Het stukje Oosteinde waar Jacob woonde. Ook de Oosttoren, Oostmolen en Oostpoort zijn goed herkenbaar
Het stukje Oosteinde waar Jacob woonde. Ook de Oosttoren, Oostmolen en Oostpoort zijn goed herkenbaar

Het Delftse geslacht Stuijling (9) Jacob de molenaar

Algemeen

Door Jeroen Stolk

Eerder in deze serie over dit Delftse geslacht zagen we ridders, avonturiers, emigranten en kolonisten. Toch was niet elk lid van dit geslacht avontuurlijk ingesteld. Sommigen zochten het dichter bij huis zoals Jacob Jansz. Stuling. Jacob was een echte Stu(ij)ling maar niet als zodanig gedoopt. Hoe kon zoiets gebeuren? Hiervoor moeten we terug naar het jaar 1598. Het jaar waarin de Delftse weldoenster Clara van Sparwoude haar testament opmaakte. Hierin bepaalde zij onder meer dat er legaten naar de nakomelingen van haar zuster zouden gaan, bijvoorbeeld in geval van huwelijk. Om alle misverstanden rond verwantschap aan het geslacht van Sparwoude uit te sluiten, verruilden sommige nazaten hun eigen achternaam voor de naam Sparwou(de). Hiermee het recht op een legaat bij huwelijk zeker stellend. Zo ook Jan Lambrechtsz Stuling die zijn kinderen liet dopen als Sparwou. Derhalve werd zoon Jacob op 1 januari 1628 gedoopt als Jacob Jansz. Sparwou. Het was in die tijd niet ongebruikelijk de naam aan te passen. Zo werd soms ook de naam van de echtgenote aangenomen wanneer daaraan meer aanzien kon worden ontleend. Jacob zou later de naam Stuling weer aannemen. Na in de Peperstraat en de Kruisstraat te hebben gewoond streek hij neer bij de Leeuwenpoort aan het Oosteinde. Dit was de poort waar Antoni van Leeuwenhoek zijn naam aan ontleende. Jacob had daar een bijbaantje als crabbenmeester van de crabbens voor de Claupoort. Een crabbe of krebbe was een aan de gracht gelegen bak waar in het (huis)vuil werd verzameld. Met een boot werd dat vuil opgehaald. De krebbemeester was iemand die zo’n krebbe onderhield. D.m.v. deze krebben hoopte men het grachtwater vrij te houden van huisvuil. Ook werd Jacob “opsiender op de Moole bij de Oostpoort”. Deze Oostmolen stond tussen de Oostpoort en de Oost(wal)toren en dus op loopafstand van Jacob’s huis. Jacob Jans Stuling werd op 24 september 1694 begraven in de Nieuwe Kerk.