Karin Schrederhof voor haar huis aan de Oostsingel (Foto: Rianne Dekker)
Karin Schrederhof voor haar huis aan de Oostsingel (Foto: Rianne Dekker)

Straattaal klinkt deze week uit: Oostsingel

Onder het motto: “Achter iedere deur schuilt een ander verhaal”, komen in deze rubriek bewoners van een straat aan het woord. Hun verhalen gaan over hun levensloop, baan, hobby, prestaties en/of herinneringen. Deze keer in Straattaal:  

Karin Schrederhof

PvdA-wethouder Wonen, Zorg, Onderwijs en Sport Karin Schrederhof vindt het nog niet welletjes geweest. Alhoewel dit jaar de leeftijd van 65 jaar wordt aangetikt, gaat ze nog een collegeperiode verder. Vanuit haar nevenfunctie als lid van het algemeen bestuur van de GGD Haaglanden zag ze de organisatie met normaliter vaste patronen snel in de actiestand komen tijdens de bizarre Corona-periode. En als wethouder Wonen zit ze nog midden in de overspannen woningmarkt. Een rustpunt is haar huis aan de Oostsingel, met uitzicht op de ganzen aan de waterkant. Onder de enorme kastanjeboom in de diepe achtertuin is het goed toeven. 

In haar authentieke woning uit 1924 roemt Karin haar “straatje”, het rijtje huizen in het blok. “Het oogt knus, zo met de voortuinen, en ik heb leuke buren. We lopen de deur niet plat bij elkaar, maar helpen elkaar als dat nodig is”. 

Obstructief
Het doet haar sociale hart goed. Al veertig jaar ligt dat dan ook bij de PvdA. “Solidariteit, voor elkaar zorgen, proberen niet elitair te zijn, het spreekt me aan, hier hoor ik thuis”, aldus de wethouder, die aangeeft ook een obstructieve kant te hebben. “Op de middelbare school al ging ik voor een wiskunde pakket, omdat meisjes over het algemeen voor talen gingen. Toch wilde ik geen wiskunde studeren, maar lerares geschiedenis en Nederlands worden. Helaas werd ik uitgeloot voor de lerarenopleiding en ging ik voor mijn tweede keus: binnenhuisarchitectuur op de Kunstacademie. Daar vond ik het een veel te vrijgevochten bende en ben toen naar de naastgelegen HTS gegaan, waar maar vijf meiden zaten. Met het oog op onze stage werd gezocht naar een plek op het bedrijfsbureau en niet in de bouw. Maar ik wilde op een bouwproject en heb toen iedere week een vloer gestort voor de uitbreiding van het PTT-kantoor in Rotterdam. Diep in mij heb ik de ongelooflijke drang niet anders te zijn dan mannen, om niet als vrouw getypeerd te worden”.

Liever contact dan tekenen
Werkend bij een architectenbureau kwam Karin erachter dat ze het bewonerscontact leuker vond dan achter het tekenschot staan. “Mijn hele werkkant is hier zelfs door ontwikkeld”, vertelt ze. “Ik ben al vrij snel geswitcht van baan en bewonersondersteuner geworden”.

Wonen is de rode draad in haar carrière. Het brengt het gesprek onvermijdelijk op de oververhitte woningmarkt. “In de tijd van de vorige crisis is er te weinig gebouwd en die achterstand haal je niet meer in. Het is nu een kwestie van zorgen dat de schaarste zo eerlijk mogelijk wordt verdeeld en zoeken naar tijdelijke locaties voor dito woningen, bijvoorbeeld op de TU Campus Zuid”.

Bewegen van belang
Ook hoopt Karin dat we geleerd hebben van de corona-pandemie. “Bewegen bij een sportvereniging of via een buurtcoach is essentieel in de preventie bij mensen die fysiek kwetsbaar zijn. Powerful aging is nu ook een item in de Wmo”.

Jasper van Kuijk

“Tot hier en niet verder” heeft een dubbele betekenis voor cabaretier, columnist en wetenschapper Jasper van Kuijk. Het is letterlijk de naam van zijn nieuwste theatervoorstelling en figuurlijk de aankondiging dat hij niet lang meer aan de Oostsingel zal wonen. Op 9 juli aanstaande verhuist de buurman van Karin en Caroline namelijk met zijn vrouw en zoontjes van 6, 8 en 10 jaar naar het platteland van Zweden. 

Het gezin mocht al proeven van het Zweedse leven, toen het er eerder een jaar tussenuit ging om te wonen in het Scandinavische land. “Het was toen vooral verwondering. En er is daar nu nog zoveel nieuws te ontdekken, dat daar weer verwondering in is. Niet dat we hier weg wilden, maar Zweden bleef zo trekken toen we terug waren. Dus hebben we de knoop doorgehakt”. 

