
Willem Jan Pijnacker Hordijk
AlgemeenWillem Jan Pijnacker Hordijk leidt mensen rond langs Joodse bezienswaardigheden in Delft.
Waarom hier op de foto?
Dit is de Joodse begraafplaats aan de Geertruyt van Oostenstraat. Vaak het eindpunt van de stadswandeling langs Joodse bezienswaardigheden in Delft, die ik zo’n twintig keer per jaar organiseer. Pro deo. Ze zijn gratis, al wordt een gift aan Stichting Herinneringsstenen Delft op prijs gesteld.
Ik wist niet dat er een Joodse begraafplaats was…
Veel mensen weten dat niet. Het is een oude begraafplaats. Vanaf 1645 werden hier joden begraven. De laatste begraving was in 1938. Vlak voor de Tweede Wereldoorlog. Deze mensen kregen nog een eervolle begrafenis. In de jaren erna kregen de meeste joden die omkwamen dat niet.
Sinds wanneer organiseer je deze wandelingen?
Inmiddels alweer acht jaar. Ontstaan vanuit de gedachte die verwoord is in het Bijbelboek Jesaja: ‘Troost, troost mijn volk’. Het is hartverscheurend wat er gebeurd is. Gewone mensen zoals jij en ik, weggevoerd en vermoord. Maar ook een levend element uit Delft dat verdween; het Joodse leven. Gelukkig niet voorgoed.
Het is teruggekeerd?
Ja. Zo is de synagoge aan de Koornmarkt een aantal jaar geleden weer in gebruik genomen. Het is geen museum, maar een levend gebouw en het huis van de Open Joodse gemeente Klal Ysraël. Een progressieve gemeente, met een vrouwelijke rabbijn, die twee keer in de maand een dienst houdt. Daarnaast zijn er in de synagoge natuurlijk ook veel culturele activiteiten, vaak met een Joodse insteek. De wandelingen starten ook bij de synagoge. We komen ook langs het oudste Joodse studentenhuis van Nederland, nog steeds in gebruik.
Gaat het dan alleen maar over de oorlog?
Nee. De synagoge bijvoorbeeld is al ouder dan de oorlog, Net als de begraafplaats. We komen ook langs plekken in de Choorstraat en de Peperstraat, waar Joden eerder diensten hielden, voordat de synagoge er was. Er zijn wel veel verhalen uit de oorlog. Maar we moeten niet vergeten dat de Joodse verhalen ook Delftse verhalen zijn. Neem het verhaal van Kees Chardon, Delfts verzetsman, die woonde aan de Spoorsingel en honderden kinderen gered heeft. Zijn verhaal komt ook voor in de bestseller Sonny Boy. Of neem de plek van de eerste studentenopstand in Nederland tegen de Duitsers, aan het Oostplantsoen, in november 1940. Tegen het ontslag van Joodse professoren aan de Technische Hogeschool, nu TU. Frans van Hasselt, de studentenleider, betaalde hiervoor met zijn leven. Net als Kees Chardon. Het zijn helden. Delftse helden.
Hoe zijn de reacties?
Enthousiast. Zelfs van Delftenaren hoor ik vaak ‘nooit geweten’ of ‘hier ben ik nog nooit geweest’. Plekken als het Oostplantsoen roepen vaak een kippenvelmoment op. Met gesprekken over ‘wat zou jij doen?’ of ‘wat zou jij willen doen.’ Daar zit verschil tussen. Iedereen wil een held zijn. Maar wat doe je als het erop aan komt?
Hoe kan ik erbij zijn?
De wandelingen zijn op aanvraag. En altijd in onderling overleg. De duur, de lengte, koffie of lunchmomenten, het is allemaal bespreekbaar. Contact opnemen kan via 06 15144001 of via www.herinneringsstenendelft.nl.
Als ik burgemeester was…
Zou ik me inzetten voor een monument voor de omgekomen Delftse Joden. De Stolpersteine zijn individueel, er is nog geen monument voor het collectief.







