De zingende fiscael (2): Christiaen rekent af met de Spanjaarden

Vorige week konden we lezen hoe de Delftse Christiaen Stuling in de problemen kwam door het zingen van een liedje. Ook volgden wij hem toen hij als officier de wereldzeeën bevoer. Op 29 mei 1615 koerst een Hollandse vloot bestaande uit vijf schepen naar de Chileense kust om beschutting te zoeken tegen de storm. De kleine vloot staat onder leiding van de beroemde zeevaarder Joris van Spilbergen. Zij landen op het eiland Santa Maria aan de oostkust van Chili. De Delftse fiscael Christiaen Stuling geeft een detachement opdracht om aan land te gaan om daar handel te drijven met de plaatselijke bevolking. Op het eiland is een Spaanse troepenmacht gelegerd die prompt op de vlucht slaat. De Hollanders hebben nu alle tijd om proviand en water in te slaan en de Spaanse bezittingen te plunderen. Na verblijf van een aantal dagen vertrekt de vloot weer met medeneming van onder meer 500 schapen, tarwe, maïs en bonen. Op 12 augustus 1620 komen we Christiaen Stuling wederom tegen als fiscael. Ditmaal in Makian op het Molukse eiland Ternate in Indonesië. Christiaens laatste reis was die vanaf de West Afrikaanse kust naar Brazilië. Ergens tussen Annobon (een eilandje voor de kust van Equatoriaal Guinea) en de Braziliaanse kust overleed hij aan boord van het schip “de Hollandsche Thuijn”. Dit moet geweest zijn in of vóór 1626 want in een document van 22 juni 1626 wordt over zijn nalatenschap gesproken. Christiaen had vóór zijn vertrek uit Holland blijkbaar gelogeerd of ingewoond bij Brechtgen Adryaensdr. Zij woonde in het ‘Wapen van Medemblick’ te Amsterdam. Christiaen was blijkbaar van plan daar terug te komen, want na zijn overlijden stonden daar nog eigendommen van hem. Ook werd door de nabestaanden van Christiaen zijn gage bij de WIC (West Indische Compagnie) geïncasseerd. Volgende week:. Uit ‘Delft anders bekeken’ deel 2 ISBN 9789463425254 mijnbestseller.nl

Door Jeroen Stolk

Cheyenne Toetenel
Meer berichten
 
CustomHtml_1