Er zijn zorgen over de negatieve effecten van de Metropolitane Fietsroute op de natuur rond de Ackerdijkse Plassen (Foto: A.Beijer, CC BY-SA 3.0, via Wikimedia Commons)
Er zijn zorgen over de negatieve effecten van de Metropolitane Fietsroute op de natuur rond de Ackerdijkse Plassen (Foto: A.Beijer, CC BY-SA 3.0, via Wikimedia Commons)

Omstreden fietsecoduct over A13: financiën, natuur en toekomstperspectief

Algemeen

DELFT - Het geplande fietsecoduct over de A13, onderdeel van de ambitieuze Metropolitane Fietsroute Delft - Rotterdam Alexander, staat centraal in recente vragen van raadslid Gerrit Jan Valk van het CDA. In een gedetailleerd antwoord van het college van burgemeester en wethouders worden verschillende aspecten belicht, variërend van financiële verplichtingen tot ecologische zorgen en toekomstige gebruiksprognoses.

In reactie op de vraag welke harde financiële en bestuurlijke toezeggingen Delft heeft gedaan aan andere gemeentes en de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH), benadrukt het college dat de samenwerkingsovereenkomst in juli 2022 is vastgesteld. Deze overeenkomst, getekend door Delft, Pijnacker-Nootdorp, Lansingerland, Rotterdam en de MRDH, stelt dat de partijen de Metropolitane Fietsroute vóór 1 september 2026 zullen realiseren, met daarbij een voorbehoud van een definitief besluit voor de complexe schakels waaronder het fietsecoduct en de Gelatinebrug. De totale investeringskosten voor het fietsecoduct, inclusief indexatie, bedragen 15,7 miljoen euro, met geplande aanleg uiterlijk in 2029. Naast subsidies van de Provincie Zuid-Holland, het recreatieschap, en het CBG, zal Delft uiteindelijk 2,1 miljoen euro bijdragen aan het project. 

Alternatieven
Een cruciale kwestie betreft de mogelijke subsidie van de Provincie Zuid-Holland. Opvallend is dat deze subsidie enkel bedoeld is voor het ecologische deel van het fietsecoduct. Hieruit rijst de vraag of een fietsbrug zonder ecoduct een alternatief is. Het college stelt dat een dergelijke oplossing niet voldoet aan de gestelde doelen op het gebied van ecologie en recreatie. De door Valk genoemde alternatieven, zoals de route via de IJsmeestertunnel en de onderdoorgang bij de Zweth, worden door het college verworpen. Het college in de beantwoording: “Al ruim 10 jaar geleden is in regionaal verband  aangegeven dat de A13 een barrière vormt, zowel recreatief als ecologisch gezien.  In de periode van 2013 tot 2021 zijn alternatieven onderzocht voor het fietsecoduct. Voor het bereiken van ecologische doelen is het van belang om bos- en ruige biotopen door te trekken, passend bij de beoogde doelsoorten voor de passage, zoals kleine zoogdieren, vleermuizen en insecten. Gezien de eisen die deze soorten stellen aan een verbinding, is er nadrukkelijk de wens voor een brugverbinding. De route via de IJsmeestertunnel en de onderdoorgang bij de Zweth is daarom niet specifiek verder onderzocht.”

Vertraging
Een punt van aandacht is de vertraging die ontstaat door de terughoudendheid van de gemeenteraad van Pijnacker-Nootdorp om in te stemmen met een financiële bijdrage. Het college van Delft bevestigt dat dit leidt tot vertraging en mogelijk hogere kosten voor Delft. Het definitief verwerpen van het fietsecoduct door Pijnacker-Nootdorp zou zelfs een heroverweging van de gehele Metropolitane Fietsroute tot gevolg hebben.

Kwetsbare natuur
Een belangrijke vraag die wordt aangestipt, betreft de mogelijke negatieve effecten van de Metropolitane Fietsroute, via het fietsecoduct, op de kwetsbare natuur rond de Ackerdijkse Plassen. Het college ontkent dit en stelt juist dat het ecoduct bijdraagt aan de versterking van de natuur, met een groter leefgebied voor bepaalde doelsoorten.

Besluitvorming
Tot slot wordt het college gevraagd of ze de gemeenteraad van Delft een keuze wil voorleggen over wel of geen fietsecoduct. Het college antwoordt dat de besluitvorming gebaseerd is op het Mobiliteitsprogramma Delft (MPD), waarin de investeringsruimte reeds is opgenomen. “Op dit moment is de verwachting dat binnen de beschikbaar gestelde investeringsruimte voldoende middelen beschikbaar zijn voor het aanleggen van het fietsecoduct. Het college neemt een besluit op basis van het MPD over de projecten die worden opgenomen in de adaptieve mobiliteitsagenda. Deze wordt na vaststelling ter informatie aan de raad gestuurd.”

Complexiteit
Met deze antwoorden geeft het college inzicht in de complexiteit van het fietsecoductproject. Financiële overwegingen, ecologische zorgen en toekomstige mobiliteitsdoelen vormen een uitdagend evenwicht. Terwijl Delft zich voorbereidt op een groenere en mobielere toekomst, blijft het fietsecoduct een knooppunt van discussie en deliberatie tussen belanghebbenden met uiteenlopende perspectieven op duurzame ontwikkeling.