Afbeelding

Leenwoorden uit andere landen

Algemeen

De Gouden Eeuw, Hollandse en Zeeuwse schepen bedwongen alle wereldzeeën. De Republiek had bezittingen over de hele wereld en het Nederlands werd gesproken tot in de verste uithoeken.

Door: Jeroen Stolk 

Het is daarom niet verwonderlijk dat in veel uitheemse talen nog Nederlandse woorden, of verbasteringen daarvan, terug te vinden zijn. Het Russisch is hiervan een mooi voorbeeld. De Hollanders dreven intensieve handel met Rusland. Tsaar Peter de Grote van Rusland bracht op zijn beurt een bezoek aan Holland. De contacten tussen Nederland en Rusland beslaan al meer dan duizend jaar. Het Russisch kent van alle Slavische talen de meeste Nederlandse leenwoorden. Met name uit de scheepvaart, maar ook woorden als abrikoos, brandspuit, hospitaal, juwelier, kanaal en koffie nam Rusland uit onze taal over. Veel daarvan heeft het Russisch doorgegeven aan voormalige Sovjetrepublieken en aan andere Slavische talen. Ook de Engelse taalgebieden zijn doorspekt met Nederlandse leenwoorden. Denk hierbij aan woorden als cookie, candy, bundle, coleslaw, decoy, dollar, yankee, drug, dyke, gin, Santa Claus, yacht, smuggle, rucksack enzovoort. In het Duits is ook genoeg Nederlands terug te vinden, bijvoorbeeld ‘stilleben’. Zweeds, Noors en Deens hebben het woordje maalstroom van ons geleend en wat dacht u van het Spaanse woordje flamenco (Vlaming)? Mannequin is een verbastering van het Vlaamse woord manneken. Ook heden ten dage woorden er nog woordjes vanuit het Nederlands in andere talen opgenomen. Een mooi voorbeeld vinden we in het Russische woordje kon’ki-klapy dat klapschaats betekent. In niet minder dan 138 talen zijn woorden te vinden van Nederlandse origine, de meeste met betrekking op het maritieme gebeuren (admiraal, ansjovis, bakboord, ballast, boei, dek, dok, haven, jacht, jol, kiel, mast, matroos, schipper, schoener, stuurboord…). Het meest beladen Nederlandse leenwoord dat men overal ter wereld kent is apartheid. 

Leenwoorden
De intensieve contacten met andere culturen en talen waren bovendien reden dat veel van hun woorden weer in het Nederlands terecht gekomen zijn: heimwee, bakkeleien, amper, banjeren, branie, gladjakker, piekeren, pienter, jojo, harem, alcohol, algebra, almanak, cijfer, matras, aubergine, spinazie en andijvie. Maar ook de hiervoor genoemde ‘Nederlandse’ woorden abrikoos en koffie. Het Latijn gaf ons zolder, aquarium, datum, museum, enz. Uit het Japans hebben we bonsai, karate, tsunami, kimono, karaoke, sudoku….. De Maori’s schonken ons kiwi, de Noren fjord, lemming en ski, Portugal dodo, marmelade en cobra. De Russen brachten toendra, steppe, tsaar, kosmonaut, mammoet en bistro. Spanje; embargo, guerrilla, junta, lasso, macho en paëlla. Uit Turkije haalden we yoghurt, tulp, kiosk en jakhals. Hindi bracht ons de pyjama, Inuït de anorak, de kajak en de iglo, Italiaans; bandiet, casino, maffia, confetti, fiasco, getto, piano enz. Het Fins de sauna. Zweden deed ons knäckebröd en ombudsman cadeau enzovoort.