
‘Nieuwbouw Theater de Veste onontkoombaar’
AlgemeenDELFT - Theater de Veste is al dertig jaar een begrip in Delft. Sinds de opening in 1995 is het als stadstheater de belangrijkste professionele podiumkunstvoorziening van Delft. Maar achter de schermen kraakt en piept het theater aan alle kanten. De gemeente Delft werkt toe naar nieuwbouw, maar tot die tijd moet het huidige gebouw nog minstens vijftien jaar mee. Theaterdirecteur Marijtje Pronk slaat alarm: “Hoe je het ook wendt of keert, het huidige pand is helaas een sterfhuis. Nieuwbouw is nog de enige realistische optie en daarom onontkoombaar.”
In 1995 werd Theater de Veste in gebruik genomen, gebouwd met het idee om met beperkte middelen het stadstheater van Delft van de grond te krijgen. Dat is gelukt, en Pronk benadrukt dan ook haar dankbaarheid richting de pioniers van toen. “Maar het is helaas zo dat er destijds niet toekomstbestendig is gebouwd. Daar lopen we nu keihard tegenaan.” Onderzoek uit 2020, in opdracht van de gemeente, wees al uit dat de houdbaarheid van het gebouw eindig is en dat (ver-)nieuwbouw voor het stadstheater van Delft binnen 5 tot 10 jaar onafwendbaar zou zijn. Het huidige gebouw kampt met een reeks structurele en functionele gebreken die het gebruik van het pand ernstig belemmeren. “De zaalcapaciteit is met 500 stoelen te klein voor een groeiende stad als Delft, waar inmiddels 110.000 mensen wonen. Veel kleinere steden zoals Goes of Papendrecht hebben al meer zitplaatsen. En wij missen een tweede multifunctionele zaal die je in andere steden wél vindt”, legt Pronk uit. Maar dat is nog niet alles. Er is geen koeling – ‘het is vaak snikheet in de zaal’ – en de toegankelijkheid is slecht. “We hebben veel trappen en geen liften. Mensen die minder goed ter been zijn kunnen daardoor lastig de zaal betreden. De publieksruimtes zijn heel krap, het podium is te klein voor veel producties en de algehele staat van het gebouw is verouderd.” Dit alles heeft directe gevolgen. Zo zijn de onderhoudskosten van het gebouw zeer hoog en slaan artiesten steeds vaker Delft over omdat ze hun begroting niet rond krijgen bij zo’n kleine capaciteit. “Er zijn nu al artiesten die niet meer komen en anderen die zeggen dat ze in de toekomst niet meer kunnen. Dat raakt ons diep, want we willen juist zoveel mogelijk aanbod tonen en ook de bekende namen in Delft houden. Ook lijdt de financiële exploitatie van het theater onder de te kleine capaciteit. We zijn vaak uitverkocht, de vraag is veel groter dan ons stoelenaantal.”
Nieuwbouw
De gemeente heeft laten onderzoeken of verbouwing een reëel alternatief biedt, maar die zou zo ingrijpend zijn dat deze vrijwel net zo duur blijkt als nieuwbouw. Bovendien zou zelfs dan de capaciteit maar naar 575 stoelen kunnen worden uitgebreid – nog steeds verre van de benodigde capaciteit van 800 stoelen. Pronk: “Dan ben je bezig met duurkoop, net zoals het huidige gebouw eigenlijk ook was. We moeten echt kiezen voor een oplossing die wél toekomstbestendig is.” Hoewel de gemeente in 2024 een voorkeur uitsprak voor nieuwbouw, schoof de gemeenteraad in december de daadwerkelijke beslissing door naar 2028. Vanaf dat moment wordt jaarlijks gekeken of een volgende fase gestart kan worden. Volgens de huidige financiële strategie van het college is 2040 de beoogde opleverdatum van een nieuw theatergebouw. Die tijdlijn is volgens Pronk krap. “Om in 2040 een nieuw theater te hebben, is een degelijke voorbereiding nodig, en zal zo spoedig mogelijk een besluit genomen moeten worden. Zo’n traject kost rond de vijftien jaar: van besluit, planvorming, ontwerp, participatie tot bouw. Het lijkt ver weg, maar als we nu niet beginnen met goed voorbereiden en sparen, gaan we 2040 niet halen.”
Tijdelijke investeringen
Om het huidige gebouw tot 2040 enigszins bruikbaar te houden, is door de gemeente een pakket aan tijdelijke investeringen van bijna twee miljoen euro opgesteld. De gemeente wil onder andere zonnepanelen plaatsen en isolatie aanbrengen. Daarnaast is gekeken naar verbeteringen op het gebied van koeling en het aanbrengen van een lift, maar dit blijkt niet mogelijk binnen het huidige pand. Pronk benadrukt dat enkele tussentijdse aanpassingen belangrijk zijn, maar dat deze maatregelen slechts tijdelijke ‘pleisters op een zere wond’ zijn. “Het zijn zeer beperkte aanpassingen. De fundamentele problemen – de te kleine zaal, het gebrek aan koeling, de verouderde staat, de ontoegankelijke en kleine publieksruimtes, het kleine podium – blijven allemaal bestaan. Die zijn simpelweg niet op te lossen binnen de bestaande structuur van het huidige gebouw. Het legt op harde wijze bloot hoe nijpend de situatie van het gebouw is. We vinden dat je zo min mogelijk geld moet steken in een pand dat over vijftien jaar verdwijnt. Dat is kapitaalvernietiging. Maar dat betekent ook dat we het nog vijftien jaar moeten uithouden met een gebouw dat niet meer voldoet. Daarom is het belangrijk dat er geen tijd wordt verspild ten aanzien van de nieuwbouw.”
Urgentie
Pronk hoopt dat de urgentie inmiddels duidelijk is. “De problemen zijn groot, het gebouw is op. Het is belangrijk dat er doorgepakt wordt. Liever vandaag dan in 2028.” Ze ziet kansen voor de toekomst. Een nieuw theatergebouw hoeft volgens haar niet alleen een plek voor podiumkunsten te zijn, maar ook een moderne ontmoetingsplek met ruimte voor congressen, popmuziek en dance, werk- en studieruimtes en kinderactiviteiten. “Dat levert niet alleen cultureel, maar ook economisch qua sociale cohesie veel op voor de stad. Het is een investering die zich op meerdere fronten terugbetaalt. Dat verdient Delft!”







