
Huisvesting statushouders houdt Delft bezig
AlgemeenDELFT – Het college van burgemeester en wethouders heeft uitgebreid gereageerd op kritische vragen van de Delftse Forum voor Democratie-fractievoorzitter Samuel van Rij over de huisvesting van statushouders. De discussie draait om een gevoelig onderwerp in de stad; hoe Delft kan voldoen aan wettelijke verplichtingen voor de opvang van vergunninghouders, terwijl tegelijkertijd de druk op de woningmarkt hoog blijft.
Aanleiding voor de vragen was het eerder gepresenteerde huisvestingsplan waarmee Delft wil voorkomen dat de provincie ingrijpt vanwege achterstanden bij het huisvesten van statushouders. Volgens Van Rij zou de gemeente van plan zijn om meer vergunninghouders te huisvesten dan wettelijk verplicht is. Het college weerspreekt dat.
Taakstelling
Centraal in de discussie staat het aantal van 104 statushouders dat Delft per 1 juli 2026 wil hebben gehuisvest. Volgens Van Rij ligt dat boven de officiële taakstelling van 92 personen voor de eerste helft van dit jaar. Het college legt echter uit dat dit beeld onjuist is: “Het getal 104 behelst de taakstelling van 92 personen uit de eerste helft van 2026 plus de helft van de achterstand in de taakstelling 2024/2025 die resteerde per 1 januari 2026. Het gaat dus niet om huisvesting boven de wettelijke taakstelling.” Het doel is volgens het college juist om achterstanden weg te werken en daarmee te voldoen aan de wettelijke verplichtingen.
Provinciale druk
Delft stond op trede 4 van de zogenoemde interventieladder van de provincie, meldden wij eerder al. Dat systeem wordt gebruikt om toezicht te houden op gemeenten die achterlopen bij het huisvesten van statushouders. Wanneer gemeenten hun taakstelling langdurig niet halen, kan uiteindelijk sprake zijn van een zogenoemde ‘indeplaatsstelling’. Daarbij neemt de provincie zeggenschap rondom huisvesting van statushouders van de gemeente over. Om dat scenario te voorkomen moest Delft een concreet verbeterplan opstellen. Van Rij stelde dat het college juridische mogelijkheden had om zich tegen provinciale druk te verzetten. Volgens het gemeentebestuur is daarvan geen sprake. De provincie beoordeelt gemeenten en bepaalt zelfstandig op welke trede van de interventieladder een gemeente terechtkomt. “Dit is niet iets waar het college mee kan instemmen of waar het college een keuze in heeft”, luidt het antwoord.
Grote gezinnen
Een onderdeel van de lopende discussie gaat over de vraag waarom Delft moeite heeft om de taakstelling te halen. Het college wijst opnieuw naar de samenstelling van de groep statushouders die aan de stad wordt gekoppeld. Vooral de huisvesting van grote gezinnen blijkt ingewikkeld. Delft beschikt slechts beperkt over woningen die geschikt zijn voor huishoudens van zeven personen of meer. Juist deze gezinnen zorgen volgens de gemeente voor vertraging bij het wegwerken van de achterstanden. Ook de rol van nareizigers kwam aan bod in de vragen van Van Rij. Hij wees op alleenstaande minderjarige vreemdelingen (AMV’ers), die later vaak gezinsleden laten overkomen. Volgens het college hadden in 2025 veertig nareizende gezinnen een koppeling met Delft. Deze gezinnen bestonden gemiddeld uit vier personen. De gemeente benadrukt daarbij dat deze nareizigers meetellen binnen de bestaande taakstelling en dus niet bovenop de aantallen komen die Delft moet huisvesten. Structurele gevolgen voor de woningmarkt zijn volgens het college niet afzonderlijk onderzocht. Wel wijst het bestuur erop dat de woningen die aan nareizigers worden toegewezen vallen binnen het totale aandeel woningen dat naar statushouders gaat.
Sociale huur onder druk
De woningmarkt blijft ondertussen een gevoelig onderwerp. Delft telt ongeveer 6.600 woningzoekenden en de mediane wachttijd voor een woning bedraagt 82 maanden. Van Rij stelde daarom dat de gemeente de vraag naar sociale huurwoningen mede vergroot door opvanglocaties en de huisvesting van statushouders. Het college nuanceert die redenering. Volgens het bestuur wordt de vraag naar sociale huur beïnvloed door een combinatie van factoren, waaronder bevolkingsgroei, inkomensontwikkelingen en landelijke regelgeving. Statushouders vormen volgens de gemeente slechts één van meerdere groepen die aanspraak maken op sociale huurwoningen. Daarnaast zijn er bijvoorbeeld mensen met een medische urgentie en bewoners die uit zorginstellingen uitstromen. De gemeente wijst erop dat in de lokale prestatieafspraken is vastgelegd dat bijzondere doelgroepen gezamenlijk nooit meer dan 30 procent van de vrijkomende sociale huurwoningen krijgen toegewezen.
Belangenafweging
Een ander punt van Van Rij was de vraag voor wie het gemeentebestuur primair werkt. Van Rij stelde dat het college in de eerste plaats de belangen van Delftse inwoners moet behartigen. Het college zegt die verantwoordelijkheid te erkennen, maar plaatst daar een bredere definitie tegenover. Volgens het bestuur behoren ook statushouders die aan Delft zijn gekoppeld tot de inwoners van de stad en hebben ook zij recht op passende huisvesting. Tegelijkertijd erkent het college dat de woningnood groot is. Daarom blijft de gemeente inzetten op woningbouw. Delft wil tot 2040 ongeveer 15.000 woningen toevoegen. Daarnaast streeft het bestuur ernaar dat een derde van de woningvoorraad in 2040 uit sociale huurwoningen bestaat.