Werken in Zweden
Na dit schooljaar nog afgemaakt te hebben in Delft, gaan de kinderen na de vakantie in Zweden naar de dorpsschool met zestig leerlingen. Voor Jaspers vrouw, die econometrie heeft gestudeerd, is de verhuizing naar Zweden een goede aanleiding om te gaan kijken welk ander werk ze zou willen gaan doen. En Jasper? “Ik wil graag gaan werken bij een universiteit. Ik ben nu twee dagen docent gebruiksgericht ontwerpen bij de TU, maar in Zweden wil ik daar meer in gaan doen. Met twee dagen ben je toch die gast die er af en toe is. En anders ga ik wat anders zoeken. Ik heb meer gekozen voor het leven daar, ik zal daar mijn weg wel in vinden”.  

Geen cabaretier meer
Vooralsnog is Jasper dus voornemens om zich te gaan richten op één beroepsuitoefening. Een nieuwe gewaarwording, gezien de mallemolen waar hij in Delft inzat door zijn vele activiteiten. Het betekent wel, dat hij dan cabaretier-af zal zijn. Ook dat is een nieuwe gewaarwording. “In het begin was er een soort paniek. Zo van: ik ben toch cabaretier, hoe moet ik dat nou gaan doen, dat kan toch niet? Maar toen kwam er toch een soort rust. Ik heb veel dingen naast elkaar gedaan en het is fijn om me te gaan focussen op één ding. Maar dat neemt niet weg dat ik het wel ga missen”.  

De man met de “prettig narrige” benadering van de maatschappij zegt (nog) niet toe te zijn aan een maatschappij kritische blik in Zweden. “Ik ga niet meteen roepen over van alles, maar ik ben altijd wel van het prikken en kijken naar wat gek of grappig is. Ik kijk er met een nieuwe en open blik naar”. 

Tot hier en niet verder
Zijn officiële laatste show vindt plaats in Theater De Veste op 21 oktober. “Het is mijn afscheid van Delft, het is “nog één keer”. Voor de laatste keer je fiets in het fietsenhok zetten en bekenden in de zaal zien zitten. Dat maakt het extra bijzonder”.

Caroline Grootenboer

Caroline Grootenboer is misschien het best te omschrijven als een kunstzinnig bèta brein, waarin ze naar eigen zeggen met haar 47 jaar “net op de helft zit”. Ze schildert en heeft een atelier in de stad, maar is tevens Strategisch Management Consultant bij Royal Haskoning DHV. Onder het motto: “Je mag het maken zoals je zelf wilt”, vertelt ze eigenlijk in de bestuurskamer van een bedrijf hetzelfde als aan kleuters die een workshop volgen in haar atelier.

“Het gaat erom dat jij verbeeldt wat voor jou waardevol is”, aldus Caroline. “Als er iets in je hoofd zit, teken het maar, en brainstorm erover”. Ze snapt best dat in het bedrijfsleven het realiseren van hetgeen aan je brein ontspruit een uitdaging kan zijn. Meestal is het een geldkwestie. “Maar als je vanuit belemmeringen denkt kom je nergens. En de echte vraag is niet: “Kunnen we het betalen?”, maar: “Hoe graag willen we het?” Over de Deltawerken na de Watersnoodramp van 1953 zei men niet: “Het is te duur”, maar: “Dit willen we nooit meer”.  

Nederig
Als Strategisch Management Consultant houdt Caroline zich met haar afdeling bezig met samenwerkingen die tot stand komen tussen organisaties die bezig zijn met grote transities. “Op dit moment werken we met gemeenten, provincies, netbeheerders, waterschappen én bewoners aan de energietransitie. We zoeken samen naar goede plekken voor windmolens en zonnepanelen. De rol van een consultant is niet alleen babbelen, maar ook zorgen dat er iets van de grond komt. Dit is geen eenvoudige opgave”. Verduurzamen en respect voor de natuur heeft ook Carolines volledige aandacht. “Als je ziet hoe mooi de aarde is, maakt dat je nederig als mens. Je bent een klein radertje in het geheel, maar als we met z’n allen wat doen heeft dit impact”.

Blij met stiften
Hoewel ze een goede balans vond tussen haar werk en haar uit de hand gelopen hobby, is ze toch van plan meer gas te geven op het creatieve spoor, dat ze al volgt sinds haar kinderjaren. “Als kind vond ik tekenen en schilderen al super. Ik kon dat hele middagen doen en was blij met viltstiften en pastelkrijt. Gebouwen fascineren mij, maar tegenwoordig komt de natuur steeds meer terug in mijn werk. Ik heb een expositie gehad in het Delfts Koffiehuis, waar ik uiteindelijk een opdracht voor een enorm schilderij voor een bedrijf aan over gehouden heb”.  

Ons kent ons
Als Zeeuwse 17-jarige kwam Caroline van het platteland naar Delft om Industrieel Ontwerpen te gaan doen. “Ik stapte de trein uit en voelde meteen: “Hier is thuis”. En zo voelt de moeder van twee het nog steeds. “In het centrum van Delft kent iedereen elkaar van school of een sportvereniging. Je komt er altijd minimaal één tegen die je kent”.

Oproep
Vindt u het als bewoner van een straat ook leuk om uw verhaal te vertellen in Straattaal? Mail dan naar: rianne@delftopzondag.nl of app 06-40287100.  

Rianne Dekker
Meer berichten
 
CustomHtml_1