Foto: Koos Bommelé
Foto: Koos Bommelé

Burgemeester Marja van Bijsterveldt neemt afscheid: ‘Burgemeester van Delft zijn was een voorrecht’

Algemeen

DELFT - Het moment is nu dan toch echt daar: na negen jaar neemt Marja van Bijsterveldt afscheid als burgemeester van Delft. In een uitgebreid afscheidsinterview blikt Van Bijsterveldt terug op haar periode als burgemeester - een tijd die ze omschrijft als intensief, veeleisend, maar vooral een groot voorrecht. 

Door Cheyenne Toetenel

Toen Van Bijsterveldt in november 2024 bekendmaakte dat ze in september 2025 zou stoppen, werd ze zichtbaar geëmotioneerd. En nu, vlak voor haar vertrek, voelt ze de weemoed sterker dan ooit. “Het burgemeesterschap was voor mij echt een jas die perfect paste”, vertelt de vertrekkend burgemeester. “Het gaat niet alleen om een rol of een taak; het zat in mij verweven. De vele ontmoetingen met inwoners, het nadenken over oplossingen, soms moeilijke knopen doorhakken, het netwerken voor de Delftse belangen... Het paste bij mij. Tegelijkertijd is het ook een functie waar je niet zomaar even uit kunt stappen. Je staat altijd ‘aan’. Zelfs ’s nachts lig je te piekeren of je iets goed hebt gedaan. Dat is iets wat ik straks niet ga missen.” Meer rust en ruimte, daar kijkt ze naar uit. Niet om achterover te leunen - “want dat past niet bij mij” - maar wel om het leven meer in eigen tempo in te richten. “Ik blijf zeker actief, bijvoorbeeld als vrijwilliger. Maar eerst zet ik, behoudens een enkele klus waarvoor ik gevraagd ben, de boel even op nul.”

Een zware maar dankbare last
Niet alleen zijzelf, ook haar familie kijkt uit naar die verandering. “Mijn man zou zeggen: ‘Het is niet zozeer de tijd die het werk kost wat het zwaar maakt, maar de stress die erbij komt’. Ik ben streng voor mezelf, altijd bezig om nog een stapje extra te zetten. Dat legt druk op je gezin. Mijn man is mijn baken geweest, mijn rots in de branding. En mijn jongens hebben altijd meegedacht en meegeleefd. Maar het is intensief geweest. Het is goed dat er nu ruimte komt.” Wat het burgemeesterschap volgens haarzelf het zwaarst maakt? Niet de agenda, niet de lange dagen. “Het is de eindverantwoordelijkheid die je altijd voelt. Officieel ligt die natuurlijk bij de gemeenteraad en het hele college, maar als burgemeester voelt het voor mij toch zo. Dat maakt het een ambt dat vooral is weggelegd voor enigszins blijmoedige mensen. Je moet energie halen uit het werk, en dat heb ik gelukkig vaak gekund.”

Trots op resultaten
Negen jaar Delft. Waar kijkt Van Bijsterveldt met trots op terug? Ze hoeft er niet lang over na te denken. “Het moment dat de verbouwing van Museum Prinsenhof een ‘go’ kreeg, dat was bijzonder. Het lag op z’n gat, en toch lukte het om met steun van de familie Vlek en de gemeenteraad voldoende geld vrij te maken. Dat was een enorme opsteker.” Een ander hoogtepunt: de opname van Delft-West in het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid. “Dat is cruciaal geweest. Delft heeft prachtige iconen als de TU en het historische centrum, maar je moet ook investeren in wijken waar dat niet vanzelfsprekend is. Dankzij dit programma kwamen er miljoenen extra vanuit het Rijk. Daarmee kunnen we écht verschil maken.” Ook op de samenwerking met de TU Delft kijkt ze enthousiast terug. “Voorzitter/Rector Tim van der Hagen en ik hebben de band sterk verdiept, een heel mooie samenwerking. Dat was nodig, want innovatiekracht is cruciaal voor Nederland en Delft speelt daarin een hoofdrol. Het ecosysteem dat hier is ontstaan, is de beste van Nederland. Dat maakt me trots.” Direct verbonden aan de TU zijn de vele studenten in de stad met wie de burgemeester in de afgelopen jaren een heel goede band had. Van Bijsterveldt: “Hoe saai zou Delft zijn zonder onze studenten, en hoezeer ik af en toe ook streng moest zijn, ik zou ze geen dag willen missen!’’ Van Bijsterveldt vertelt ook over Bachkoor Holland, dat op een bepaald moment dreigde te verdwijnen. “Dat zou een enorm verlies zijn geweest voor Delft en ver daarbuiten. Samen met betrokken Delftenaren hebben we de schouders eronder gezet en nieuwe mensen gevonden die het koor konden dragen. Voor ons als stad is de jaarlijkse Matthäus Passion niet alleen een bron van mooie muziek, maar ook een prachtig en inmiddels landelijk bekend netwerkevent.”

