Hoe gaat het met Ronald van Rossum?
Ronald van Rossum kijkt na een aantal slechte jaren weer heel positief naar het leven. (foto: Roel van Dorsten)
Ronald van Rossum kijkt na een aantal slechte jaren weer heel positief naar het leven. (foto: Roel van Dorsten) (Foto: Roel van Dorsten)

Hoe gaat het met Ronald van Rossum?

DELFT - Ronald van Rossum (53) komt uit een echte handbalfamilie, maar vond zijn sportieve geluk in het voetbal.

- Hoe gaat het met je?
“Het gaat nu goed, sinds ik twee nieuwe heupen en een nieuwe knie heb gekregen. Maar ik heb een aantal slechte jaren gekend, die heupen waren ook de reden dat ik moest stoppen met voetballen. Bij de tweede heupoperatie kwamen ze er achter dat ik ook reuma heb. Maar ik kan nu toch weer normaal lopen en functioneren. Ik werk als chauffeur Steriele Materialen bij het Reinier de Graaf-gasthuis.”

- Waar is je sportieve carrière begonnen?
“Ik kom uit een echte handbalfamilie. Mijn vader, moeder en broer Marco speelden bij EDH, daar ben ik ook begonnen. Maar het handbal was niets voor mij. Dat getrek aan mijn shirt, ik moest er niets van hebben. In die tijd mocht je pas in de pupillen met voetballen beginnen, dus heb ik tot mijn negende jaar bij EDH gespeeld. Daarna bij DHC met voetballen begonnen. Al snel kwam ik in een elftal met onder anderen Ton de Rover, Silvano Bellai, Regi Blinker en Wen Yen Tung. In de C1 werden wij kampioen na een beslissingswedstrijd. Met die jongens ook in de B-regionaal en A-regionaal gespeeld. Ik heb daarna nog een jaar in de senioren bij DHC in de B-selectie gespeeld, toen ben ik daar vertrokken.”

- Waarom?
“Het was in de tijd dat er steeds meer spelers van buitenaf naar DHC kwamen. Mijn maatje Lorenzo Primatesta besloot om terug te keren naar dvv Delft en ik besloot om mee te gaan. Kwam ook omdat Pierre van Zinnen op dat moment bij Delft trainer was. Ik kan nu wel stellen dat Pierre verreweg de beste trainer is geweest die ik heb gehad. Niet dat ik direct een basisplaats had bij Pierre. Delft had toen een heel goed eerste elftal en wij waren net achttien jaar. Ik speelde onder anderen met Lorenzo, Robert van den Berg, Wim de Bruin en Willem Warnaar. Onder trainer Frans de Vries had ik wel een basisplaats in het eerste. In die tijd nog een beslissingswedstrijd om promotie tegen Zuiderster gespeeld. Na 120 minuten was het nog steeds 0-0. Enkele dagen later opnieuw, maar toen verloren we met 4-1. De pijp was leeg!”

- Nog andere hoogtepunten meegemaakt?
“Jawel, met dvv Delft ook twee keer de Stad Delft-bokaal gewonnen. De eerste keer op het terrein bij dvv Delft zelf, de tweede keer bij SEP en Vitesse Delft. Later waren enkele goede spelers vertrokken, het voetbal werd minder en ik ben toen in het derde gaan spelen. We hadden een leuke groep met spelers als Beer van der Zijde, Johnny van Rensen en Alex Hoogendoorn. In het derde nog wel een paar keer kampioen geworden. Ook nog een keer onder trainer Richard Middelkoop bij het eerste ingevallen, tegen Delfia. Ik woog inmiddels 95 kilo, maar gaf een lange bal op George Stroomberg, die hij inkopte. Was ik mede verantwoordelijk voor de degradatie van Delfia, haha. Nadat ik noodgedwongen was gestopt, ben ik samen met Erwin Verhagen jeugdtrainer geworden, dat heb ik zo’n 13, 14 jaar gedaan. En bijvoorbeeld een hele jonge Tim Steenks en Ricky den Toom onder onze hoede gehad.”

- Wat doe je nu nog?
“Op sportgebied doe ik zelf niets meer, dat gaat niet meer. Ik ga met mijn zoon Max naar de thuiswedstrijden van Feyenoord, zowel van de amateurs en de profs. Verder regel ik voor dvv Delft het team dat deelneemt aan het Vet-er-aan-toernooi bij SEP. Alle oude jongens doen daar graag aan mee. En met de oude ploegmaten gaan wij ieder jaar een weekend weg, dat blijft leuk!” (RvD)

Meer berichten