<p>Een &lsquo;studentenhuiskamer&rsquo; als verkiezingsactie van Stip op de Markt, voor het stadhuis waar deze partij de komende vier jaar mogelijk een leidende bestuurlijke rol krijgt. (Foto: Henk de Kat)</p>

Een ‘studentenhuiskamer’ als verkiezingsactie van Stip op de Markt, voor het stadhuis waar deze partij de komende vier jaar mogelijk een leidende bestuurlijke rol krijgt. (Foto: Henk de Kat)

Studenten straks de grootste partij van Delft?

DELFT - Het is goed denkbaar dat Stip bij de gemeenteraadsverkiezing op woensdag 16 maart de grootste partij van Delft wordt. Dat zou een unieke politieke situatie opleveren. Nooit eerder kreeg een studentenpartij het voortouw bij het besturen van een Nederlandse gemeente. 

ANALYSE
Door Henk de Kat

De verwachting dat Stip over anderhalve week de verkiezing van een nieuw stadsbestuur kan winnen, is onder meer gebaseerd op de nog altijd doorgaande groei van het aantal studenten. Vier jaar geleden werd de partij al nummer twee in Delft, met toen slechts 485 stemmen achterstand op koploper GroenLinks (7.162 kiezers). En sindsdien is de toeloop naar de TU nog groter geworden, naar een record nu van 27.275 jonge mensen die hier ingenieur willen worden. 

Niet iedereen van die golf telt mee bij de stembusgang op 16 maart. Er zijn nogal wat buitenlanders bij, en lang niet iedereen woont in deze stad. Precieze cijfers ontbreken over hoeveel stemgerechtigde studenten er dan wél zijn in Delft. Zowel de universiteit als de gemeente registreren dat niet. Het CBS weet kennelijk meer, want dat nationale statistisch bureau presenteert over 2020 een getal van 13.800 in Delft wonende universitaire studenten. Hoe dan ook, het potentieel aan Stip-kiezers zal na de vorige en dus toen al succesvolle raadsverkiezing in 2018 zeker niet kleiner zijn geworden.

Bij een prognose over de mogelijke uitslag speelt het de studenten-groepering bovendien in de kaart dat landelijke partijen, zoals CDA, D66, PvdA en GroenLinks, ditmaal moeten vrezen voor een minder goed stembus-resultaat. Dat is althans de verwachting van politicologen. Zij signaleren brede onvrede over het gedrag op het Binnenhof tijdens de kabinetsformatie, en de wetenschappers veronderstellen dat plaatselijke partijen kunnen profiteren van dat nationale ongenoegen. 

Dat profijt lijkt in elk geval op te gaan voor ‘Studenten Techniek In Politiek’, een weliswaar bijzondere, maar in feite toch ook lokale partij. Opgericht in 1993 heeft Stip in zijn bijna 30-jarig bestaan altijd een enthousiast opdravende en ook voortdurend aangroeiende achterban gehad. Wat ook speelt: er is één heel duidelijk, gemeenschappelijk doel. Meedoen in het politieke leven, allemaal vanuit het perspectief van jong en student zijn. Dat uit zich bij voorbeeld in het verlangen van Stip om het twee jaar geleden ingevoerde verkameringsverbod weer ongedaan te maken, of in elk geval te versoepelen. Grote huizen moeten dus toch weer groepswoningen kunnen worden. ‘Gewone’ Delftenaren moeten daar niet aan denken, maar binnen de studentenpartij is er hunkering naar: gezellig met elkaar in een groot huis. Nieuwkomer Volt zou nog een soort concurrent kunnen zijn van Stip, maar lijkt toch geen stemmen-afsnoeper te worden, nu ook die partij landelijk in opspraak is geraakt.

Tot zover enkele factoren die de verwachting rechtvaardigen dat Stip in elk geval de vorige winnaar GroenLinks zomaar voorbij zou kunnen streven. Maar gaan de studenen ook de ‘echte stadspartijen’ in Delft voorbij? Partijen, waarvoor politicologen dus winst in het verschiet zien. Is vanuit de autochtone stadsbevolking op 16 maart nog weerwerk te verwachten tegen een verdere politieke opmars van studenten?

De belangstelling voor een specifiek op de lokale politiek gerichte partij is er zeker onder de autochtone bevolking van Delft, al jarenlang. Tot voor kort uitte zich dat vooral in jarenlange steun aan Onafhankelijk Delft, van stemmenkanon Martin Stoelinga. Hij kreeg vier jaar geleden 5.311 kiezers achter zich, en werd daarmee vierde in de verkiezingsuitslag. Zijn continue en ongezouten verzetshouding tegen studenten en de islam viel echter niet bij iedereen in goede aarde. Hij kwam in elk geval nooit toe aan bestuurlijke verantwoordelijkheid, in de vorm van een wethouderschap. Zelf schreef hij dat toe aan ‘uitsluiting’ door de andere (landelijke) partijen, maar het had er schijn van dat hij zich in wezen lekkerder voelde bij de rol van tegendraadse partij. 

Bij Stadsbelangen, de andere lokale volkspartij, groeide gaandeweg wel de ambitie om mee te besturen, liefst via een eigen wethouder. Die partij haalde bij de laatste verkiezing 2.600 stemmen, en werd daarmee – met 2 van de 39 zetels – de kleinste fractie in de gemeenteraad. Ook hier geen wethouderspost dus. Opgeteld echter, zouden Onafhankelijk Delft en Stadsbelangen vier jaar geleden op een totaal van 7.911 stemmen zijn gekomen. Ruim meer dan de 7.162 stemmen voor winnaar GroenLinks (toen goed voor 7 zetels), en nog weer meer dan de score van 6.677 stemmen in 2018 voor nummer twee Stip (nu 6 raadszetels).

