
Robert Jan Stips de Delftse muzikale duizendpoot
AlgemeenDELFT - Een muzikant die zijn unieke en succesvolle muzikale verleden gebruikt als vertrekpunt voor nieuwe ideeën. Robert Jan Stips is een uiterst veelzijdig muzikant, componist, tekstschrijver die ik al jaren volg. In mijn verhaal over hem neem ik u mee in een boeiend overzicht over zijn veelomvattende carrière die voortduurt tot op de dag van vandaag. Binnenkort komt er een nieuw album van zijn band Nits uit, terwijl ze ook weer op tournee gaan. Van de experimentele rock van Supersister via de internationale podia van Golden Earring naar het avontuurlijke geluid van Nits: de Delftse/ Haagse toetsenist Robert Jan Stips bouwde een carrière op die zich moeilijk in één muziekstijl laat vangen. Ruim een halve eeuw na zijn eerste successen blijft hij componeren, produceren en optreden. Of dat nu met Supersister- Nits- StipsGoulding, - Marieke Brokamp of Robert Jan solo is, steeds gaat Robert Jan weer een nieuwe muzikale uitdaging aan.
Door: Martin Reitsma
Sommige muzikanten zijn onlosmakelijk verbonden met één band of één of enkele grote hit(s). Bij Stips is dat anders. Zijn naam duikt op in verschillende hoofdstukken van de Nederlandse popgeschiedenis, telkens in een andere muzikale omgeving en dat al sinds de tweede helft van de jaren zestig. Robert Jan en schrijver dezes hebben inmiddels een hechte band door de jaren heen opgebouwd. We deden interviews, filmopnames, woonden radio- en live-optredens van hem bij en voorts mocht ik van tijd tot tijd ook een beroep op hem doen zoals bij de première van onze Alquindocumentaire, een afscheidstribute voor bandmanager Hugo Gordijn en andere evenementen zoals de landelijke popreunie bij Bennies Fifties. Als toetsenist, zanger, componist en producer bewoog hij zich van psychedelische rock naar meerstemmige pop, van grote internationale tournees naar subtiel gearrangeerde liedjes. Wie zijn loopbaan volgt - en dat doen velen - krijgt niet alleen een beeld van één muzikant, maar ook van de ontwikkeling van de Nederlandse popmuziek sinds het einde van de jaren zestig. Robert Jan wordt niet voor niets ‘de tovenaar van de vaderlandse nederpop’ genoemd. Een eretitel die hij met verve draagt.
Stips werd op 4 februari 1950 geboren in Den Haag. Al op jonge leeftijd raakte hij betrokken bij de lokale Haagse muziekscene. Met Supersister, de band waarmee hij eind jaren zestig naam maakte, ontwikkelde hij een geluid dat duidelijk afweek van de gangbare beatmuziek. Waar veel groepen zich richtten op herkenbare coupletten en refreinen, zocht Supersister de ruimte op voor langere composities, onverwachte tempowisselingen en invloeden uit jazz en klassieke muziek.
Supersister: muziek zonder vaste grenzen
Supersister ontstond uit een groep jonge Haagse muzikanten en groeide rond 1970 uit tot een opvallende naam in de Nederlandse progressieve rock. De jonge band trad onder meer op tijdens het Holland Pop Festival in het Kralingse Bos in Rotterdam, vaak omschreven als het Nederlandse antwoord op Woodstock. Filmer John Meijer en ik gingen 6 jaar geleden terug met Robert Jan naar die plek om zijn herinneringen op film vast te leggen. Nog altijd draai ik het nummer: ‘ The Festival’ ( went on ) dat hij als herinnering opnam. Met nummers als ‘She Was Naked’ en ‘A Girl Named You’ bereikte Supersister een groter publiek. Het debuutalbum ‘Present From Nancy’, dat in 1970 verscheen, liet meteen horen dat de groep andere ambities had dan het maken van conventionele popliedjes. De muziek was speels, soms grillig en nadrukkelijk gericht op experiment. ‘Radio’ werd ook al zo’n grote hit en werd in die tijd door velen omarmd. Stips speelde daarin een centrale rol. Zijn toetsenpartijen waren niet uitsluitend bedoeld om de zang te begeleiden; ze vormden een zelfstandige element binnen de composities. Zijn orgel en de piano in combinatie met de sterke ritmesectie speelden een centrale rol terwijl melodieën onverwachte richtingen insloegen. De muzikale verwantschap met buitenlandse vernieuwers als Frank Zappa en Soft Machine was hoorbaar, maar Supersister ontwikkelde een eigen identiteit. Humor en zijn technische vaardigheid gingen samen zonder dat de muziek haar lichtvoetigheid verloor. Het succes bleek niet voldoende om de oorspronkelijke bezetting langdurig bij elkaar te houden. Begin jaren zeventig viel de band uiteen. Voor Stips betekende dat echter geen einde aan zijn muzikale zoektocht. Het werd juist het begin van een reeks nieuwe samenwerkingen.
