
Delft in de eerste oorlogsdagen
AlgemeenLangs sporen van de oorlog
Eind 1936 begon Kees Tetteroo (1922-2001) uit Den Hoorn een dagboek op verzoek van zijn broer die als missionaris naar Nederlands Indië vertrok. Kees begon in een schoolschrift: “Maar toen 1939 aanbrak met zijn schokkende wereldgebeurtenissen, moest ik uitbreiden,” zo schrijft hij. “Dat waren dingen die ons over vijfentwintig jaren misschien nog interesseren. Een schrijver ben ik niet,” voegt hij toe als hij 850 (!) pagina’s in zijn keurige handschrift begint.
Door Gemma van Winden-Tetteroo
Zijn dagboeken vormen een verzameling ooggetuigenverslagen zonder opsmuk, hier en daar lijkt het wel een spannend jongensboek. In 1939 schrijft hij over de dreigende situatie in de wereld: “De Nederlandsche regeering acht het noodzakelijk om de voor-mobilisatie af te kondigen. Delft is omgeschapen in een garnizoensstad. Een groot aantal militairen zijn er gelegerd.” Dinsdag 29 augustus meldt hij: “De Europeesche toestand wordt nog duisterder. Onze Regeering besluit tot de algemene mobilisatie van de lichtingen 1924 tot en met 1939. Vracht- en luxe auto’s en paarden worden gevorderd. Duizenden paarden zijn in Delft. Er worden krasse maatregelen tegen hamsteren genomen.” Half november 1939: “Een zeer spannende dag voor Nederland. Wat er eigenlijk gaande is, weet niemand, doch iedereen voelt dat er dreigende gevaren zijn. De op het vliegveld ‘Ypenburg’ gestationeerde militaire vliegtuigen zijn onder de bomen langs de Rijksweg Den Haag – Delft gezet. Zou er een aanval te verwachten zijn? De militaire verloven zijn ingetrokken en er is alarmtoestand.” Kees houdt niet alleen bij wat er in zijn directe omgeving gebeurt maar ook wat zich in de rest van Nederland en wereldwijd afspeelt. 18 november 1939: “Weer schond een Duitscher onze neutraliteit en kwam boven Vlieland in gevecht met een Hollandsch vliegtuig.”
![]()
Kees Tetteroo (1922-2001)
Vrijdag 10 mei 1940.
’s Morgens 3.30 uur
Zwaar ronken van vliegtuigmotoren vermengd met het heftig blaffen van afweergeschut verstoorde onze omgeving, onze rustige omgeving. Toch ondanks deze ongewone herrie sliep ik rustig door. Opeens werd ik wakker geroepen door mijn Vader. “Kees kom er uit jo, er vliegen hier een heleboel vliegtuigen boven en hoor ze eens schieten.” Plotseling kwam ik tot de werkelijkheid en hoorde nu ook al dat lawaai. Vlug sprong ik uit bed en liep naar een raam. Op een hoogte van ongeveer 500 meter zag ik elf vliegtuigen keurig in formatie vliegen omgeven door detonatiewolkjes van het luchtdoelgeschut. Ze vlogen in drie groepen van drie en één van twee vliegtuigen. Aan de tekens op de vleugels zag ik dat het geen Hollandsche vliegtuigen waren maar het waren Duitsche. “Het zijn moffen!” riep ik naar mijn Ouders die voor een ander raam stonden te kijken. In de verte klonken zware ontploffingen. Langzaam begon het tot mij door te dringen dat we in oorlog waren, dat ons land nu moest vechten… In Delft werd luchtalarm gegeven. De jankende tonen der sirenes golfden door de mooie voorjaarsmorgen over de stad alsof ze de mensen wilden vertellen of waarschuwen voor het gevaar dat naderde in de vorm van vele vliegtuigen die als grote aasgieren boven de stad cirkelden...”