Liefde voor Delft
Dat Van Bijsterveldt liefde heeft voor de stad, spreekt ze veelvuldig uit. Niet voor niets solliciteerde zij negen jaar geleden naar het burgemeesterschap van Delft. “In mijn hart hou ik van dorpen. Daar zie je gemeenschappen waarin mensen naar elkaar omzien. Delft is tegelijk een stad én een dorp. Je ziet hier nog altijd sterke verenigingen, kerken, moskeeën, informele netwerken als eetgroepen, buurtinitiatieven. Dat is de basis waarop je verder kunt bouwen. Ik zeg vaak: we moeten dorpen creëren in de stad. Mensen hebben elkaar nodig, niet alleen de overheid. Dat is een overtuiging die ik ook vanuit mijn CDA-achtergrond heb meegenomen.” Daarnaast bewondert ze de historische én innovatieve kant van Delft. “Nieuwsgierigheid zit in het DNA van de stad. Van Antoni van Leeuwenhoek tot Johannes Vermeer en Hugo de Groot. En die geest zie je terug in de TU Delft en de vele startups. Delft heeft altijd nieuwsgierig naar voren gekeken.” Een derde aspect dat Delft volgens Van Bijsterveldt bijzonder maakt, is de regionale positie. “Delft ligt precies tussen Den Haag en Rotterdam in. We zijn groot genoeg om serieus genomen te worden, onder meer door de aanwezigheid van de TU, maar tegelijk ook bescheiden genoeg om niet bedreigend te zijn voor kleinere buurgemeenten. Daardoor kan Delft een verbindende rol spelen in de regio. Dat heb ik altijd heel waardevol gevonden.”

Verandering van de stad
Toen Marja van Bijsterveldt in 2016 begon als burgemeester van Delft, trof ze een stad aan die volgens haar “een beetje in zichzelf gekeerd” was en er financieel slecht voor stond. Het rapport Deetman gaf toen richting: versterk de kenniskant, investeer in de wijken, maak werk van toerisme en erfgoed. “Dat rapport was echt een kantelpunt. Sindsdien is Delft in beweging gekomen. Samen met de colleges van B&W en een sterke gemeenteraad hebben we dat opgepakt. En het resultaat zie je. Delft staat er nu veel beter voor, financieel en inhoudelijk.” Op de samenwerking met de gemeenteraad kijkt ze met warmte terug. “We hebben een hele diverse raad, van links tot rechts, met veel mensen met een bèta-achtergrond. Dat maakt de debatten vaak praktisch en oplossingsgericht. Natuurlijk waren er stevige discussies, bijvoorbeeld over camera’s, cultuur, parkeren en wonen. Maar we kwamen er altijd zonder schrammen uit. Dat gun je elke stad.”

Vertrouwen in Pechtold
Per 4 september neemt Alexander Pechtold het burgemeesterschap over. Marja van Bijsterveldt heeft veel vertrouwen in hem. “Ik ken Alexander al heel lang. We zaten ooit samen als partijvoorzitters - hij namens D66 en ik namens het CDA - aan tafel in Den Haag. Hij is flamboyant, benaderbaar, heeft een groot netwerk en veel bestuurlijke ervaring. Dat is belangrijk voor Delft, een stad die misschien niet zo groot is als Rotterdam of Den Haag, maar in mijn ogen wel dezelfde potentie heeft.” Haar belangrijkste advies aan Pechtold? “Blijf jezelf en geniet ervan. Dat laatste heb ik zelf soms te weinig gedaan. Je moet het volhouden, dus wees niet te streng voor jezelf. Hij is denk ik wat optimistischer van aard, dat helpt!”