Een andere wereld: Golden Earring
In 1974 vroeg Golden Earring Stips om de band als toetsenist te versterken. De Haagse groep had internationaal naam gemaakt met onder meer ‘Radar Love’ en zocht naar mogelijkheden om het geluid verder uit te breiden. Stips bracht een andere muzikale achtergrond mee dan de rockinstrumentalisten die het geluid van de band tot dan toe hadden bepaald. Zijn bijdrage is duidelijk te horen op ‘Switch’, het album uit 1975 dat een grotere rol toekent aan toetsen en meer progressieve structuren dan zijn voorganger ‘Moontan’. Een jaar later verscheen ‘To the Hilt’, waarop Stips eveneens meespeelde. Het waren vernieuwende albums. Ook ging hij met Golden Earring op tournee door de Verenigde Staten. Die ervaring bracht hem naar een heel andere omgeving dan de experimentele Nederlandse clubs waar Supersister was ontstaan. Golden Earring was een band die internationaal opereerde en gewend was grote zalen te bespelen. Hij kijkt er met plezier op terug en tijdens zijn solo-optredens is het genieten van zijn unieke versie van ‘Radar Love’. Toch bleef Stips niet definitief bij de groep. Na de periode rond ‘To the Hilt’ en de Amerikaanse tournees sloeg hij opnieuw een eigen weg in. Hij liet daarmee zien dat hij zich niet gemakkelijk aan één band of muziekformule bond. De samenwerking zou niet helemaal verdwijnen uit zijn loopbaan. Ook later bleef hij betrokken bij projecten rond Golden Earring en de afzonderlijke bandleden zoals thans met Rinus Gerritsen.
Producer, componist en bandleider
In de tweede helft van de jaren zeventig verbreedde Stips zijn activiteiten. Hij werkte met Sweet d’Buster, vormde vervolgens de groep Transister en hield zich nadrukkelijker bezig met produceren. Dat werk bracht hem in contact met artiesten die een heel ander geluid nastreefden dan Supersister. Een belangrijk voorbeeld is Gruppo Sportivo. Stips produceerde meerdere albums van de Haagse band, waaronder ‘Ten Mistakes’ uit 1977 en ‘Back to ‘78’ uit 1978. Ook werkte hij aan ‘Pop! Goes the Brain’ uit 1981. Daarmee werd een ander aspect van zijn talent zichtbaar. Hij is niet alleen iemand die zijn eigen muzikale ideeën uitvoerde, maar ook iemand die kan en kon bijdragen aan het geluid en de presentatie van andere artiesten. De producer moest zich verplaatsen in de muziek van een ander, keuzes maken en afzonderlijke instrumenten en stemmen samenbrengen tot een herkenbaar geheel. Die rol zou ook van belang worden bij zijn volgende grote muzikale samenwerking.
Nits: een nieuw geluid
Begin jaren tachtig kwam Stips bij Nits terecht. De Amsterdamse groep had al een eigen ontwikkeling doorgemaakt, maar zijn komst gaf de muziek een nieuwe dimensie. Zijn synthesizers en piano brachten extra harmonische lagen en melodische mogelijkheden. Nits onderscheidde zich in de jaren tachtig steeds nadrukkelijker van de conventionele pop. De band combineerde compacte liedjes met bijzondere arrangementen, literaire verwijzingen en een geluid dat zowel Europees als internationaal georiënteerd was. Stips paste goed in die omgeving. Nummers als ‘Nescio’, ‘Adieu, Sweet Bahnhof’ en ‘In the Dutch Mountains’ behoren tot het repertoire waarmee Nits ook buiten Nederland erkenning kreeg. Het nummer ‘Red Tape’ is ook al zo’n favoriet van mij. ’In the Dutch Mountains’ groeide uit tot een herkenbaar visitekaartje van de band. Het toetsenwerk van Stips maakte deel uit van de muzikale rijkdom die de nummers hun eigen karakter gaf. In 1996 nam hij afscheid van Nits, na de tournee rond het overzichtsalbum Greatest Hits. Hij bleef echter niet lang weg uit de muziek. Er volgden eigen projecten en samenwerkingen met onder anderen cabaretier Freek de Jonge. In 2003 keerde hij terug bij Nits voor de viering van het dertigjarig bestaan. Daarna bleef hij opnieuw betrokken bij de band en haar optredens. De samenwerking met Nits onderstreept een terugkerend patroon in zijn carrière: Stips brengt ideeën mee, trekt een periode zijn eigen plan en vindt vervolgens opnieuw aansluiting bij muzikanten met wie hij een gedeelde muzikale taal spreekt. Nog altijd doet Nits aansprekende buitenlandse tournees. Robert Jan vertelt: ‘ we zijn met Nits bezig met een nieuw album en gaan binnenkort op tournee naar België, Duitsland, Zwitserland en Oostenrijk’.
