Foto: Hielke Grootendorst
Foto: Hielke Grootendorst

Stokoud Deo Sacrum springlevend

Algemeen

DELFT - Deo Sacrum, God toegewijd, vierde donderdag haar jubileum, en wat voor een. Het zangkoor herdacht het feit dat het 300 jaar geleden werd opgericht. Nu, driehonderd jaar later, telt het koor nog steeds meer dan veertig leden en melden zich nog regelmatig nieuwe zangers en zangeressen aan.

Door Alphons de Wit sr

“Er is in den lande wel een koor dat ongeveer even oud is, maar voor een katholiek zangkoor is dit redelijk uitzonderlijk”, zegt voorzitter Johan Herrenberg. “In de tijd van de oprichting was Nederland voornamelijk protestants. Het koor ontstond in de Papenhoek, aan de Langedijk. Vermeer woonde hier recht onder onze repetitieruimte. Het koor heeft het driehonderd jaar met ups en downs volgehouden. Het hoogtepunt voor Deo Sacrum was het moment waarop de katholieken hun erediensten ongestoord mochten houden. We hebben het dan over de periode rond 1850. Het katholieke volksdeel mocht weer gaan bouwen en dat deed het naar hartenlust. Er volgde een bouwexplosie waaraan architect Cuypers een belangrijke bijdrage leverde. Voor die tijd werd het katholicisme gedoogd. Alles moest een beetje in het geheim gebeuren.”

Deo Sacrum werd als mannenkoor opgericht. “Dat was min of meer historisch bepaald. Christus wijst 12 mannen aan als zijn apostelen als staande voor de stammen van Israël. De vrouwen speelden een andere rol, ook een heel belangrijke. Zij ontdekten dat Christus was opgestaan, maar de heren zongen tijdens de erediensten.”

Waar veel koren moeite hebben het hoofd boven water te houden, daar mag Deo Sacrum zich gelukkig prijzen met een redelijk constant ledental. “We mogen van geluk spreken. Er is continuïteit. We hebben oudere leden en we vergrijzen wel enigszins, maar het is mooi te zien dat ook nog jongere mensen de weg hiernaartoe weten te vinden Zij halen de gemiddelde leeftijd naar beneden. Bovendien hebben we de coronatijd glansrijk doorstaan. Sommige koren zijn ingestort, maar wij hebben gewoon doorgewerkt. Soms repeteerden we in de kerk met een zanger per stemsoort en soms met meerdere, uiteraard op gepaste afstand.”

Halverwege de jaren zeventig doen zangeressen hun intrede in het mannenkoor. “Toen er in de Sacramentskerk geen latijn meer werd gezongen tijdens de vieringen zijn verschillende dames vanuit de Sacramentskerk en het Maria van Jessekoor naar ons toegekomen. Voor de heren, die gewend waren om na de repetities soms tot twee uur in de nacht, onder het genot van een sigaar en een borrel, te roken en praten, was het wel een cultuurshock.

Op het repertoire van Deo Sacrum prijken de grote Latijnse kerkelijke muziekstukken. “Dat is een bewuste keuze”, zegt Johan Herrenberg. “Omdat we ook in de andere Delftse kerken zingen hebben we ook Nederlandse kerkmuziek in het repertoire opgenomen, maar de kern blijft het repertoire van Mozart, Gounod, Franck, Schubert en Bruckner. Verder een aantal mooie motetten van Fauré, Elgar en anderen. Het is redelijk uniek dat we ook Gregoriaans zingen. Je moet Deo Sacrum eigenlijk zien als een overkoepeling van vier koren. Leden van Deo Sacrum treden daarin in wisselende samenstelling op.”

Elke donderdagavond repeteert het koor op de koorzolder op de hoek van de Jozefstraat en het treedt twee tot drie keer per maand op tijdens eucharistievieringen. “Daarnaast ook bij een aantal hoogfeesten waarvan Pasen wel het belangrijkste is. Dan zingen we de Kröhnungsmesse van Mozart. Daarvoor huren we solisten in en we worden begeleid door een gelegenheidsorkest met mensen uit het Delfts Symphonie orkest en individuele muzikanten. Onze dirigent Petra Veenswijk, een geweldige vakvrouw, dirigeert het geheel.”

Deo Sacrum laat het bijzondere jubileum niet onopgemerkt voorbijgaan. “De 24ste was toevallig een repetitieavond en daar hebben we het feest met een hapje en een drankje gevierd. Bovendien komt er een tentoonstelling in de kerk en we gaan in november een concert verzorgen.” De toekomst van Deo Sacrum is mede afhankelijk van de ontwikkelingen in de RK kerk. “We zijn ondersteunend aan de kerkdiensten. Misschien vinden de mensen de weg terug naar de kerk. Ik ben positief en denk dat we de 400 jaar ook halen, al gaan wij dat natuurlijk niet meer meemaken.”