Logo delftopzondag.nl
De Delftse hoogleraar Willem Schermerhorn spreekt na zijn aantreden als minister-president het land toe, 1945 (Foto: Van der Reijken, Stadsarchief Delft)
De Delftse hoogleraar Willem Schermerhorn spreekt na zijn aantreden als minister-president het land toe, 1945 (Foto: Van der Reijken, Stadsarchief Delft) (Foto: )

75 jaar ná de bevrijding: juli 1945

DELFT - Maandelijks doet historicus Ingrid van der Vlis verslag van de gebeurtenissen in Delft van 75 jaar geleden. Hoe pakken de Delftenaren hun leven weer op na de Tweede Wereldoorlog?

‘Als men er ergens weer bovenop kan komen, dan zal dat hier het geval zijn.’ Het is een mooie opsteker die de kersverse minister-president Willem Schermerhorn de Delftenaren geeft. Sinds 25 juni staat deze Delftse hoogleraar aan het hoofd van het eerste naoorlogse kabinet. Hij spreekt zijn stadgenoten toe als zij na een feestelijke optocht vanaf de Markt voor zijn woning aan Kanaalweg 5 zijn aanbeland. Schermerhorn zet met zijn kabinetsploeg in op herstel en vernieuwing. Hij is optimistisch, maar er zal keihard gewerkt moeten worden om het land weer op orde te krijgen – ook in Delft.

Einde aan noodhulp
Nu de bevrijding twee maanden oud is, kan de eerste noodhulp afgebouwd worden. De zogenoemde Hongerkliniek sluit op 4 juli de deuren. In de voorgaande weken stonden hier duizenden Delftenaren in de rij. Na een keuring ontvingen zij voedingstips of extra bonnen, in het ergste geval werden zij opgenomen. Onder toezicht van speciale feeding teams van het Rode Kruis kwam het merendeel van de 200 opgenomen patiënten er weer bovenop. De aanvoer van voedingsmiddelen is deze zomer zeker nog niet riant, maar wel voldoende om mensen niet meer van de hongerdood te hoeven laten sterven. Vanaf medio juli komen ook gas en elektriciteit beschikbaar, zij het op rantsoen: ’s avonds een half uurtje, tussen de middag een uur. De Centrale Keuken wordt opgeheven nu Delftse huishoudens in ieder geval weer zelf hun potje kunnen koken. Het ziet er qua voorzieningen al iets rooskleuriger uit.

Vreemde smetten
Om met een schone lei te kunnen beginnen, moet met het verleden afgerekend worden. In het Armamentarium zitten nog honderden Delftenaren gevangen, de meesten al vanaf 8 mei. Van berechting is nog geen sprake, eerst worden er dossiers opgemaakt over wie goed was en wie fout. Buren en collega’s krijgen het dringende verzoek om hun verhaal te doen: ‘Aangifte is niet langer verraad, doch vaderlandsche plicht!’ Wie nu zijn mond houdt, mag later niet klagen. Dat er op deze manier misschien te veel mensen opgepakt worden, neemt de overheid voor lief. Pas na een positief rapport van de Politieke Opsporingsdienst gaat iemand weer vrijuit. En zelfs dat is soms onvoldoende; twijfel is immers gezaaid. Een bewoonster uit de Dr. Schaepmanstraat plaatst een bericht in de krant om te melden dat zij en haar man hongervluchtelingen waren, geen NSB’ers of verraders, ‘zoals enkele buurtbewoners beweren’. Ook de eigenaar van de Kleine Lunch aan de Hippolytusbuurt voelt zich genoodzaakt via de krant te communiceren dat hij van ‘vreemde smetten vrij’ is. En anders moeten ze het maar bij de Politieke Opsporingsdienst navragen.

Canadese militairen
Te veel en te vrije omgang met de bevrijders levert trouwens ook scheve gezichten op. De Canadese militairen hebben van begin af aan succes bij de meisjes, tot chagrijn van de Delftse jongens én de autoriteiten. De angst voor buitenechtelijke kinderen en geslachtsziekten is groot. Terwijl de politie op deze zomeravonden patrouilleert om flanerende jeugd bij de troepen weg te jagen, bloeit er toch genoeg moois op. In juli verschijnen de eerste advertenties in de krant: Mies uit de Raamstraat verlooft zich met Patrick, Mies van de Burgwal verbindt zich aan Jack. Na vijf jaar oorlog dan toch een happy end?

Volg het nieuws van 75 jaar geleden op de voet: iedere dinsdag een nieuw Bevrijdingsbulletin op www.stadsarchiefdelft.nl/uitgelicht/bevrijdingsbulletins

Cheyenne Toetenel
Meer berichten