Het oude Rietveld Theater.
Het oude Rietveld Theater.

College dient voorstel vervolgtraject Rietveld Theater in

Algemeen

DELFT - De verbouwing van het pand Rietveld 49 is al jaren een onderwerp van gesprek in de vergaderzaal. Het sterk verouderde pand liep tegen verschillende fysieke problemen aan die de bruikbaarheid, toekomstbestendigheid en exploitatie van het pand belemmerden. Daarnaast zouden volgens de gemeente, de eigenaar van het pand, investeringen op het gebied van duurzaamheid en geluidsbeperking noodzakelijk zijn. 

Door Christine Lvov

In 2019 besloot de gemeenteraad tevens dat het gebouw, dat niet alleen ruimte bood aan het Delfts Toneel Gezelschap maar ook aan verschillende atelierhouders, in zijn volledigheid gebruikt zou moeten worden voor podiumkunstenvoorstellingen en repetities, wat de nodige emoties losmaakte. In 2021 werd door de gemeente, in samenspraak met Stichting Rietveld Theater en het Delfts Toneel Gezelschap, een Programma van Eisen (PVE) opgesteld, waarin definitief werd besloten dat de atelierfuncties uit het pand zouden verdwijnen. Uit het voorlopige ontwerp uit 2022 viel op te maken dat de verbouwing aanzienlijk meer zou kosten dan was voorspeld in het PVE, wat ertoe geleid heeft dat de gemeente in 2023 besloot dat er aan de hand van een uitgebreide scenarioanalyse moest worden bepaald hoe het vervolgtraject eruit zou komen te zien.

Aandachtspunten
In het PVE kwamen verschillende aandachtspunten aan bod die werden onderverdeeld in drie categorieën: functioneel, ruimtelijk en technisch. De nadruk werd gelegd op aanpassingen betreffende de toegankelijkheid, veiligheid en duurzaamheid van het theater, alsmede aantekeningen over akoestische maatregelen. Zo werd ten aanzien van de toegankelijkheid nagedacht over het plaatsen van een lift, werd aangekaart dat zaken als het vervangen van het bedieningspaneel van de brandmeldcentrale noodzakelijk waren om de veiligheid te bewaren en werden er verschillende ideeën geopperd voor het verduurzamen van het pand. Daarnaast werd aandacht gevraagd voor de monumentale waarde van het pand, oorspronkelijk gebouwd in 1900. In de inmiddels uitgevoerde scenarioanalyse worden de ambities zoals vastgesteld in het oorspronkelijke PVE nog altijd als uitgangspunt gebruikt.

Afweging
Op 23 april 2024 brachten de raads- en commissieleden een bezoek aan het pand, waar zij een presentatie van de uitkomsten van de scenarioanalyse kregen. In totaal werden zeven mogelijke scenario’s onderzocht, waarvan scenario twee tot en met vijf afvielen wegens de mate waarin zij bijdroegen aan de oorspronkelijke ambities van het PVE. Zo leverden scenario twee en drie in op functionaliteit om de nodige kostenbesparing te realiseren. Het vierde scenario zou een verkoop van het pand inhouden, dat eigendom is van de gemeente, maar is niet haalbaar wegens de afschrijvings- en financieringslasten voor de aankoop en verbouw. In scenario vijf zou de gemeente haar wens voor een podiumkunstenpand op een andere locatie in de binnenstad realiseren, maar wegens gebrek aan een gebouw met een vergelijkbare omvang, realisatieplanning en ligging bleek ook dit scenario niet ideaal. Vandaar dat het college heeft besloten om het eerste, zesde en zevende scenario tegen elkaar af te wegen in het vervolgtraject.

Optimalisatie zonder opoffering
In het eerste scenario, de totale variant, werd onderzocht of de technische en functionele aspecten van het concept van het voorlopige ontwerp uit 2022 geoptimaliseerd konden worden, en of bezuinigingen konden worden doorgevoerd door het originele PVE te actualiseren, zonder het gebruikscomfort van het pand te verminderen of af te doen aan de gewenste verduurzaming van het pand. Stichting Rietveld Theater onderzocht de financiële haalbaarheid van het scenario aan de hand van een ondernemingsplan. De kostprijsdekkende huur zou volgens dit onderzoek te hoog zijn voor de huurders, maar een eenmalige financiële bijdrage van de gemeente zou dit probleem kunnen oplossen. Stichting Rietveld Theater concludeerde dat het eerste scenario de volgens de gemeente gewenste culturele bijdrage in de binnenstad binnen circa 2 jaar zou kunnen realiseren, mits de gemeente de benodigde extra financiële middelen kan bewerkstelligen. Aan het scenario zitten echter enkele risico’s en aandachtspunten verbonden, waaronder de toekomstbestendigheid van het ondernemingsplan van Stichting Rietveld Theater en de impact op de omgeving door de mogelijke geluidsoverlast die het plaatsen van een warmtepomp in de binnenstad tot gevolg zou kunnen hebben.

IHP Cultuur
Het zesde scenario, waar de voorkeur van het college naar uitgaat, zou betekenen dat de verbouwing van Rietveld 49 wordt opgenomen in het Integraal Huisvestingsplan (IHP) Cultuur, een samenhangend document voor alle culturele investeringen in de stad met een nog te bepalen looptijd, die naar verwachting neer zal komen op 10 tot 15 jaar. Binnen het IHP wordt het volledige culturele aanbod en vastgoed van Delft in kaart gebracht. Hierin wordt dan afgewogen in hoeverre het podiumkunstenpand daadwerkelijk zal bijdragen aan de culturele en maatschappelijke opgaven van de stad, in relatie en in samenhang met andere culturele voorzieningen.

Stopzetten verbouwing 
In het zevende scenario zou de gemeente besluiten de verbouwing van het Rietveld 49 als podiumkunstenpand stop te zetten. Een rigoureus besluit, in acht nemende hoeveel werk er tot nu toe in het onderzoeken van de mogelijkheden is gestoken. Het Rietveld zou dan nog wel onder het bezit van de gemeente vallen, maar voor andere doeleinden worden gebruikt. Dit scenario sluit uiteraard niet aan bij het vastgestelde PVE, maar zou wel deel uit kunnen maken van de integrale afweging binnen het IHP Cultuur. Het realiseren van een podiumkunstenpand in Delft zou dan nog voor een onbepaalde tijd op zich laten wachten.

Voorstel en vervolg
Het college stelt voor dat de raad scenario’s twee tot en met vijf definitief af laat vallen en kiest voor scenario zes: het opnemen van het pand Rietveld 49 in het Integraal Huisvestingsplan Cultuur. Dit voorstel zal worden besproken in de commissie Economie, Financiën en Bestuur op 23 mei, en tijdens de raadsvergadering van 13 juni. De gemeenteraad heeft overigens besloten een officieel besluit over de verbouwing, op basis van de integrale afweging middels het IHP, uit te stellen tot eind 2024. Dit betekent dat het gebouw minimaal een half jaar langer leeg zal staan, al wordt het pand gedurende deze tijd wel gebruikt door het Delfts Toneel Gezelschap en één atelierhouder.