Brisantbommen
“De nacht viel over ons zo diep ongelukkig land. Hier en daar stak angstig rood een brand tegen de avondhemel af. Ook boven Delft hing een rode gloed. In de avonduren hadden een paar Duitsche bommenwerpers brand- en brisantbommen op de Wippolder geworpen en er een zware brand veroorzaakt. Wat er in brand stond, wisten we niet. Francien (de zus van Kees.red) en haar man en gezin wonen daar. Hun lot was voor ons een groot vraagteken. Langzaam ging de nacht voorbij. Een nacht die door velen niet meer beleefd is of voor veel anderen de laatste zou zijn. Nederland in den oorlog.
Intussen drongen hoe langer hoe meer geruchten tot ons door over de toestand in Delft. De Wippolder lag volgens sommigen grotendeels plat en de N.S.B.’ers zouden zich daar nog steeds tegen arrestatie verzetten. Bij ons kwam steeds meer de vraag op: “Hoe zouden Francien, Cor en de kinderen het hebben?”. Daarom besloot ik ’s middags om te gaan kijken, dus ging ik op pad.”
Doodskist
“Op Den Hoorn aangekomen maakte ik even een praatje met een paar vrienden. We stonden zo even te praten toen een luxe auto stopte, de chauffeur keek even rond en reed toen weer verder. Achter in de wagen lagen vier of vijf lijken van mannen, zomaar opgestapeld. Verbaasd keken we de auto met z’n luguber vrachtje na.
Na dit ‘intermezzo’ peddelde ik weer verder maar werd ik bij de Kogelgieterij door Hollandsche soldaten aangehouden. Op hun vraag of ik kon aantonen dat ik Hollander was liet ik mijn bewijs van Nederlanderschap zien. Toen moest ik vertellen waar ik heen ging. “Naar de Wippolder,” zei ik. “Gevaarlijke buurt, je mag dan eerst wel je doodskist bestellen.” Het was wel niet erg bemoedigend, ‘maar voorlopig ga ik toch maar verder,’ dacht ik. Overal was het druk op de straten, want gewerkt werd er maar weinig. Zo hier en daar waren barricades op de Buitenwatersloot gemaakt. Het wemelde van de soldaten en het viel me op dat de stemming onder hen zo goed was. Ik was net de spoorwegovergang gepasseerd, toen ik een stel soldaten met hun geweren in de handen langs de huizen zag sluipen. “Gauw, ga als de donder in dat tramhuisje liggen,” beet een officier me toe. Ik smeet m’n fiets zomaar neer en ging in het tramhuisje op de vloer liggen, dat erg stoffig was en bezaaid met tramkaartjes e.d. “Goeienmiddag,” hoorde ik vlakbij me zeggen. Ik was zo haastig komen binnenrollen dat ik nog niet eens gezien had, dat tegen de andere muur een jongeman lag.”
Wippolder ligt plat
“Buiten werd geschoten, vlak naast het tramhuisje klonk ook een schot. “Waar schieten die nu op, er zitten hier toch geen parachutisten?” vroeg ik. “Misschien hebben ze weer een paar N.S.B.-ers in de gaten,” was het antwoord. Een aantal soldaten kroop vlak langs de muur voorbij. Er was nergens een burger te zien. Hier en daar klonken snerpende bevelen. “Nou het is hier alles behalve gezellig, ik wou dat ik maar op Den Hoorn gebleven was.” “O, dat valt wel mee. Nee, dan moet je in de Wippolder komen, die is zowat helemaal plat.” Ik veerde op. “Wat zeg je, is het erg daar, kom je er soms vandaan?” “Nee, dat niet, maar je hoort er genoeg over, het heeft er bar gebrand.” Ergens hoorde ik “Dekken!” roepen. Laag gierden een paar Duitsche vliegtuigen over de stad.
“Nou, ik was net van plan om er heen te fietsen want ik heb er familie wonen, snap je?” “Ga je naar de Wip? Nou jij liever dan ik, want het is er een reuze rotzooi met die straatgevechten tegen parachutisten en zo. Hier steek eens op, een sigaret smaakt wel en is goed voor de zenuwen.” Ik stak een sigaret op.
