Logo delftopzondag.nl
Arina ondersteunt taalvragers bij het verbeteren van de Nederlandse taal (Foto: Koos Bommelé)
Arina ondersteunt taalvragers bij het verbeteren van de Nederlandse taal (Foto: Koos Bommelé) (Foto: KOOS BOMMELE)

Passie met een gouden rand: Arina Zoun

DELFT - Het Taalhuis is een informatiepunt in DOK Voorhof voor iedereen die (beter) Nederlands wil leren spreken, lezen en schrijven. Een mooi initiatief, vond Arina Zoun. Deze 63-jarige besloot daarom twee jaar geleden aan de slag te gaan als vrijwilliger.

Door Cheyenne Toetenel

Arina heeft een werkverleden in de secretariële hoek. Tijdens haar laatste functie - als bestuurssecretaresse - zag zij een nieuwsbrief van de bibliotheek voorbijkomen, met daarin een vacature voor vrijwilligers bij het Taalhuis. "In eerste instantie dacht ik, dat is leuk voor als ik straks gepensioneerd ben. Toen ik de vacature nogmaals tegenkwam op een later moment besloot ik toch maar direct te reageren. Ik had immers één dag in de week vrij. Van die vrije dag kon ik best een uurtje missen en taalvrijwilliger worden." Dat gebeurde dan ook, twee jaar terug. "Allereerst kreeg ik een korte opleiding en vervolgens werd ik gekoppeld aan een taalmaatje."

Taalmaatjes
De eerste periode als vrijwilliger was Arina gekoppeld aan een taalvrager die de basis van de Nederlandse taal nog moest leren. Toen het traject met dit taalmaatje eindigde, kreeg zij vanuit het Taalhuis de vraag of ze bereid was een Turks hoogopgeleid echtpaar te begeleiden. "Dit contact verloopt heel anders dan het contact met mijn eerste taalmaatje, want het echtpaar is al vrij ver in het leren van de Nederlandse taal." Het Turkse koppel is - ondanks dat Nederlandse lessen niet direct werden aangeboden - zelf direct na aankomst in Nederland aan de slag gegaan om de taal te leren. Dit gebeurde met Nederlandse lesboeken, zodat zij zich de grammatica eigen konden maken. In korte tijd hebben zij hun kennis van de Nederlandse taal sterk ontwikkeld en zelfs de lastige Nederlandse grammatica al aardig onder de knie. Wat zij nu als taalvragers graag willen, is juist het spreken van de taal oefenen. Iets waar Arina in het begin haar vraagtekens bij had. "Ik ben niet zo'n spreker, waardoor ik in eerste instantie dacht: een uur lang praten over iets en dat dan twee keer per week, waar moet ik het over hebben? Maar dat loste zich eigenlijk vanzelf op." Hoe de taalmaatjes nu het uur volpraten? "De vrouw neemt vaak zelf een artikel mee uit een cursusboek. Dat zijn nog best pittige stukken, bijvoorbeeld over vrouwenemancipatie. Met haar man praat ik vaak over krantenartikelen, bijvoorbeeld uit Delft op Zondag of één van de grote dagbladen. Daar komt hij dan zelf mee, bijvoorbeeld nadat hij een kop heeft gelezen die hij niet helemaal begrijpt. Krantenkoppen zijn natuurlijk vaak gecomprimeerd, dus het zijn geen goedlopende zinnen. Door over dit soort artikelen te spreken, in combinatie met het praten over het eigen leven, vult zo’n uur zich heel makkelijk. Soms is het zelfs zo gezellig dat ik vergeet dat ik ze moet corrigeren!"

Oppepper
Arina is nog lang niet van plan te stoppen bij het Taalhuis, want zolang zij het vrijwilligerswerk leuk vindt blijft ze dit doen. En leuk, dat vindt zij het zeker. "Van mijn 'werk' als taalmaatje krijg ik echt een oppepper. Taal is een belangrijk communicatiemiddel, wat ik zelf altijd heb ervaren tijdens mijn werk op het secretariaat. Dat de taalvragers zo gemotiveerd zijn om de Nederlandse taal te verbeteren, zorgt ervoor dat ik er zelf ook energie van krijg. Het is mooi om iets te kunnen betekenen voor een ander. Dat ze zo enthousiast zijn en hetgeen je voor ze doet op prijs stellen, dat is gewoon leuk." Ondanks haar goede werk, blijft Arina bescheiden. "Als ik heel eerlijk ben, weet ik niet of de taalontwikkeling van het echtpaar alleen aan mij te danken is. Ze hebben meer contacten. Maar het is voor hen natuurlijk wel goed om een uur per week écht goed Nederlands te moeten spreken. Als ze in hun eigen kringetje blijven zitten, spreken ze nauwelijks Nederlands en worden ze niet gecorrigeerd op momenten dat zij een taalfoutje maken. Ook wij Nederlanders zélf helpen vaak niet echt mee, want zodra wij horen dat iemand uit het buitenland komt hebben wij de neiging om Engels te gaan praten. Het is een compliment voor Nederlanders dat wij ons zo makkelijk kunnen en willen aanpassen, maar in dit geval helpen we taalvragers er niet mee. Het werk van het Taalhuis helpt wél!"

Ken jij een vrijwilliger die ook eens in de spotlight moet worden gezet? Mail dan naar redactie@delftopzondag.nl en wie weet verschijnt jouw weldoener volgende week in Delft op Zondag! 

Cheyenne Toetenel
Meer berichten