Er school vorige keer dus absoluut potentie in pure lokale politiek. Dat besef, plus het vooruitzicht dat studenten anno 2022 weleens de politieke macht zouden kunnen veroveren als er niks veranderde, leidde twee jaar geleden tot het plan voor één gezamenlijke volkspartij. Een krachtenbundeling. En zo fuseerde Onafhankelijk Delft, zonder de inmiddels overleden Stoelinga maar met fiat van zijn familie, met het kleinere Stadsbelangen. Deze nieuwe combinatie, Hart voor Delft genoemd, doet over anderhalve week voor het eerst mee aan de gemeenteraadsverkiezing. Met als oorspronkelijk doel om de komende vier jaar eindelijk eens serieus en krachtig te gaan meebesturen namens alle ‘echte Delftenaren’. 

Die droom van één sterke stadspartij werd echter al tijdens het fusieproces verstoord door het afhaken van Jolanda Gaal, raadslid uit de gelederen van Onafhankelijk Delft. Zij is, fan van Richard de Mos uit Den Haag, een meer op actie gerichte politica, die liefst concreet in de bres springt voor stadgenoten met schimmel in hun huurhuis waar de woningcorporatie niks aan doet, of voor mensen die last hebben van studentenlawaai naast zich. Zij wil die persoonlijke politieke stiel vrijelijk kunnen blijven bedrijven, en vreesde dat ze dit bij het nieuwe Hart voor Delft minder prominent zou kunnen doen. Ze trok de oude partijnaam Onafhankelijk Delft naar zich toe, en daarvan is ze nu de verder niemand verantwoording schuldige lijsttrekker. Haar dochter Liedewei Timmermans staat tweede op het stembiljet, gevolgd door nog drie vrouwen.

Zo doen er op 16 maart dus tóch weer twee in dezelfde vijver vissende stadspartijen mee in Delft: de nieuwe combi Hart voor Delft, met de voormalige Stadsbelangen-voorman Bram Stoop als geroutineerde lijsttrekker (sinds 2006 in de raad), en het tegenwoordig op actie gerichte Onafhankelijk Delft van Jolanda Gaal. Bij elkaar zullen die twee partijen ongetwijfeld weer flink wat stemmen trekken. Maar de kans dat één van die twee de grootste van Delft wordt, lijkt door de splitsing van geesten bij voorbaat opnieuw verkeken. 

Als Stip over anderhalve week inderdaad de gemeenteraadsverkiezing wint, is dat niet alléén vanwege de alweer groeiende aantallen studenten, en de toch weer verdeelde localo’s, of door de huidige afkeer van landelijke politiek. Dan is dat gewoon dik verdiend. Stip telt veel actieve partijleden, jong en enthousiast, en is goed georganiseerd met als techneuten uiteraard goede onderlinge communicatietechnieken. Er is eigenlijk geen andere conclusie dan dat ze het politiek slimmer hebben aangepakt, en dat ze hun toekomst in bijna dertig jaar tijd gestager hebben opgebouwd dan autochtoon Delft. Ook al zijn er veel wisselingen van de wacht (de meeste studenten-raadsleden blijven maar twee jaar zitten), er huist wel degelijk ervaring. Dossiers worden digitaal goed aan elkaar doorgegeven. Echte politieke praktijkervaring heeft ook Bas Vollebregt, die afgelopen vier jaar als wethouder voor Stip de niet onbelangrijke portefeuille economie, cultuur, grondzaken, vastgoed, toerisme en internationale politiek heeft beheerd op een manier die andere politieke partijen, waarmee straks moet worden onderhandeld voor een nieuwe wethoudersploeg, vertrouwen geeft. 

Voor de localo’s, Hart voor Delft en Onafhankelijk Delft, geldt dat door de toch weer ontstane onderlinge verdeeldheid waarschijnlijk het voorrecht uit hun handen glipt om na de verkiezingen ditmaal eens zélf de lakens te gaan uitdelen. De winnaar van de verkiezingen krijgt immers, normaal gesproken, het initiatiefrecht bij het opstellen van een Delfts politiek beleidsprogramma voor de komende vier jaar. Ook krijgt de grootste partij gewoonlijk een leidende rol bij de vraag welke andere partijen daarbij dan mogen mee regeren. Wordt Stip de winnaar, dan krijgen dus de studenten een dikke vinger in de pap bij de keuze van de politieke kleur van de overige nieuwe wethouders. En dat betekent alweer afwachten voor de lokale partijen. In een reeks van jaren heeft Stip in wethouder-teams gezeten met vrijwel altijd GroenLinks, VVD en PvdA erbij, dat zijn vertrouwde partners geworden. Terwijl het nieuwe Hart van Delft nou juist af wil van dat ‘vastgeroeste politieke patroon’.

Hoe gaat dat uitpakken? Het wordt spannend in Delft op 16 maart. En ook in de weken daarna, waarin wordt onderhandeld over een bestuursprogramma voor de komende vier jaar, met gevoelig liggende onderwerpen zoals wonen in een oude en drukke studentenstad. Welke partijen gaan elkaar daarin vinden?


Henk de Kat is oud-redactiechef van de voormalige Delftsche Courant

Meer berichten
 
CustomHtml_1