Even later was het buiten weer veilig, dus zocht ik m’n fiets weer op en reed over de Binnenwatersloot naar de Peperstraat waar ik weer werd aangehouden. “Afstappen en handen omhoog!” klonk het bevel. Toen ik op wapens gefouilleerd was, moest ik weer m’n papieren laten zien. “Hé Kees, wat zoek jij hier?” klonk het achter me en een soldaat stapte op me toe. Het was een jonge boer uit onze omgeving. Hij vroeg me of ik wist hoe of het bij hem thuis was. Hoewel ik er niets van af wist, zei ik maar dat alles goed was.”
![]()
De Wippolder in Delft kreeg het de eerste dagen van de oorlog zwaar te verduren. Foto: C.T.
Luchtalarm
“Weer mocht ik verder, doch een eindje verder werden de mensen weer naar binnen gejaagd. Dit keer kwam ik in een portiek terecht van de Gruyter op de Oude Langedijk, doch het was maar van korte duur. Zo fietste ik en ‘schuilde’ ik verder totdat ik via het Oosteinde aan de Oostpoort kwam, maar de brug over het Kanaal was opengedraaid en de opritten versperd. Dat ging dus niet, dan maar naar een andere brug. Gelukkig kon ik de Koepoortbrug over. Ik was een eindje op de Oostsingel, toen er weer een luchtalarm was. Een voordeur werd opengedaan en met nog een vreemde dame stapte ik naar binnen waar we op de thee werden genodigd. Na de thee weer verder op, zo ging het maar door. Toen ik een heel eind op de Delfgauwscheweg was, moest ik weer schuilen. Nieuwe valschermtroepen daalden vlakbij neer. Ik stond tegen een muur aan, omdat ik dat naar binnen gaan zat begon te worden. Machinegeweren ratelden. Een kogel sloeg op nog geen meter afstand van me in de muur. Een soldaat riep me toe dat ik naar binnen moest. Een paar huizen verder woonde een oud echtpaar, schoonouders van W. Ammerlaan (een onzer buren), daar holde ik naar toe en belde aan.
Tot mijn verbazing deed een nichtje van die mensen open. “Hallo, jij hier?” zeiden we allebei tegelijk en ik moest natuurlijk direct binnen komen. De familie P. Janszen, waarmee ik zeer bevriend was, was voor de veiligheid bij hun Ouders ingegaan omdat de familie Janszen midden tussen de strijdende partijen zat.
Heel wat vragen werden gesteld. Volgens de fam. Janszen zouden Francien en haar gezin het nog wel goed maken en het blok huizen waarin zij woont, nog onbeschadigd zijn. Een groot aantal huizen was uitgebrand in de Wippolder en het was daar in de straten zeer gevaarlijk, aangezien er een aantal parachutisten zich verscholen had. Toen het, nadat ik een drie kwartier daar had gezeten, op straat even rustig was, vertrok ik weer naar huis. Ik wist genoeg over Francien, dus dacht ik er niet over om nog verder te gaan.”
Fietstochten, wandelingen en lezingen
Dit is een fragment uit ‘Mijn dagboek, oorlogskroniek van Kees Tetteroo’.
Afgevaardigden van vier partijen: CultuurStek, Vrienden van de Woudtse Kerk, Historische Vereniging en het 4/5 mei comité organiseren in Midden-Delfland fietstochten en wandelingen ‘Langs sporen van de oorlog’ allemaal in het kader van het oorlogsdagboek. Routeboekjes zijn vanaf 12 april te koop à 2 euro bij Plus van Leeuwen in Den Hoorn en bij Albert Heijn Buckers in Schipluiden. Er zijn ook drie lezingen over het oorlogsdagboek. Op 13 april om 12.45 uur in de Kickerthoek in Den Hoorn, gecombineerd met een lunch, op 1 mei een lezing in de raadszaal van het gemeentehuis in Schipluiden, aanvang 20.00 uur en op 5 mei verzorgen Aad en Gemma van Winden-Tetteroo een lezing in het kerkje van ’t Woudt, aanvang 19.30 uur. Hierna wordt het project afgesloten met een gepast muzikaal optreden van zanggroep FEM. De lezingen zijn gratis maar vooraf aanmelden is noodzakelijk via
www.cultuurstek.nl. Vol=vol.







