<SCRIPT SRC="//secure.adnxs.com/ttj?id=9419594&cb=[CACHEBUSTER]&referrer=delftopzondag.nl&pubclick=[INSERT_CLICK_TAG]&postcode=260,261,262" TYPE="text/javascript"></SCRIPT>
Logo delftopzondag.nl

De Indische buurt in Delft: voorzieningen

Met de komst van aardgas werd het huishouden een stuk gemakkelijker
Met de komst van aardgas werd het huishouden een stuk gemakkelijker

DELFT - In een serie artikelen stellen wij de Indische buurt in Delft aan u voor. Honderd jaar woningbouw rond de Brasserskade.

Door Ruud van Heusden.

De basis behoeften van een mens zijn volgens de algemene opvattingen: warmte, voedsel, kleding, huisvesting en onderwijs. In al deze behoeften voorzag de Indische buurt; De buurt was zoals dat tegenwoordig wordt genoemd "self supporting". Warmte, voedsel en kleding werden door de ruim vertegenwoordigde middenstanders aangeboden. Sommige typen winkels waren oververtegenwoordigd, waardoor de gemeente in enkele gevallen heeft ingegrepen. De inkomsten van deze winkeliersgroepen moet minimaal zijn geweest. En vaak gevestigd in de voorkamer van het toch al niet grote woonhuis. Dit laatste vooral aan de Brasserskade. Met de ontwikkeling van het tweede deel van de Indische buurt werden ook een aantal winkels gepland in de Ternatestraat. Winkels die ook voldeden aan de eisen van de warenwet er aan stelde en voldoende vierkante meters bevatten om een volwaardig aanbod aan producten te bieden. Een winkeltype dat in de periode tussen de jaren 20 en de jaren 60 de grootste omwenteling heeft doorgemaakt is de kruidenier annex waterstokerij. In de wijk waren die vooral gevestigd aan de Brasserskade. Vaak was een heetwater stokerij tevens brandstoffenhandel. Ook gaspenningen werden er verkocht. Het hete water, dat gewoonlijk per emmer werd geleverd maar soms ook in grotere hoeveelheden, gebruikte men voor de was. Het alternatief was om zélf het water te koken in een wasketel. De maandag en dinsdag waren de drukste wasdagen, maar ook op zaterdag, de bad dag voor de kinderen, werd veel heet water verkocht. Sjouwen met een emmer heet water met een dweil er overheen om te voorkomen dat het water er overheen klotste maar ook tegen het afkoelen.

Aardgas
De komst van het aardgas en geisers in de jaren zestig maakte abrupt een einde aan deze vorm van dienstverlening. In plaats van water moeizaam op een op hout of kolen gestookt fornuis aan de kook krijgen in een ketel, was warm water dankzij de geiser nu in elk huishouden in onbeperkte hoeveelheden beschikbaar. Niet alleen om kleding te wassen of het beperkte serviesgoed te reinigen maar zelfs om de lichamelijke hygiëne naar een hoger pijl te brengen. Kortom de komst van het aardgas was de doodsteek van de waterstokerij. Een waterstokerij die vaak gecombineerd werd met een kruidenierswinkel(tje). En juist in de jaren 60 was er ook de opkomst van de filialen van landelijke levensmiddelenwinkels zoals Albert Heyn, De Gruyter, Spar, Simon de Wit etc. Eind jaren 60 telde de wijk nog maar drie kruideniers, de Spar van Rontberg aan de Brasserskade, de Coöp op de hoek van de Ternatestraat met de Bankastraat en Bazuin in de winkelgalerij aan de Ternatestraat.

Verdere ontsluiting
De Indische buurt wordt in 1958 verder ontsloten door de aanleg van de Sint Jorisweg. Tot die tijd kon je alleen in het centrum komen via de Oostsingel of de "Trambrug". Met de opening van de Jorisweg kwamen het badhuis en de katholieke Mariaschool ook ineens een stuk dichterbij. Wat ook bijzonder was dat je vanaf de Jorisweg zicht kreeg op grote delen de psychiatrische inrichting. Men zag nu de patiënten bezig met buitenactiviteiten. Activiteiten onder leiding van weinig geschoolde begeleiders waarvan er velen in de Indische buurt woonden. De meest in het oog springende arbeidstherapie was het voortdurend verplaatsen van de "gekkenberg". Een enorme berg aarde werd door versufte mannen in blauwe werkpakken afgegraven. De aarde werd vervoerd in houten kruiwagens die de mannen in een loom tempo voortduwden. Sommige patiënten waren zover weg dat ze met de kruiwagen op zijn kop achter zich aan liepen. De begeleiders lieten dat gewoon gaan. Twee honderd meter verder werden de kruiwagens omgekiept op een nieuw te bouwen berg. De berg werd behoorlijk hoog en er kwamen loopplanken aan te pas om de top te bereiken. En u begrijpt het al; als de ene berg helemaal was afgegraven en de andere opgebouwd, begon men in de omgekeerde richting te werken. Jaar in jaar uit. Bezigheidstherapie voor psychiatrische patiënten anno 1960.


<SCRIPT SRC="//secure.adnxs.com/ttj?id=9419594&cb=[CACHEBUSTER]&referrer=delftopzondag.nl&pubclick=[INSERT_CLICK_TAG]&postcode=260,261,262" TYPE="text/javascript"></SCRIPT>
Meer berichten
 
<SCRIPT SRC="//secure.adnxs.com/ttj?id=9419598&cb=[CACHEBUSTER]&referrer=delftopzondag.nl&pubclick=[INSERT_CLICK_TAG]&postcode=260,261,262" TYPE="text/javascript"></SCRIPT>