Bij de Visbanken kon men een harinkje happen, zoals hier in 1964.
Bij de Visbanken kon men een harinkje happen, zoals hier in 1964.

De vis werd ver gehaald

Algemeen

DELFT - De Hollandse haringvisserij behoort tot de oudste en meest kenmerkende bedrijfstakken uit de Nederlandse geschiedenis.

Door: Jeroen Stolk

Eeuwenlang trokken Nederlandse haringvissers over de Noordzee, op zoek naar de rijkste visgronden. Die vonden zij onder meer bij de Shetlandeilanden. Al in de zestiende eeuw gingen daar vele honderden Hollandse scheepjes voor anker, tot wel 1500 stuks. In vloten van 400-500 kleine schepen omsingelden de visser dan een groot stuk zee waar de haring als het ware omsingeld werd. Veelal werden zij begeleid door oorlogsschepen, die moesten voorkomen dat onze vissers door de Engelsen werden opgebracht als stropers. Tevens beschermden zij onze haringvloot tegen kapers. 

Haringhoofdstad
Doordat de netten van Engelse vissers fijnmaziger waren dan de Hollandse, vingen onze vissers de grotere haringen. Al op het schip werd de haring gezouten, gekaakt en verpakt, waardoor deze langer houdbaar was. Deze maatregelen waren verordonneerd door het in 1567 opgerichte College van de Groote Visscherije dat toezag op de kwaliteit van de haring, de voorschriften en de verwerking ervan. Het waren de Nederlanders die een belangrijke rol speelden bij de stichting van Shetlandse plaatsjes als Bressay en Lerwick en die laatstgenoemde stad op de kaart zetten als haringhoofdstad. De Shetlanders waren dan ook van mening dat Amsterdam kon floreren dankzij hun Shetlandse haringwinsten. Ook Nederland had haar haringhoofdstad; Vlaardingen. Al sinds de Middeleeuwen was vis daar de belangrijkste bron van inkomen. Niet voor niets worden Vlaardingers haringkoppen genoemd en vierde men daar jarenlang het ‘Haring en Bier feest’. Haring moet immers zwemmen. De mooie historische visafslag aan de Westhavenkade herinnert nog aan een visrijk verleden. Toen in 1654 de trekvaart werd aangelegd, werden personen en goederen, waaronder de haring, daarover per trekschuit naar Delft en andere plaatsen vervoerd. Delft had verschillende vismarkten; voor zeevis, voor zoetwatervis, voor vissers van buiten Delft. De zeevis werd vanouds verhandeld bij de Visbanken op de hoek van de Cameretten met de Hippolytusbuurt.

Einde van een tijdperk
Na eeuwenlange verkoop van vis op deze locatie sloten de Visbanken op 18 januari 2025 definitief de deuren. Het pand werd opgesplitst in kleinere eenheden waar de kleine middenstand nieuwe kansen werd geboden hun handel aan de man te brengen in hartje Delft. Het einde van een tijdperk.