
Kruidenbitters: typische winterdrankjes met gebruiksaanwijzing
AlgemeenDELFT - Ingesneeuwd op een berghelling wacht je op redding, terwijl de kou langzaam je lichaam binnensijpelt. Je raakt tot op het bot verkleumd... Maar gelukkig, even later vindt een Sint Bernard van de reddingsdienst je. Om zijn hals draagt hij een vaatje, waar je meteen maar even wat alcohol uit tapt om warm te worden...
Dat verhaal is dus een mythe. Sint Bernards werden wel degelijk ingezet als reddingshonden, maar dat vaatje is een verzinsel. “En dat is ook logisch”, weet Bart Kooiman van De Wijnstok. “Alcohol in de kou drinken is namelijk helemaal niet zo verstandig. Het zet namelijk je poriën open, waardoor de kou veel sneller je lichaam binnenkomt.” “Toch had het verhaal best waar kunnen zijn”, denkt Bart. Alcohol kan wel degelijk helpen om warm te worden. Maar dan moet je het drinken als je vanuit de kou naar binnen bent gegaan. “Als dan je poriën opengaan dringt de warmte van het huis sneller naar binnen en warm je sneller op.”
Kruidenbitter
Dat is dan ook één van de gedachten achter typische winterdrankjes, zoals Beerenburg, Jägermeister, Underberg of Schippersbitter. “De naam geeft al aan dat deze dranken in eerste instantie vooral op buitenmensen waren gericht. Niet alleen om warm te worden, maar ook om een beetje gezond te blijven. Van oorsprong werden deze ‘bittertjes’ verkocht als gezondheidsdrankje. Ze bevatten allemaal verse kruiden, wortels en andere zogenaamde ‘botanicals’. Mensen wisten vroeger al dat veel planten en kruiden goed voor je waren. Maar waar we nu gewend zijn dat je vrijwel alles het hele jaar door kunt krijgen, was dat vroeger anders. Om de kruiden, en hun geneeskracht, te bewaren voor de koude tijden werden ze daarom opgelost in alcohol. Zo zijn de bitters ontstaan.” Ze heten overigens zo omdat ze vaak een wat bittere smaak hebben. “Om het lekker te maken worden er soms zoetstoffen aan toegevoegd. Bitters liggen dicht tegen kruidenlikeur aan. Het grote verschil is het suikergehalte. Bitters hebben minder dan 100 gram suiker per liter. Alles daarboven is likeur. Zo is er naast de bitter Beerenburg ook de likeur Beerinnenburg, gezoet met honing en stroop. Veel bitters zijn al heel oud. Zoals Beerenburg, dat door een Amsterdamse kruidenhandelaar in de 17e eeuw werd bedacht. Anderen zijn moderner, zoals Jägermeister, waarvan het recept uit 1934 dateert. Het alcoholpercentage varieert tussen de 30 en 40 procent. Ze zijn geschikt als aperitief en digestief. En het is dus wel degelijk een prima drankje om even bij te komen na een koude wandeling. Als je de hond, hebt uitgelaten bijvoorbeeld. Want die draagt dus geen vaatje.