
‘Meer banen, innovatie bloeit en trots mag harder klinken’
AlgemeenDELFT - De Delftse economie heeft zich de afgelopen jaren positief ontwikkeld. Dat blijkt uit de Voortgangsrapportage Economie 2025, die het college onlangs naar de gemeenteraad stuurde. Op verzoek van de raad rapporteert het college voortaan jaarlijks over de uitvoering van de Ruimtelijk-Economische Visie 2021-2030. Voor wethouder Economie Maaike Zwart is het rapport meer dan een verplichte verantwoording: “Dit is een heel positief verhaal voor de stad. Dit mogen we best vertellen!”
Door Cheyenne Toetenel
Een van de belangrijkste conclusies uit de rapportage is dat een hardnekkige trend eindelijk lijkt te zijn doorbroken: het verlies aan ruimte voor economie. “Jarenlang zagen we het aantal vierkante meters voor bedrijven in Delft keihard afnemen”, vertelt Zwart. “Soms met goede redenen, zoals de transformatie van kantoren naar woningen. Daar waren we als stad misschien zelf een beetje té enthousiast mee bezig. Met het huidige college hebben we gezegd: dit moeten we stoppen.” Dat bleek makkelijker gezegd dan gedaan. Toch laten de cijfers nu zien dat de daling tot stilstand is gekomen. “Een trend in ruimte stoppen is echt taai”, benadrukt de wethouder. “Maar het lukt. En dat is echt geweldig.” Tegelijkertijd groeit het aantal banen stevig door. “Die twee samen laten zien dat de aanpak werkt.”
Toerisme
Volgens Zwart bestaat de Delftse economie grofweg uit drie pijlers: de bezoekerseconomie, de wijkeconomie en de innovatieve hightech economie. “En op al die drie doen we als gemeente samen met onze partners van alles.” De bezoekerseconomie, ook wel toerisme, is al langer onderwerp van gesprek. Met de Visie Toerisme 2030 koos Delft eerder al bewust voor balans. “Een bezoekerseconomie waar ook de Delftenaar van profiteert”, aldus Zwart. Uit recent onderzoek en gesprekken met inwoners blijkt dat die balans wordt ervaren. “Mensen zien de positieve kanten: een levendige binnenstad, goede horeca en meer investeringen in de stad. Het is echt een wisselwerking.” Uniek is de houding van de sector zelf. “Delft is voor zover ik weet de enige stad waar de bezoekerseconomie zich verenigde en zei: verhoog de toeristenbelasting, maar laat dat kwartje terugvloeien naar de stad.” Met dat geld zijn inmiddels tal van projecten gerealiseerd, zoals Festival Zomer met tal van activiteiten, de toeristische duurzaamheidscampagne D’Serve en het Dellufs Bakkie, de herbruikbare koffiebeker die inmiddels breed wordt gebruikt. “Dat begon klein met een paar ondernemers en is uitgegroeid tot een stadsbrede beweging.” En grote culturele projecten als Luminiscence in de Oude Kerk en het Jaar van Vermeer laten zien hoe effectief Delft samenwerkt. “Organisaties geven aan dat ze hier warm zijn ontvangen. Dat is echt iets om trots op te zijn.” De komende jaren verhoogt Delft de toeristenbelasting niet verder. “Zeker nu het Rijk de btw op de bezoekerseconomie verhoogt, vinden we dat lokaal te risicovol”, zegt Zwart. “Dat rijksbesluit vind ik overigens zeer slecht, laat dat duidelijk zijn!”
Economie in de wijken
Minstens zo belangrijk vindt de wethouder de wijkeconomie: de loodgieter, bakker, supermarkt, fietsenmaker en kledingwinkel. “Economie klinkt voor sommige mensen abstract, maar dit is wat je elke dag op straat ziet. Deze ondernemers maken de stad leefbaar.” Juist deze sector staat onder druk door het tekort aan betaalbare bedrijfsruimte. “Panden werden duurder en we zagen het risico dat we onze wijkeconomie de stad uit duwen. Dat raakt niet alleen de leefbaarheid, maar ook het dagelijks gemak. Als je wc verstopt is, wil je geen loodgieter uit de Achterhoek. En als je ouder wordt, wil je gewoon een bakker en supermarkt om de hoek.” De gemeente kan niet alles sturen, maar wel randvoorwaarden creëren. “Stap één is zorgen voor meer ruimte.” Daarom wordt in nieuwe gebiedsontwikkelingen expliciet ruimte gereserveerd voor ondernemerschap, zoals 3000 m² in de Kop van de Buitenhof en ruimte in de Nieuwe Gillis, in samenwerking met Woonbron. Daarnaast ondersteunt Delft ondernemerschap in de wijken via Delft Boost Labs in het Stationshuis bij Delft Campus en in winkelcentrum De Hoven. “Dat loopt supergoed. Startende ondernemers - vaak buurtgenoten - krijgen begeleiding én flexibele werkruimte. Zo helpen we mensen bij de ontwikkeling van hun onderneming tot ze zelfstandig verder kunnen.”
Trots op innovatie
De derde pijler van de Delftse economie is de innovatieve, hightech economie rond de TU Delft, hogescholen en onderzoeksinstellingen. Een sector die vaak wordt gezien als iets voor hoogopgeleide techneuten, maar dat beeld klopt volgens wethouder Maaike Zwart niet. “Wat we soms vergeten, is dat deze innovatieve maakbedrijven juist ook heel veel brede banen bieden. Niet alleen voor universitair opgeleiden, maar nadrukkelijk ook voor mbo’ers.” Daarom investeert de gemeente bewust in de samenwerking tussen innovatieve bedrijven en mbo-onderwijs, bijvoorbeeld via ROC Mondriaan, zodat studenten direct worden opgeleid voor dit soort werk. Als je ergens je bedrijf wilt starten moet je hier in Delft zijn, zegt Zwart, wijzend op dat Delft al vijf jaar op rij de beste plek is voor ondernemerschap. “Een mooi voorbeeld: Delft viert dit jaar twintig jaar YES!Delft, waar de gemeente mede aan de wieg stond. Dit jaar heeft YES!Delft meer bedrijven dan ooit geholpen om de volgende stap te zetten.” Die populariteit brengt ook uitdagingen mee. “Er starten zoveel bedrijven dat ze niet allemaal in Delft kunnen blijven. Dat is deels prima, maar we willen er ook een aantal hier houden. Niet alleen vanwege de brede werkgelegenheid, maar ook omdat het toekomstbestendige banen zijn en bedrijven die werken aan grote maatschappelijke transities.” Zwart noemt voorbeelden variërend van duurzamere pannen tot bioplastics, geprinte boten, zorgtechnologie en afbreekbaar piepschuim. “Een mooi recent voorbeeld is de opening van het nieuwe hoofdkantoor van TTH (Taste, Texture & Health) van dsm-firmenich op de Biotech Campus”, aldus Zwart. “Doordat zij nu in één gebouw samenwerken, kunnen ze sneller innoveren. Bovendien kwam hun oude pand vrij voor start-ups uit de Planet B.io-community, die nu ruimte hebben om door te groeien. Delft telt enorm veel bedrijven die de wereld verbeteren.” Met partners werkt de gemeente daarom ook aan het Innovatiedistrict Delft, met projecten als NEXT Delft fase 2, The Terminal en de verdere ontwikkeling van het Campus District. “Dat gebied moet niet iets zijn waar Delftenaren nooit komen, maar een plek waar je je welkom voelt en trots rondloopt. Hier worden de oplossingen voor de grote maatschappelijke uitdagingen waar we voor staan bedacht, ontwikkeld en toegepast - in Delft, voor Nederland en de rest van de wereld. En daar mogen we met elkaar heel trots op zijn.”







