
“De energietransitie zit al goed tussen de oren”
AlgemeenDELFT - In 2050 moet Delft klimaatneutraal zijn. Maar er is nog veel werk aan de winkel voor het zover is. En daar krijgt iedere Delftenaar mee te maken. De ‘Routekaart Delft Klimaatneutraal 2050’ die onlangs in de gemeenteraad werd aangenomen, geldt als richtingaanwijzer. “De routekaart gaat ons helpen om op de juiste momenten de juiste beslissingen te nemen”, aldus Maaike Zwart, wethouder van o.a. duurzaamheid en energie.
Door Esdor van Elten
Klimaatneutraal zijn is geen papieren werkelijkheid, vindt Maaike Zwart. “Integendeel. Het is heel concreet. In 2050 willen we onze energie voor honderd procent uit hernieuwbare bronnen halen. Onafhankelijk van buitenlandse invloed. En daarbij moet het voor iedereen beschikbaar en betaalbaar blijven”, vat zij de ambitie samen. “De gebeurtenissen van de afgelopen jaren, van het sluiten van de gasvelden van Groningen tot de spanningen met Rusland, met de hoge gasprijzen die daarbij kwamen kijken, laten zien dat het nodig is”
Zuinig
Duurzaamheid begint met minder energie gebruiken: “Door bijvoorbeeld isolatie te stimuleren met diverse acties voor inwoners. Delft heeft zelfs een doe-het zelf actie. Subsidie op isolatiemateriaal dat je zelf kan aanbrengen in plaats van een bedrijf in te huren. In 2050 willen we dat elke woning naar label C is geïsoleerd. De woningcorporaties hebben landelijk als deadline hiervoor 2028.” Bewoners kunnen zelf al energiebesparende maatregelingen nemen. Zij kunnen hiervoor onder andere terecht bij de energiecoaches en energiehulpen van 015Duurzaam (www.015duurzaam.info) die gratis advies geven over besparen. En helpen bij het gratis aanbrengen van isolerende en besparende materialen bij mensen die minder draagkrachtig zijn. Ook is er elke vrijdag een Energiecafé in OPEN, waar mensen binnen kunnen lopen voor informatie. Of maak een gratis afspraak bij het energieloket op het Stadskantoor (vragen@regionaalenergieloket.nl of 088 5254110). Al die verschillende initiatieven leveren al concrete resultaten: denk aan het Holy Folieproject en de doe-het-zelf isolatiesubsidie. (Kijk voor meer info daarover eens op www.delftdoetduurzaam.nl).
Elektriciteit en warmte
Maar klimaatneutraal worden is sowieso een kwestie van samenwerken: Zo wordt de energietransitie ook regionaal aangepakt: “De lokale energietransitie richt zich voornamelijk op elektriciteit en warmte. Wat warmte betreft zitten we in Delft goed: in onze ondergrond zitten aardwarmtebronnen. Met Geothermie Delft zijn we nu bezig om de bron op de TU Campus letterlijk aan te boren. Daarnaast zijn er projecten als WarmtelinQ en er wordt gewerkt aan technieken zoals warmte winnen uit water: straks voorziet misschien de Schie wel in een deel van onze warmtevoorziening. In de nabije toekomst gaan dit soort projecten het aardgas vervangen.” Het opwekken van elektriciteit ligt in Delft dan weer lastiger; we proberen wel zoveel mogelijk het leggen van zonnepanelen te stimuleren. Waar mogelijk ook op monumenten. Maar voor windmolens is bijvoorbeeld geen ruimte in Delft. Daarom is de samenwerking binnen de Regionale Energie Strategie (RES) zo belangrijk”, legt de wethouder uit. “Hier werken we samen met regiogemeenten zoals Den Haag en Rotterdam, waar wel plek is.” Zo ontstaat een ‘mix’ van elkaar versterkende bronnen, waardoor de inwoners van Delft er zeker van kunnen zijn dat ze nooit in de kou komen te zitten.
Elektriciteitsnet
Het toenemend belang van elektriciteit als energiebron levert ook problemen op. Zo is er al op veel plekken sprake van ‘congestie’; een vol netwerk. “In Delft is vroeger al veel geïnvesteerd in elektrische infrastructuur”, weet de wethouder. “Mede daardoor is er bij ons nog geen probleem.” Sterker nog, de elektrische infrastructuur in Delft kan zelfs als voorbeeld gelden van hoe het toekomstige warmtenet robuust en stabiel gemaakt kan worden.” Maar dat betekent niet dat Delft in dat kader op haar lauweren kan rusten: “Om te voorkomen dat we stilvallen moeten we blijven investeren. Met netbeheerder Stedin zijn we in overleg over het verzwaren van het elektriciteitsnet.” Ook dat gaan mensen merken, want de straat moet daarvoor open. “En er zullen de komende jaren meer elektriciteitshuisjes in wijken verschijnen”, verwacht de wethouder. “We stuiten daarbij nogal eens op weerstand en mensen beginnen procedures. Dat is jammer, want we doen dit omdat het noodzakelijk is. In andere steden zijn er nieuwe scholen gebouwd die geen elektriciteit geleverd krijgen omdat het er niet is. Je valt dan stil en dat moet je als stad ten alle tijden proberen te voorkomen.” Ook bij de elektriciteitstransitie is samenwerken dus belangrijk: “Gelukkig zien we dat veel gebeuren. Neem de bedrijven op Schieoevers die momenteel een pilot hebben lopen om onderling energie uit te wisselen. De zogenaamde energiehubs. Ook dat is vooruitstrevend en komt de hele mix ten goede.”
Mobiliteit
Een ander belangrijk onderdeel van de energietransitie is mobiliteit. “Een gevoelig thema”, weet Zwart: “Het raakt veel mensen. Maar ook hier; het is nodig.” Concrete maatregelen zijn bijvoorbeeld het verminderen van uitstoot van autoverkeer in de stad: Denk aan de emissiezones. Maar we zetten ook meer in op deelauto’s.” Dat laatste is al merkbaar in Nieuw Delft, waar meer plek is ingeruimd voor deelauto’s, en tegelijkertijd minder parkeerplaatsen zijn aangelegd. “En verder zetten we in op goede alternatieven: goed openbaar vervoer en veilige wandel- en fietsroutes.
Draagkracht
De energietransitie vraagt in de eerste plaats om verandering van denken. Ook bij de inwoners van Delft. Wethouder Zwart is daar aangenaam verrast over: “Het blijkt dat de noodzaak van de energietransitie al behoorlijk goed ‘tussen de oren’ van mensen zit. Mensen begrijpen het echt wel. Ze zitten alleen vaak met (praktische) vragen. Daarom werken we dus samen met organisaties als 015Duurzaam en gaan we de wijken in. Ook mensen met een kleinere beurs willen we meekrijgen in de transitie. We gaan graag met hen in gesprek over hoe we hen kunnen helpen om niet alleen energie te besparen maar ook om de energiekosten te verminderen. Uiteindelijk betalen we er allemaal aan mee, maar wel naar draagkracht.”







