Foto: Tiemen vd Reijken

Dubbel Delft 19/9

DELFT – Zowel in Delft als in een grote kring daar omheen was Zaal Koot een begrip. Heel wat mensen hebben daar hun bruiloft of verjaardag gevierd. En personeelsavonden, bedrijfsfeesten, vergaderingen, kampioenschappen, carnaval en andere bijeenkomsten. Wil vd Berg werkte daar als 15-jarig meisje in de bediening: “De grote feestzaal was boven, als je daar een avond werkte moest je heel wat met zware bladen drank en andere lekkernijen de trap op en af, dat was best een klus: bier, wijn, frisdrank, koffie, gebak, bitterballen, complete maaltijden, van alles”. Wil kreeg verkering met Gé Koot, ze trouwden en konden uiteindelijk in januari 1961 de zaak overnemen. “De eigenaresse, mevrouw vd Meijden, ging verder met de Liliput aan het Stationsplein. Een van de veranderingen waar wij mee kwamen was een terras voor de deur. Wij waren de eerste in Delft en de gemeente Delft moest nog wel even wennen aan een terras, ze hadden daar nog geen regeling voor. Gé heeft toen met de gemeenteraad gezorgd dat een terras buiten voortaan kon in Delft. Het was een tijd van hard werken, maar ook een leuke tijd; veel gezien, veel mensen ontmoet, waaronder muzikanten die kwamen spelen, veel gelachen en er een mooi bedrijf van gemaakt”. De start van de familie Koot lag op de Beestenmarkt bij opa Nico Koot, die een sigarenzaak had op de hoek met de Burgwal. Klanten waren onder andere de pastoors van de tegenovergelegen Maria van Jessekerk, die graag bij hun cognacje een flinke sigaar rookten. Dan was er nog Koos Koot, een broer van Gé, met een stomerij op de andere hoek met de Burgwal, het huidige Belvedere. Dan was er nog het land van Koot, nabij de voormalige ijsbaan aan de Wilgenlaan; daar werden onder andere aardappels verbouwd. De Beestenmarkt was tot en met 1972 in gebruik als beestenmarkt en heeft daarna 21 jaar gediend als parkeerplaats. De paaltjes waartussen de schotten konden worden geplaatst die het vee op hun plaats hield verdwenen, en er ontstond een nieuw uitgaanscentrum op en rond de Beestenmarkt. De horeca bleef, niet meer met dikke tafelkleedjes en het geld van veehandelaren. Nu zijn het vooral de bewoners van Delft en de toeristen die geld in het laadje moeten brengen. Op enige afstand van elkaar, dat dan weer wel.

Willem de Bie
Meer berichten