De kracht van herkenbare melodieën
Wie Stips’ werk naast elkaar legt, hoort grote verschillen tussen de bands waarin hij speelde. De muziek van Supersister staat ver af van de internationale rock van Golden Earring. Ook de fijnmazige arrangementen van Nits hebben een eigen karakter. Toch zijn er duidelijke overeenkomsten. Zijn muziek is vaak melodisch, maar zelden voorspelbaar. Pianospel kan een compositie dragen, terwijl een synthesizer een onverwachte wending introduceert. Jazzinvloeden, klassieke structuren en popmelodieën kunnen naast elkaar bestaan zonder dat het resultaat zijn samenhang verliest. Juist die combinatie maakt zijn werk toegankelijk voor een breder publiek, terwijl er voor aandachtige luisteraars genoeg te ontdekken blijft. Bij Supersister is dat te horen in voornoemde nummers als ‘She Was Naked’ en ‘A Girl Named You’. Bij Golden Earring is ‘Love Is a Rodeo’ een voorbeeld uit de periode van Switch. Bij Nits bieden ‘Nescio’ ‘’ Adieu Sweet Bahnhof’ en ‘In the Dutch Mountains’ een goede indruk van de manier waarop toetsen en compositie elkaar kunnen versterken. Stips is daarmee niet uitsluitend een virtuoze toetsenist. Zijn betekenis ligt ook in zijn gevoel voor het grotere muzikale geheel.
De oude liefde blijft: Supersister
Dat hij na al die jaren nog steeds terugkeert naar zijn vroegste muzikale werk, blijkt uit de heropleving van Supersister. In 2019 zette hij met Supersister Projekt nieuw leven in de muziek van de band. De belangstelling voor het oude repertoire leidde uiteindelijk tot nieuwe optredens en een nieuwe bezetting. In de huidige formatie spelen naast Stips ook Rinus Gerritsen, bekend als bassist van Golden Earring, en drummer Leon Klaasse. Daarmee komen verschillende hoofdstukken uit de Nederlandse rockgeschiedenis samen in één groep. Het project bleek meer te zijn dan een terugblik. In 2025 verscheen het nieuwe Supersister-album ‘Nancy Never Knew’. De plaat bereikte de Nederlandse albumhitlijst en liet horen dat de band ook decennia na haar eerste successen nieuw materiaal kon uitbrengen. In de radiostudio bij Den Haag FM in het programma CultuurBoulevard ontving ik van hem dit prachtige album. In 2026 volgden nieuwe concerten en verscheen er aandacht voor het livealbum ‘T3iO’, waarop het trio muziek uit het klassieke Supersister-repertoire opnieuw uitvoert. Het project laat zien hoe Stips zijn muzikale verleden levend houdt zonder het uitsluitend als nostalgisch erfgoed te behandelen.
Stips/Goulding eveneens succesvol
Ook buiten Supersister blijft Stips actief. In 2025 bracht hij samen met zangeres Jane Goulding het album ‘Love and Affection’ uit onder de naam StipsGoulding. De samenwerking laat een andere kant van hem zien: die van de componist en producer die songs schrijft en arrangeert rond de stem en het karakter van een andere artiest, zangeres Jane Goulding. Tijdens hun optreden in de Vorstin in Hilversum was er alom waardering, schrijver dezes was erbij en genoot! Het is een opvallend contrast met de complexe progressieve rock waarmee hij ooit bekend werd. Tegelijkertijd past het bij zijn loopbaan. Stips lijkt zich nooit tevreden te hebben gesteld met het herhalen van een succesvol recept. Hij zoekt telkens naar nieuwe combinaties, andere klanken en samenwerkingen die hem muzikaal uitdagen. Zijn repertoire omvat daardoor veel meer dan de bekende namen waarmee hij verbonden is. Naast zijn werk bij Supersister, Golden Earring en Nits maakt(e) hij soloplaten, werkt(e) hij met uiteenlopende muzikanten en componeerde hij muziek voor onder meer film- en documentaireprojecten.
Een eigen plaats in de Nederpop
Robert Jan Stips is niet de muzikant die het grootste deel van zijn loopbaan heeft opgebouwd rond één onbetwistbare hit. Zijn invloed laat zich moeilijk in één song of album samenvatten. Ze zit in de manier waarop hij bands muzikaal heeft verrijkt, in de platen waaraan hij als producer heeft bijgedragen en in de vrijheid waarmee hij verschillende stijlen met elkaar verbindt. Wie hem alleen kent van Golden Earring, hoort bij Supersister een veel experimentelere muzikant. Wie hem vooral associeert met Nits, ontdekt in zijn vroege werk een speelse en soms onvoorspelbare componist. En wie zijn recente projecten volgt, ziet dat zijn nieuwsgierigheid niet verdwenen is. De bijnaam de ‘Tovenaar van de Nederpop’ verwijst dan ook niet alleen naar zijn vaardigheid achter de toetsen. Hij past ook bij een muzikant die steeds opnieuw andere muzikale werelden betreedt en daar iets eigens aan toevoegt. Meer dan zesenvijftig jaar na zijn eerste successen blijft Stips daarmee een bijzondere en uiterst unieke man in de Nederlandse popgeschiedenis: geen artiest die uitsluitend op zijn verleden teert, maar een muzikant die zijn verleden gebruikt als vertrekpunt voor nieuwe ideeën. Een mooi groots eerbetoon aan deze veelzijdige Delfts/Haagse artiest is dan ook in de maak.
Meer info via zijn social media en via stips.net.











