
Delft komt met actieplan voor overvol elektriciteitsnet
AlgemeenDELFT - De vraag naar stroom in Nederland is groot en groeit snel, zo ook in Delft. Naast de komst van warmtepompen, laadpalen en nieuwe bedrijven gebruikt ook de industrie steeds meer stroom. Ondanks het gigantische elektriciteitsnetwerk kondigde netbeheerder TenneT in december 2024 netcongestie af, wat betekent dat het elektriciteitsnet vol zit. Voor de gemeente reden genoeg om in actie te komen en een plan te bedenken, om te voorkomen dat belangrijke projecten stil komen te liggen.
Door Frank van der Steen
Maar hoe ontstaat netcongestie en wat zijn de gevolgen ervan? “Eigenlijk is netcongestie file op het elektriciteitsnet”, vertelt Remco van Dessel, netcongestie-expert van de gemeente. “Over een elektriciteitsnet lopen elektronen, die zeker niet stilstaan. In het elektriciteitsnet zitten overal transformatiestations tussen, wat eigenlijk een soort flessenhalzen zijn, waar de energie lastig doorheen komt. Dat is de weerstand die in het net zit om de elektronen van A naar B te kunnen krijgen. Dat noemen we netcongestie.” Netcongestie kan voorkomen op het hoogspanningsnet, het middenspanningsnet en op het laagspanningsnet. Netbeheerder TenneT transporteert hoogspanning, een spanning van 110 kV en hoger. Dat doen ze met een elektriciteitsnetwerk van in totaal 25.000 kilometer, waarmee er elke dag elektriciteit getransporteerd wordt naar 43 miljoen mensen in Nederland en een groot deel van Duitsland. Door netcongestie op het hoogspanningsnet in grote delen van Zuid-Holland, waaronder Delft, zijn nieuwe ontwikkelingen met een zware stroomaansluiting van meer dan 3x80 ampère niet meer mogelijk. Denk hierbij aan projecten in de openbare ruimte, sportlocaties en scholen. Voor particulieren en kleine bedrijven met een aansluiting tot 3x80 ampère verandert er niets, zij kunnen gewoon nog een laadpaal of warmtepomp installeren.
Lokale netbeheerder
Volgens Van Dessel wordt er in Nederland nu veel gesproken over het verzwaren van het elektriciteitsnet: “Maar dat is een opgave die niet bij de gemeente ligt, maar bij de netbeheerders van de gemeente. Het hoogspanningsnet wordt verzorgd door TenneT, maar het middenspanningsnet en het laagspanningsnet worden door de lokale netbeheerder Stedin beleverd. TenneT sluit pas vanaf 100 megawatt aan, wat betekent dat alle woningen en bedrijven in Delft worden beleverd door Stedin. Daarnaast is Stedin de enige klant van TenneT in deze regio die is aangesloten op het hoogspanningsnet. Omdat er netcongestie is op het hoogspanningsnet, kan Stedin dus onvoldoende elektriciteit op het lokale net krijgen om de stad de voorzien van elektriciteit.” TenneT verwacht pas tussen 2032 en 2035 meer ruimte te hebben op het stroomnet, maar tegelijkertijd houdt Stedin er rekening mee dat er in de toekomst in Delft ook netcongestie ontstaat op het middenspanningsnet.
Gevolg voor projecten in Delft
Bestaande aansluitingen op het hoogspanningsnet blijven gewoon van elektriciteit voorzien worden, maar verzwaring of uitbreiding van bestaande grootverbruikersaansluitingen is niet meer mogelijk. Nieuwe aanvragen voor een zware aansluiting komen op een wachtlijst. Ook projecten die een zware stroomaansluiting nodig hebben én die belangrijk zijn voor de stad kunnen dus voorlopig niet doorgaan, al is de gemeente wel aan het onderzoeken welke oplossingen er zijn om de planning van deze projecten aan te passen: “Als gemeente zijn wij, samen met Stedin, gestart met het maken van een impactanalyse. Met andere woorden, welke projecten lopen er in de stad en wat betekent dit voor deze projecten? Deze informatie hebben we in een portaal met elkaar verzameld, zodat we direct kunnen schakelen als er ontwikkelingen plaatsvinden.” Ondanks dat alle projecten met een uitbreiding op of een nieuwe grootverbruikersaansluiting ‘on hold’ staan tot circa 2035, betekent dat volgens Van Dessel niet dat er geen handelingsperspectief is voor de ontwikkelaars van deze projecten. Het is namelijk mogelijk om alternatieven te ontwikkelen, waardoor een grootverbruiksaansluiting voorlopig niet nodig is en er dus een versnelling kan plaatsvinden: “Er zijn verschillende manieren om zo’n project opnieuw in te richten. We kijken onder andere of we slim kunnen omgaan met warmtepompen, laadpleinen kunnen toevoegen voor elektrische voertuigen, extra zonnepanelen kunnen plaatsen en zelfs of we de geothermische bron of andere warmtekrachtkoppelingen kunnen inzetten! Er zijn dus genoeg opties om de puzzel uiteindelijk te gaan leggen.” Wethouder Maaike Zwart voegt hier nog iets belangrijks aan toe: “Het is hierbij belangrijk om te vermelden dat wij geen TenneT of Stedin zijn, dus dat dit niets te maken heeft met netverzwaring of over extra aansluitingen.”
Wachtlijst
Maar wanneer krijgt een project voorrang op een ander project? Dit wordt volgens Van Dessel onder andere bepaald door de Autoriteit Consument en Markt (ACM), een onafhankelijke toezichthouder: “De ACM is eigenlijk de ‘waakhond’ boven de netbeheerders. De ACM heeft voor drie zaken prioriteit bepaald, namelijk voor netcongestieverzachters, basisbehoeften, veiligheid én kritieke, vitale en essentiële infrastructuur. Dit kader bepaalt de volgorde waarin projecten in aanmerking kunnen komen voor een grootverbruiksaansluiting als er ruimte wordt gevonden op het net.” Volgens Zwart heeft ook de gemeente nog een specifieke lijst: “We hebben als gemeente ook nog een lijst, die door het college is aangebracht, om te bepalen in welke volgorde onze eigen projecten worden geholpen om een alternatief voor een grootverbruiksaansluiting te ontwikkelen. Dit betekent niet dat je nooit aan bod komt als je onderaan de lijst staat, maar dit is voor ons alleen een prioritering om te kijken waar we gaan starten. Het is een bewegende lijst die niet in beton is gegoten. We willen alle projecten gaan helpen, maar wel met de wetenschap dat het niet allemaal tegelijk kan. Op deze manier willen we daar transparant over zijn naar de stad.”
Uit de inventarisatie blijkt dat 27 projecten direct geraakt worden door de afgekondigde netcongestie en er is ruimte om 12 projecten tegelijk op te pakken. Van de projecten die nog geen actieve begeleiding krijgen en daarop moeten wachten is ingeschat wanneer zij wel van een alternatieve oplossing kunnen worden voorzien.







