niets meer over. Hier en daar kruipen mensen in groten getale bij elkaar in haastig verstevigde kelders van boerderijen. Ogenschijnlijk wordt het daarna even wat rustiger. We lezen in ‘Mijn dagboek, oorlogskroniek van Kees Tetteroo’: “14 mei 1940: Gelukkig hebben we een rustige nacht gehad in de kelder. Er zijn wat mensen bijgekomen. Drie mensen die naar ’t Woudt wilden moesten het laatste eind door de slootkanten kruipen wegens de rondvliegende kogels, nu kwamen ze maar bij ons… Het is te merken dat er hoe langer hoe korter bij gevochten wordt want de hele morgen dreunt en trilt alles bar.”
Regeering
“Er gaan geruchten dat de Regeering naar Engeland is gegaan. Het is te hopen dat het maar niet waar is, want in dat geval is het een teken dat de situatie hopeloos is. Misschien is dit gerucht ongegrond, doch in de loop van de morgen horen we het door de radio dat H.M. de Koningin met de Regeering naar Engeland is gegaan. Over velen maakt zich nu een gevoel meester van ontmoediging. Proclamaties worden voorgelezen die aanmoedigen om vol te houden. Volhouden tegen een overmachtige vijand die al opgedrongen is tot in Rotterdam. Maar Engeland en Frankrijk hebben Nederland volop steun toegezegd en dat zal dan nog wel komen. Alle mensen hunkeren naar berichten van landingen van Geallieerde legers, elk uur kan het komen, als het nog maar niet te laat is…
‘s Avonds om een uur of zeven hoorden wij de eerste geruchten dat de strijd gestaakt zal worden. Overal staan groepjes mensen te praten over de toestand. In de verte stijgen dikke rookwolken hemelwaarts.”
Rotterdam staat in vuur en vlam
“Vanmiddag hebben enkele eskaders Duitsche bommenwerpers talloze brand- en brisantbommen op de weerloze stad Rotterdam laten vallen. Een ontzettende brand is uitgebroken. Het is overal bar stil. Er wordt niet meer geschoten en er is geen vliegtuig meer te zien. Even later komt door de radio het officiëele bericht dat Nederland de wapens neergelegd heeft. De Opperbevelhebber van Land- en Zeemacht, Generaal Winkelman, spreekt voor de radio tot ons volk. Er maakt zich een doffe neerslachtigheid van de mensen meester. Op Den Hoorn waren de zich daar bevindende Hollandsche soldaten woedend. Ik zag soldaten die hun geweren tegen een boom in stukken sloegen, anderen gooiden hun kostbare uitrusting in het water. Op een licht stuk geschut zat een kapitein te huilen als een kind. Overweldigd in tijd van vier en een halve dag. Ondanks de ernstige toestand was iedereen vandaag nog vol goede moed geweest. Elke burger hielp mee om alles in staat van verdediging te brengen. Zware muren waren op de toegangswegen naar Delft gebouwd en overal werden barricades opgeworpen, machinegeweersnesten gegraven, zware balken in de grond gezet. Iedereen werkte hard om ons leger te helpen de naderende vijand tegen te houden, doch tevergeefs. De wil om de indringers te lijf te gaan en tegen te houden was er, maar de middelen waren er niet.”
Enorme vuurgloed
“Toen de avond viel, konden we de verre omgeving rood zien kleuren door de ontzettende vuurzee waarin Rotterdam ten onder ging. Het maakte op ons een diepe indruk; na die wilde dagen, nu die doodse stilte met een brand zoals we ons nooit konden voorstellen. Overal gingen de lichtjes weer aan doch even later werd op last van de burgemeester gezegd dat er toch weer verduisterd moest worden. Omstreeks half elf fietste ik in een voelbare duisternis naar de dokter te Schipluiden om hem te roepen voor een buurvrouw, maar hij kwam niet mee in deze duisternis. Hij vertelde hoe hij een dezer dagen in zijn auto door parachutisten was beschoten, waarbij een paar kogels dwars door zijn wagen vlogen. Nee, hij kwam niet naar de Woudscheweg voordat het licht was. Ik kreeg poeders mee die ik maar af moest geven. Nog even bespraken we de toestand waarna ik terugkeerde. Onderweg moest ik telkens naar die enorme vuurgloed kijken. Vreselijk was het.”
