
Fatbike verdeelt Delft: verbieden of opvoeden?
AlgemeenDELFT - “Je schrikt je rot als opeens een paar jongeren op fatbikes rakelings langs je heen schieten.” Het is een klacht die steeds vaker klinkt in Delft, zo ook op onze redactie middels ingezonden brieven van inwoners. In de binnenstad, rond winkelstraten en op andere drukke plekken groeit de ergernis over fatbikes en het gedrag van bestuurders. Waar de één vooral fatbikeoverlast ziet, wijst de ander op een breder probleem van gevaarlijk verkeersgedrag onder jongeren.
In de Delftse politiek is het onderwerp inmiddels uitgegroeid tot een stevig debat. Moet de gemeente harder ingrijpen met verboden of juist inzetten op gedragsverandering? Tijdens de commissievergadering Economie, Financiën en Bestuur van vorige week werd uitgebreid gesproken over de veiligheid in voetgangersgebieden. Vrijwel alle partijen erkenden dat er een probleem is, maar over de oplossing lopen de meningen flink uiteen.
Veiligheid
Aanleiding voor het debat zijn de groeiende zorgen over gevaarlijke situaties in de binnenstad. Vooral snelle, soms opgevoerde fatbikes zorgen volgens inwoners voor onveiligheid. Ook het aantal ongelukken onder jongeren baart zorgen. Sanne Kistemaker van sociaal ontwerpbureau Muzus wees als inspreker tijdens de vergadering op onderzoek naar het gebruik van fatbikes door jongeren, dat zij vorig jaar uitvoerde voor het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Zij gaf aan dat het aantal jongeren met hersenletsel door verkeersongelukken fors is toegenomen. Toch waarschuwde zij ervoor om de fatbike zelf als ‘schuldige’ aan te wijzen. Volgens haar draait het probleem vooral om gedrag. Jongeren worden beïnvloed door groepsdruk, status en de aantrekkingskracht van snelle voertuigen. Een verbod op fatbikes zou daarom weinig oplossen en het probleem slechts verplaatsen. Zij pleitte voor een aanpak waarbij scholen, jongerenwerkers en ouders worden betrokken. Tegelijkertijd zag zij wel iets in een helmplicht, een minimumleeftijd en strenger optreden tegen ondeugdelijke of opgevoerde voertuigen.
Debat
De PVV sprak in de commissie van een probleem van openbare orde en veiligheid en wil onderzoeken of fatbikevrije zones mogelijk zijn. De VVD vroeg zich af of de gemeente wel voldoende grip heeft op de situatie. Het CDA benadrukte dat voetgangers prioriteit moeten krijgen en vindt dat de gemeente nu al moet voorsorteren op strengere bevoegdheden. Forum voor Democratie legde vooral de nadruk op opgevoerde fatbikes. Volgens deze partij schort het vooral aan handhaving. Onafhankelijk Delft wees op overlast in de hele stad en vroeg om nauwere samenwerking tussen gemeente, politie, handhavers, scholen en ouders. Hart voor Delft ging nog een stap verder en sprak zich uit voor een volledig verbod op fatbikes in het centrum. Volgens de partij zijn duidelijke regels en extra handhaving nodig om de rust en veiligheid terug te brengen. STIP stelde dat het probleem vooral draait om gevaarlijk gedrag en niet specifiek om fatbikes. De partij wees erop dat verboden elders weinig effect hebben gehad en bovendien juridisch kwetsbaar zijn. Ook ChristenUnie, D66, PRO en Volt zagen meer in het stimuleren van gedragsverandering dan in verboden. D66 waarschuwde voor een ‘fatbike-fixatie’ en wees erop dat gevaarlijk rijgedrag ook voorkomt bij andere voertuigen, zoals scooters en elektrische fietsen. Volgens deze partijen moet de gemeente vooral investeren in preventie, bewustwording en slim gebruik van handhavingscapaciteit. De SP bracht daarnaast een opvallend positief voorstel in. De partij wil veilig gedrag juist belonen en denkt aan controles op technische veiligheid. Burgemeester Alexander Pechtold erkende dat fatbikes voor ergernis en onveiligheid zorgen. Toch ziet hij weinig in een lokaal verbod. Volgens hem is dat juridisch kwetsbaar, omdat fatbikes officieel onder elektrische fietsen vallen en een duidelijke wettelijke definitie ontbreekt. Pechtold verwacht daarom meer van landelijke maatregelen, zoals een helmplicht, een minimumleeftijd en mogelijk fatbikevrije zones. Wethouder Martina Huijsmans wees op projecten waarbij jongeren in gesprek gaan over veilig rijgedrag en legde daarmee de nadruk op preventie en gedragsbeïnvloeding.
Het debat krijgt waarschijnlijk nog een vervolg in de komende raadsvergadering op 11 juni door aangekondigde moties.







