Dion de Lijser is sinds kort de trotse mede-eigenaar van een fysiotherapiepraktijk (foto: Roel van Dorsten)
Dion de Lijser is sinds kort de trotse mede-eigenaar van een fysiotherapiepraktijk (foto: Roel van Dorsten) (Foto: Roel van Dorsten)

Hoe gaat het met Dion de Lijser?

DELFT - Bij Dion de Lijser (35) liep blessureleed als een rode draad door zijn carrière, maar datzelfde leed zorgde ook voor een mooie ommekeer...

- Hoe gaat het met je?
‘Het gaat eigenlijk heel goed. Afgelopen jaar zijn mijn vrouw en ik de trotse ouders geworden van een zoon, Luka. En per 1 april ben ik, samen met een collega, de trotse eigenaar van Hoornse Hof Fysiotherapie. Ik werk hier al 10 jaar, dan is het bijzonder en mooi als je de praktijk kunt overnemen.’

- Waar is je sportcarrière begonnen?
‘Van mijn ouders mocht ik doen wat ik l?euk vond, judo en atletiek waren de eerste sporten die ik heb beoefend. Maar mijn vriendjes voetbalden bij Vitesse Delft, dus ben ik daar ook gaan spelen. Ik heb nog een tijdje judo, atletiek en voetbal gecombineerd, maar voetbal is echt mijn sport geworden. Ik ben in de E3 begonnen, maar ik heb daarna altijd in de hoogste jeugdelftallen gespeeld. Op mijn zeventiende debuteerde ik al in het eerste elftal van Vitesse Delft onder trainer Peter Klomp. Ik heb met deze trainer ook mijn grootste succes gevierd, namelijk het kampioenschap naar de Eerste Klasse in 2015. We wonnen in een rechtstreeks duel van SVC uit Wassenaar. In het jaar van het kampioenschap heb ik veel gespeeld, ik was toen een heel seizoen fit.’

- Dat was niet altijd zo?
‘Nee, mijn blessuregevoeligheid heeft zo’n beetje als een rode draad door mijn carrière gelopen. Omdat ik al op mijn zeventiende in het eerste elftal debuteerde had ik, als ik gewoon fit was gebleven, waarschijnlijk een dubbel aantal wedstrijden in Vitesse Delft 1 gespeeld. Maar dat is dus niet zo, ik kom nu aan zo’n 150 wedstrijden. Mijn blessuregevoeligheid is ook de reden dat ik fysiotherapeut ben geworden. Ik zat aanvankelijk op de HALO, omdat ik leraar Lichamelijke Opvoeding wilde worden. Op de HALO scheurde ik mijn enkelbanden. Nadat ik eenmaal van die blessure was hersteld, scheurde ik in de eerste de beste wedstrijd mijn hamstring. Omdat ik toen veel met fysiotherapie in aanraking kwam, ben ik dat gaan studeren. Ik vond fysiotherapie namelijk heel interessant. Dat is achteraf een goede keuze geweest.’

- Je speelde vaak op wisselende posities?
‘Ik speelde het liefst op het middenveld of centraal achterin. Maar als één van de spitsen geblesseerd was of het liep niet, dan kwam ik in de spits terecht. Ik ben vrij groot en via mijn lengte probeerden wij dan het verschil te maken. Je moet aan mij niet vragen om een schaar te maken of om zes man uit te spelen, maar ik beschik wel over een goede basistechniek. Ik zie mijzelf ook niet alleen als een werkende speler. Ik heb altijd bij Vitesse Delft gespeeld, nu al 26 jaar. Wel is er vlak na mijn debuut in het eerste een moment geweest dat er een zaakwaarnemer is komen kijken, hij kwam zelfs een keer met de vader van Ronald en Erwin Koeman. Dat is nooit echt concreet geworden, maar toch wel bijzonder. In mijn eerste jaren heb ik veel geleerd van Mike Righarts, hij was een soort voetbalvader voor de jonge gasten binnen de selectie. Maar ook van Stefan Berkhout, Brian Smit, Aldo Carta en Léon Braat, één van de beste voetballers waarmee ik gespeeld heb.

- Wat doe je nu nog?
‘Ik speel nu in het derde elftal bij Vitesse Delft, samen met mannen die vroeger in het eerste elftal hebben gespeeld. We zijn wel ouder, maar halen nog steeds een hoog niveau. We trainen nu op zaterdag. Afwisselend met Maarten Boek en Mischa van Dasler geef ik training. Met twee- of viertallen, dat gaat heel fanatiek en blijft leuk om te doen.’ (RvD)

Meer berichten