
College maakt excuses voor slavernijverleden
AlgemeenDELFT - Afgelopen dinsdag heeft het Delftse college van burgemeester en wethouders excuses aangeboden voor de rol van de stad Delft in het slavernijverleden. Hiermee geeft het college een reactie op de resultaten van het onlangs uitgevoerde onderzoek.
Door het onderzoek werd duidelijk dat Delftenaren nauwe relaties hadden met de VOC en de WIC. Daarnaast waren er veel inwoners die tot slaaf gemaakten kochten, erfden of verkochten. Burgemeester Marja van Bijsterveldt gaf afgelopen dinsdag aan dat het college haar ogen hiervoor niet sluit: “Het onderzoek vult een leegte in de geschiedschrijving van onze stad. Het werpt licht op een periode die ons en onze stad heeft gevormd en het doet recht aan al die mensen die hebben geleden onder slavernij en onderdrukking. Wij sluiten onze ogen niet voor de betrokkenheid van onze voorgangers bij slavernij. Voor hun handelen bieden wij vandaag onze oprechte excuses aan.”
Vervolg
Het college benadrukt dat excuus voor het slavernijverleden niet alleen mag klinken, maar ook moet blijken. Daarom geeft het college de excuses een vervolg, samen met het Kwartiermakers Comité Slavernijverleden Delft en andere partners. Dit vervolg zal onder meer een gedenkplaats zijn en een jaarlijkse herdenking. “Wij moeten het slavernijverleden van onze stad en de impact ervan erkennen en de verhalen over dit verleden met elkaar delen, bespreken en doorgeven. Niet alleen omdat het belangrijk is voor de nazaten, maar omdat het voor elke Delftenaar waardevol is om onze volledige geschiedenis te kennen en de impact te doorgronden. Dan pas krijgt het woord samenleving daadwerkelijk gestalte.” Het college zal ook doorgaan met de gesprekken die de bestuurders de afgelopen maanden met Delftenaren hebben gevoerd.







