Gangenstelsel
Gangenstelsel

Gangenstelsel onder Delft deel 4

Algemeen

In voorgaande weken besteedden we aandacht aan verhalen over gangen, tunnels en verborgen ruimtes onder de stad Delft. Van het Prinsenhof tot de Beestenmarkt en van het stadhuis naar de Nieuwe Kerk. We deelden de bevindingen van getuigen en bespraken wat zij in 1885 en 1886 aantroffen. Op de publicaties die daarop volgden kwamen reacties. 

Door Jeroen Stolk

Deze week zoomen we hier op in met de ingezonden brief van B.L.: “Naar aanleiding van het bericht in uw blad van jl. Zaterdag over den geheimen kelder in het Prinsenhof kan ik u mededelen dat ik dien kelder bezocht heb van voor tot achter. Zoo ook de uitgebouwde nissen in de zijwanden. Ik ben nog verder doorgedrongen. Aan het eind van den kelder is een opening in den achterwand, waar ik doorgegaan ben; ik kwam toen in een tweeden kelder welke naar het Oude Delft loopt. Ik kon dat onderzoek doen met behulp van een kaars en een paar lange waterlaarzen, waarmede ik door ongeveer 60 c.m. water moest waden. In den tweeden kelder ben ik echter niet diep doorgedrongen omdat mij den moed ontbrak“, aldus de briefschrijver. Hij vervolgt zijn betoog met hetgeen hij zag in deze tweede kelder: veel puin dat soms tot boven de waterspiegel reikte en daar zelfs eilandjes vormde. Ook zag hij ingestorte gewelven, die overigens minder sierlijk waren dan die in de eerste kelder. Hij eindigt zijn verhaal met: “Met behulp van een electrische draaglamp ben ik wel bereid om nog eens een bezoek te brengen en zo nodig opmetingen te doen”. De discussie rond de gangen en kelders maakte heel wat los bij de Delftse bevolking waardoor meer reacties volgden. Ook L. Morre liet zich niet onbetuigd en deelde zijn verhaal met het grote publiek. 

Volgende week komt nog een verborgen kelder aan bod alsmede een geheime gang van het Barbaraconvent naar het Prinsenhof. Heeft u de voorgaande artikelen gemist? U kunt ze teruglezen in ons online-krantenarchief.