Walvissen en Delft (5)

Vorige week bespraken we het eind van de Groenlandse Compagnie. Toch werd daarna door Nederland nog wel wat op walvissen gejaagd. Toen in 1873, door overbejaging de walvisstand terugliep en de kosten niet meer tegen de baten opwogen, werd de stekker er helemaal uitgetrokken. Na WO II veranderde de situatie want er was een groot tekort aan voedingsmiddelen. Omdat Nederland nog steeds lid was van de Walvisconventie en bovendien nog vangstrechten bezat besloot men de walvisindustrie nieuw leven in te blazen. Actuele kennis was in de loop van de tijd verloren gegaan waardoor wij het vak opnieuw moesten leren. Het waren de Noren die ons de kneepjes van het vak bijbrachten. Helaas was er geen walvisschip te koop en er zelf een bouwen zou te lang duren. Echter een Nederlandse werf had in het verleden aan buitenlandse walvisschepen gewerkt en bezat zodoende tekeningen van de schepen. Men ging op zoek naar een schip dat geschikt was om omgebouwd te worden tot walvisvaarder en vond die in Zweden. Terwijl het schip werd aangepast volgde de toekomstige bemanning een cursus Noors. Er waren vijftien bemanningsleden aan boord waaronder drie machinisten, twee stokers, een eerste en een tweede stuurman plus een aantal matrozen. Het schip werd Willem Barentsz I gedoopt en zou negen expedities ondernemen voor de Nederlandsche Maatschappij voor de Walvischvaart. Bron: Delft anders bekeken, deel 2, ISBN 9789463425254, uitgever: mijnbesteseller.nl 

Door Jeroen Stolk

Volgende week het laatste deel: de Delftse marconist

Meer berichten
 
CustomHtml_1