Foto: Willem de Bie

DubbelDelft 26/12

DELFT – De jeugd anno 2020 heeft enorm veel als het gaat om vrijetijdsbesteding. Vooral de digitale wereld wordt enorm bewandeld, computerspelen zijn al jaren een miljarden business. Het heeft ertoe geleid dat veel vrije tijd binnen, achter beeldschermen wordt doorgebracht. Wat weer zorgt voor een flinke toename aan lichamelijke en psychische klachten. Buiten spelen is, zeker in Randstedelijke gebieden, niet meer zo eenvoudig. Waar vind je nog een braakliggend terreintje of een leegstaand fabriekspand waar je stiekem in kunt. De zomers zijn, dankzij de klimaatsverandering, de laatste jaren goed tot zeer goed te noemen; dat zorgt voor meer buitenactiviteiten. De winters zijn bepaald niet meer wat ze geweest zijn. In deze tijd, zo richting de kerstdagen, was er voor jong en oud vaak een bijpassende wintersfeer. Vaak was niet de vraag of, maar wanneer het zou gaan vriezen en/of sneeuwen. Zo eind november ging je ’s kijken waar je je schaatsen had opgeborgen en of ze nog pasten. Qua schaatsen had je drie keuzes: stalen noren, hockeyschaatsen of houten schaatsen. Die laatste waren voor de beginnende schaatser werkelijk een ramp. Ook al trok je de banden tot bloedafknellend niveau aan, in no-time stonden die dingen ongeveer haaks op je voeten. En het moest kunnen op die houten glijders: soms zag je wat oudere Delftenaren rustig zwierend voorbij schaatsend. Met opgroeiende familieleden wilden er nog weleens Noren of hockeyschaatsen vrijkomen. Zaak was wel even langs van de Seijp te gaan om ze te laten slijpen anders veranderde het schaatsen in een permanente spagaat. De stalen Noren bleven dan wel goed om je voeten zitten, maar het was wel wennen aan de hoogte van de ijzers. Als je daarmee klapte moest je uitkijken dat je enkel niet te ver doorboog. Als de vorst maar lang genoeg aanhield lukte het bijna iedereen om zijn of haar rondjes te draaien. Zodra de vorst verdween bleef er nog wel dagenlang ijs over, dat vooral jongens uitnodigde tot het levensgevaarlijk schotsie lopen. Springend van de ene naar de andere schots, glijdend, soms bijna onderuit, om daarna met gejuich aan de andere kant van de sloot te arriveren. Watervogels waren meestal erg blij als ze de heerschappij – en het voedsel – weer konden overnemen van de mens.

Meer berichten
 
CustomHtml_1