De trein rijdt op dit moment de wijk Rijswijk Buiten nog voorbij (Foto: Koos Bommelé)
De trein rijdt op dit moment de wijk Rijswijk Buiten nog voorbij (Foto: Koos Bommelé)

Nieuw station Rijswijk Buiten een stap dichterbij

Algemeen

RIJSWIJK - De toekomst van de Oude Lijn, de historische spoorlijn tussen Leiden en Dordrecht, wordt steeds concreter. In de MIRT-verkenning (Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport) onderzoekt ProRail de haalbaarheid van vier nieuwe stations. Een daarvan is Rijswijk Buiten, een groeiende wijk met een grote vraag naar betere openbaarvervoersmogelijkheden. Het onderzoek naar de locatie, potentie en impact van het station heeft veelbelovende resultaten opgeleverd, maar roept ook vragen op. 

Tijdens verschillende participatiebijeenkomsten spraken omwonenden en reizigers zich positief uit over een nieuw station. De belangrijkste reden: de beperkte betrouwbaarheid van het huidige openbaar vervoer in de wijk. Veel bewoners vinden het bovendien essentieel dat kinderen veilig met de trein kunnen reizen, iets wat nu lastig bevonden wordt met de afstand naar de stations Rijswijk en Delft. Een lokaal station zou ook de verkeersdrukte verminderen, het duurzame karakter van de wijk versterken en een alternatief bieden voor de auto.

Zorgen
Ondanks het enthousiasme zijn er ook zorgen. Sommige bewoners vrezen een toename van parkeerdruk door treinreizigers die in de wijk hun auto parkeren. Anderen maken zich zorgen over geluidsoverlast en de investering gezien de korte afstand naar andere stations. Tegenstanders pleiten voor verbeteringen aan het bestaande station Rijswijk of meer busverbindingen in plaats van een nieuw station.

Mogelijke locaties
Gedurende het participatietraject kwamen verschillende mogelijke locaties naar voren voor het nieuwe station. Een van de opties is de locatie Parkloper, die grenst aan het Wilhelminapark. Deze plek biedt kansen voor een doorgaande fietsroute, wat een aantrekkelijke verbinding zou creëren tussen de wijk Sion en Ypenburg. Tegelijkertijd zijn er zorgen over de sociale veiligheid in dit gebied, vooral in de avonduren.

Een andere veelgenoemde locatie is Laan van ’t Haantje, ten noorden van het viaduct. Deze plek heeft sterke voorkeur bij bewoners vanwege de centrale ligging en de mogelijkheden voor goede aansluitingen op ander openbaar vervoer. Overige locaties die door deelnemers van het participatietraject zijn genoemd - stationslocatie ten zuiden van Kerstanje en stationslocatie op het viaduct boven de Laan van ’t Haantje - zijn niet verder onderzocht. Deze locaties lijken minder geschikt.

ProRail
Helga Cuijpers, regiodirecteur bij ProRail: “We zijn enorm trots op dit resultaat. Er is door iedereen hard gewerkt om alle informatie te leveren waardoor deze keuzes gemaakt zijn. Mooi om te zien dat we als ProRail op deze manier aan de bereikbaarheid van de zuidelijke Randstad kunnen bijdragen.” De vier nieuwe stations dragen gezamenlijk bij aan een goede bereikbaarheid van nieuwe en bestaande verstedelijkingslocaties. “De stations trekken ongeveer 24.000 reizigers per dag waarvan ongeveer 10.000 nieuwe reizigers. We kijken ernaar uit om deze nieuwe stations verder te onderzoeken.”

Vervolg
ProRail gaat verder met het uitwerken van de plannen. Daarbij worden opnieuw participatiebijeenkomsten georganiseerd, gepland voor het voorjaar van 2025. Hier krijgen omwonenden en belanghebbenden opnieuw inspraak. “Bij de uitwerking zullen we de omgeving opnieuw actief betrekken.”

Extra sporen en sprinters
Naast de informatie over de mogelijke locaties voor nieuwe stations, heeft ProRail ook meer gedeeld over extra sporen. Er zijn twee extra sporen tussen Delft Campus en Schiedam Centrum nodig voor de bediening van de nieuwe stations Schiedam Kethel en Rotterdam Van Nelle. Voor de ligging zijn verschillende mogelijkheden bekeken. Dit kan bijvoorbeeld naast de huidige twee sporen, maar ook deels verdiept of deels verhoogd.

Wat momenteel niet verder onderzocht wordt, is het rijden van twaalf sprinters per uur. Dit is duur en voorlopig zijn zoveel sprinters niet nodig, aldus ProRail. Helga Cuijpers: “Bij twaalf sprinters per uur zijn er ‘vrije kruisingen’ nodig. Deze zorgen ervoor dat treinen elkaar ongelijkvloers kunnen kruisen. Dit vraagt grote aanpassingen aan de infrastructuur met vaak grote impact op de omgeving, die hier veel zorgen over heeft. De bestuurders willen voor de toekomst een volgende stap naar twaalf keer per uur in beeld houden, maar dat is voor nu een stap te ver.”