Oude Delft 53, afdeling Beeld en geluid, Stadsarchief Delft
Oude Delft 53, afdeling Beeld en geluid, Stadsarchief Delft

Gangenstelsel onder Delft deel 5

Algemeen

Passeren we tijdens een wandeling door het oude centrum van Delft ongemerkt eeuwenoude verborgen gangen, diep onder onze voeten? De afgelopen weken doken we in deze materie en haalden daar getuigenverklaringen bij. Deze week zetten we onze speurtocht voort en gaan verder waar we vorige week geëindigd zijn; de verklaring van L.Morre. 

Door Jeroen Stolk

Morre refereert daarin aan de geheime kelder in het Prinsenhof (waarover we de voorgaande weken schreven). Ook haalt hij een krantenartikel aan waarin gewag werd gemaakt van een kelder onder toenmalig café Winkelman. Betreffend café lag nabij de zuidpunt van de Oude Delft en besloeg de huisnummers 9 t/m 11, op een steenworp afstand van de Rotterdamse Poort. In de kelder zou zich een toegang tot een gang bevinden, die zich noordwaarts uitstrekte. Morre verklaart uit eigen ervaring te spreken en zet vervolgens uiteen wat hij ondervonden heeft. Ten tijde van die verklaring is het 1918. “ ’t is lang geleden; meer dan 30 jaar. Ik zat toen op het gymnasium aan de Oude Delft 53 tegenover de Breestraat. Achter deze woning strekte zich eene ruime binnenplaats uit, begrensd door gebouwen, eertijds behoord hebbende tot het Barbaraconvent en uitkomende op de vest. De toenmalige conciërge der Latijnsche School was zoo vriendelijk op verzoek van eenige mijner klasgenooten en den ondergetekende zich bereid te verklaren als gids te dienen op ons avontuurlijke tochtje ,,in het hart der Aarde”. Alzoo togen wij op een mooien middag, ,,claviger” (sleuteldrager) en eenige gynasiasten, gewapend met kaarslantarens, er op uit. Onze verlichtingstoestellen waren primitief, aangezien de moderne electrische zaklantarens, even handig en nog gevaarlozer dan de bekende Davy’s lamp der mijnwerkers, nog niet hare intrede op het wereldtooneel gedaan hadden. Voor tochtjes in onderaardse gangen en kelders is een electrisch apparaat verre te verkiezen boven elk ander. Men behoeft toch -indien men althans voor een goed gevuld element heeft gezorgd- niet bang te zijn voor uitwaaien van de vlam door welke oorzaak dan ook. Tevens is het niet noodig lucifers te doen ontbranden. In ondergrondse ruimten kunnen zich immers rioolgassen hebben opgehoopt”. Volgende week lezen we hoe het avontuur verder verliep. Heeft u zelf ervaringen, ondersteund met bewijzen, m.b.t. onderaardse gangen in Delft? Laat het ons weten.