
De Delftse donderslag deel 4 De Paardenmarkt
AlgemeenDe voorgaande weken bespraken we het moment en de situatie ten tijde van de Delftse donderslag; de ontploffing van het kruitmagazijn.
Door Jeroen Stolk
We gingen in op de situatie vóór de ramp en de impact en gevolgen na de ramp. Op de plaats des onheils was een diep gat geslagen, met daar omheen een kale vlakte bedekt met puin. Het terrein was bijna tweemaal zo groot als de Markt. Van het clarissenklooster was niets meer over, reden om een nieuwe bestemming voor het terrein te vinden. In 1659, vijf jaar na de Delftse Donderslag, werd besloten hier de handel in paarden toe te staan. In de volksmond werd het veld al snel ‘de Paardenmarkt’ genoemd hetgeen uiteindelijk als officiële straatnaam werd geaccepteerd. Paarden zien we er allang niet meer, maar dankzij kunstschilders als Cornelis Albertus Johannes Schermer (1824-1915) en Pieter Wouwerman (1623-1682), kunnen we ons een goed beeld vormen van hoe het omstreeks 1880 geweest moet zijn. In 1671 werd aan de Paardenmarkt een artilleriemagazijn gebouwd in opdracht van de Staten van Holland. In 1845 werd daarnaast nog een kazerne gerealiseerd. Er werden zo’n 400 militairen gehuisvest. Tot begin twintigste eeuw zijn hier soldaten ondergebracht. De omliggende straten, die eveneens in puin lagen, werden kort na de donderslag weer herbouwd. Ook ontstonden nieuwe straten zoals de Fortuinstraat, Nieuwe Raemstraat en de Wolstraat, bestemd voor ‘kleine luyden’. De Lakengracht werd doorgetrokken tot de Geerweg. Bijgaande afbeelding van de handel in paarden op de nieuwe Paardenmarkt is op een speciale Delftse postzegel verkrijgbaar bij boekhandel Kempers (Hoven) en postzegelhandel van Domburg (Voldersgracht). Hier zijn ook eerdere Delftse zegels verkrijgbaar. Tot eind 2024 kunt u uw verzameling nog compleet maken. Volgende week deel 5 uit deze serie.