“De oorlog is snel over ons heen getrokken. Hoeveel zal er vernield zijn, hoeveel jonge levens zullen er gevallen zijn? Donderdag, daags voor de rampvolle 10e Mei, reden we nog gewoon naar de markt in Delft. Vader, Moeder en ik met de auto zoals elke Donderdag, niet denkend wat er voor de deur stond. Nu brandt Rotterdam en wat zal er nog vernield zijn en verloren. In de eerste plaats hebben we onze onafhankelijkheid verloren. Maar wat wij niet verloren hebben en verliezen mógen is onze Nederlandsche geest van fierheid en waardigheid, ook bij den grootsten tegenslag. Hoe smartelijk ook het verlies van die vrijheid is, wat kon de legerleiding doen, toen haar het ultimatum bereikte, dat de steden systematisch zouden vernietigd worden, dan de wapens neer te leggen?”
Woensdag 15 Mei 1940
“Er is geen wolkje aan de hemel en toch is het duister. De zon gaat schuil achter een gordijn van roet, as en papier dat door de hitte van brandend Rotterdam hoog door de lucht zweeft en ver weg weer neerdaalt. Vader en ik zijn nog even naar De Lier geweest maar onder het fietsen hadden we telkens vuil in de ogen en toen we onze neus eens uitsnoten, werden onze zakdoeken zwart van het roet. Overal lag het bezaaid met papieren en nog steeds regent het papier o.a. stukken behang, levensverzekeringpolissen, rekeningen, vrachtbrieven, poststukken, enz. enz. zelfs grote stukken gordijn. Het hier opgeplakte pandbewijs viel vlak voor mijn voeten bij ons thuis.
Een tuinder hier vlak bij vond een verkoold bankbiljet van f 100,-. Berichten uit Rotterdam melden dat honderden brandspuiten uit Noord- en Zuid-Holland het vuur hebben aangetast, doch de vuurhaarden zijn zo hevig en talrijk, dat de blussingsploegen voor een vrijwel hopeloze taak staan. Onafgebroken rijden Rode-Kruis-transporten af en aan, om de gewonden te bergen. De instanties, die met de berging van lijken belast zijn, hebben nog geen inzicht in het aantal doden dat het bombardement heeft geëischt, doch dit getal zal zeer hoog zijn.”
Hulp
“Delft is momenteel geheel in het teken van de ramp van Rotterdam. Terwijl enorme rookkolommen de lucht instijgen, kwamen reeds gisterenavond de eerste vluchtelingen uit de Maasstad in Delft aan en den gehelen nacht zijn zij blijven trekken, met duizenden, op handwagens en kinderwagens het schamel overschot van hun bezit met zich voerend. Zij werden hier gastvrij ontvangen, blij als men was nog in de gelegenheid te zijn anderen hulp te kunnen bieden. Vele vluchtelingen die plotseling alles verloren waren, behoefden dringend dekking en voeding. Voor zover zij niet bij particulieren waren ondergebracht, kregen ze onderdak in Stads-Doelen en in verschillende gebouwen van de Technische Hoogeschool.”
Ravage
“De toevoer van water uit Rotterdam is vrijwel gestagneerd, daarom wordt op de bevolking een beroep gedaan met het verbruiken van water de uiterste zuinigheid te betrachten. In verband hiermede is het verboden de waterspoeling van de W.C.’s door te trekken. Ook het gebod om zuinig te zijn met gas en electriciteit blijft onverminderd van kracht. De geweldige ravage in onze kerk (van Den Hoorn.red) aangericht, hebben een aantal jongemannen, waar ik ook bij was, opgeruimd. Lege munitiekisten gebruikten we om glasscherven e.d. in te doen en weg te brengen. We vonden in het patronaat nog een aantal kisten geweerpatronen die we toen maar in het water van de veiling gegooid hebben.”
Fietstochten, wandelingen en lezingen
Dit zijn fragmenten uit ‘Mijn dagboek, oorlogskroniek van Kees Tetteroo’.
Afgevaardigden van vier partijen: CultuurStek, Vrienden van de Woudtse Kerk, Historische Vereniging en het 4/5 mei comité organiseren in Midden-Delfland fietstochten en wandelingen ‘Langs sporen van de oorlog’ allemaal in het kader van het oorlogsdagboek. Routeboekjes zijn à € 2,- te koop bij Plus van Leeuwen in Den Hoorn en bij Albert Heijn Buckers in Schipluiden. Er zijn ook twee lezingen over het oorlogsdagboek. Op 1 mei verzorgen Aad en Gemma van Winden-Tetteroo een lezing in de raadszaal van het gemeentehuis in Schipluiden, aanvang 20.00 uur en op 5 mei is er een lezing in het kerkje van ‘t Woudt, aanvang 19.30 uur. Hierna wordt het project afgesloten met een gepast muzikaal optreden van zanggroep FEM. De lezingen zijn gratis maar vooraf aanmelden is noodzakelijk via:
www.cultuurstek.nl
Vol=vol.