Niet stilzitten
Na haar afscheid gaat Van Bijsterveldt ‘niet zitten niksen’, zoals ze het zelf zegt. “Dan word ik gek, en mijn man erbij!”, grapt ze. “Ik wil blijven bijdragen, maar wel in een rol met minder verantwoordelijkheid en in een rustiger tempo.” Zo gaat ze opnieuw aan de slag in de maritieme sector, waar ze eerder al de sectoragenda schreef voor drie ministeries. Daarnaast wil ze zich als vrijwilliger inzetten, onder meer in Midden-Delfland. Daar was ze eerder voorzitter en is ze nu beschermvrouwe van de Midden-Delflandvereniging. “Dit gebied is cruciaal voor onze regio: voor klimaat, natuur, maar ook voor het vestigingsklimaat. Midden-Delfland is een groene long in de Randstad, en ik wil daar graag concreet en hands-on aan bijdragen.” Ook bij Bachkoor Holland wil ze betrokken blijven. Bovendien wacht er een rol die ze met plezier oppakt: het zijn van oma. Met straks vier kleinkinderen wordt er elke week een dag vrijgemaakt om op te passen. “Dan wil ik dingen doen die ik met mijn eigen kinderen soms minder deed: naar musea, speeltuinen bezoeken en vooral veel voorlezen. Taal opent werelden, en met een boek ben je nooit alleen; er zijn altijd verhalen en mensen die met je meereizen. Dat wil ik mijn kleinkinderen én andere kinderen meegeven. Daarom wil ik ook iets blijven betekenen voor onze bibliotheek, DOK.”

Geworteld in Delft
Verhuizen naar Schipluiden, haar geliefde dorp waar ze eerder burgemeester was, leek lange tijd een logische stap na haar vertrek. Toch is dat plan inmiddels van tafel. “We zijn te geworteld geraakt in Delft. Ons huis aan de gracht, de buren, de gezelligheid; het is ons thuis geworden. Ik voel me inmiddels echt een Delftenaar.” Toch blijft de band met Schipluiden onverminderd sterk. “Ik wandel er vaak naartoe. Dan drink ik een koffietje bij bakkerij Hoek of loop even langs de kringloopwinkel waar vrienden van mij actief zijn. Het dorp zit nog steeds in mijn hart. Mensen kennen elkaar, helpen elkaar, dat warme gemeenschapsgevoel blijft me trekken.” Voor Van Bijsterveldt is het geen tegenstelling maar een aanvulling: Delft én Schipluiden. “Ik zeg altijd: Schipluiden is het mooiste dorp dat ik ken en Delft de mooiste stad. In Delft voel ik de dynamiek van innovatie en historie, in Schipluiden de warmte van een hechte gemeenschap - iets wat ik Delft ook gun. Samen vormen ze mijn thuisbasis. En het mooie is: ik hoef er niet tussen te kiezen, want ik kan ze allebei blijven koesteren.”

Delft zegt dag
Op zondag 31 augustus neemt Marja van Bijsterveldt officieel afscheid van de stad. Tussen 13.00 uur en 17.00 uur is er een feestelijk programma op de Markt met muziek en activiteiten. Een moment voor Delftenaren om hun burgemeester gedag te zeggen en voor Van Bijsterveldt om nog één keer te voelen hoe bijzonder de band is tussen haar en de stad. “Het is een groot voorrecht geweest om burgemeester van Delft te zijn. Het was vele jaren mooi teamwork, met heel fijne partners als de raad, het college, de ambtelijke organisatie, maar bijvoorbeeld ook onze politie en brandweer, op wie we heel trots mogen zijn. En eerlijk gezegd: je blijft altijd een beetje burgemeester. Mensen spreken me ook straks aan op straat, zwaaien, maken een praatje. Dat merk ik ook in Schipluiden. Het voelt nooit als last, maar als rijkdom. Het geeft me energie. Het is een ‘way of life’!”

Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding