Foto: Koos Bommelé.
Foto: Koos Bommelé.

Hemd van het Lijf: Suzanne Liem

Algemeen Hemd van het lijf

Suzanne Liem is documentair fotograaf en bracht, 80 jaar na de onafhankelijksstrijd, het boek ‘Echo van de Strijd om Indonesië’ uit. Haar tentoonstelling met dezelfde titel is tot 1 maart 2026 te zien in Museum Sophiahof in Den Haag.

Waarom hier op de foto?
Dit is de Gasthuisplaats. Hier ben ik geboren, uit een Nederlandse moeder en een vader uit Indonesië van Chinese afkomst. Ik wist maar weinig over de achtergrond van mijn familie, daar werd nooit zo over gesproken thuis. Pas op latere leeftijd ben ik me daarvoor gaan interesseren.

Hoe kwam dat zo?
In 2009 klaagden verschillende vrouwen van mannen die in de onafhankelijkheidsstrijd van Indonesië zijn vermoord, de Staat der Nederlanden aan. Ik was zo benieuwd naar dat verhaal, dat ik de weduwen in Indonesië heb geïnterviewd en gefotografeerd. Ik ben namelijk journalistiek portret- en documentair fotograaf. Dat was eigenlijk mijn eerste kennismaking met die geschiedenis, en ik wilde er nog veel meer over weten.

Hoe ging dat verder?
De meeste mensen die de onafhankelijkheidsstrijd hadden meegemaakt, waren toen al overleden. Ik moest dus een andere manier vinden om het verhaal te vertellen. Het leek me interessant om de kinderen en kleinkinderen van de mensen die in de geschiedenisboeken terecht zijn gekomen te interviewen. Daar ben ik zeven jaar lang mee bezig geweest. Ik heb het samengebonden in het boek dat je ook op de foto ziet: ‘Echo van de Strijd om Indonesië’.

Waar begin je met zoiets?
Het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde, dat zelf ook onderzoek deed naar deze periode, wilde me wel helpen met de financiering en de contacten. Een van die contacten was een historicus in Indonesië, en via hem kwam ik in aanraking met verschillende families. Uiteindelijk heb ik 22 families in Indonesië ontmoet en 11 families in Nederland. Het boek heeft dus 33 hoofdstukken, bestaande uit interviews en foto’s.

Hoe pakte je dat aan?
Ik zette mijn camera op een statief en vroeg de mensen om in de lens te kijken terwijl ze mijn vragen beantwoordden. Naast mij zat nog iemand om eventueel in te springen als ik bezig was met de foto’s. Daarnaast maakte ik ook nog losse foto’s op andere plekken, om de verhalen mee aan te vullen.

Welke emoties zag je?
Ik vroeg deze mensen: Hoe heb jij je vader of je opa meegemaakt? Wat voel je daarbij? Dat levert verhalen op met veel trots, over vaders en opa’s die hebben gestreden voor de onafhankelijkheid. Maar er is ook veel verdriet bij, omdat ze hun familie soms op heel wrede wijze hebben verloren in die strijd. Wat me wel bijblijft is dat er nooit agressie of boosheid was. Deze mensen wilden gewoon graag dat hun verhalen werden gehoord. Ik vind dat ook erg belangrijk.

Kun je dat toelichten?
Wij in Nederland weten eigenlijk veel te weinig over dit stukje geschiedenis, zeker vanuit het Indonesisch oogpunt. En dat terwijl er ongeveer twee miljoen Nederlanders zijn die familiebanden hebben met Indonesië. Het is belangrijk om te weten wat er toen precies gebeurd is, omdat er tachtig jaar later nog steeds littekens zichtbaar zijn. Oorlog werkt nu eenmaal door in de volgende generaties. Ik vind dat we naar elkaars verhalen moeten luisteren en dat we moeten erkennen dat er iets is wat nog tussen ons in staat - van regering tot regering en van mens tot mens. Mijn missie met dit boek is dan ook dat het kan bijdragen aan de dialoog.

Waar is het boek verkrijgbaar?
In alle bekende boekhandels in Delft, en ook via de website van de uitgever: www.walburgpers.nl.

Als ik burgemeester van Delft was…
…zou ik een stedenband willen bouwen met een plaats in Indonesië, bijvoorbeeld Linggajati, waar de eerste onderhandelingen over de onafhankelijkheid plaatsvonden. Hier in Delft was vroeger de Indische instelling, een onderwijsinstituut waar in de 19e eeuw ambtenaren werden opgeleid die naar Nederlands-Indië zouden gaan. Een stedenband lijkt me iets wat op positieve wijze kan bijdragen aan de verbinding met ons verleden en met elkaar, zeker voor de jongere generaties.